Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BT6178

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
03-05-2011
Datum publicatie
29-09-2011
Zaaknummer
21-004356-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte die op de hoogte was van de zitting van de economische politierechter, kon volgens de wet gedurende veertien dagen na de uitspraak van het vonnis daartegen hoger beroep instellen. Het hoger beroep is pas na het verstrijken van die termijn ingesteld. Van bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen of verontschuldigen, is niet gebleken. Daarom zal verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-004356-09

Uitspraak d.d.: 3 mei 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Arnhem van 7 oktober 2009 in de strafzaak tegen

[verdachte],

gevestigd te [plaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 april 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Op 19 augustus 2009 is de inleidende dagvaarding in de strafzaak betekend aan [naam], die verklaarde in dienstbetrekking te zijn van verdachte en die zich bereid verklaarde de dagvaarding te bezorgen aan verdachte.

Ter terechtzitting van 7 oktober 2009 is de strafzaak door de economische politierechter in de rechtbank Arnhem, in afwezigheid van verdachte, inhoudelijk behandeld en is door de economische politierechter terstond mondeling vonnis gewezen.

Ter terechtzitting van het hof, zowel op 30 november 2010 als op 19 april 2011, heeft de vertegenwoordiger van verdachte verklaard op de hoogte te zijn geweest van de zitting van 7 oktober 2009, doch dat de bestuurders deze waren vergeten.

Verdachte die op de hoogte was van de zitting van de economische politierechter, kon volgens de wet gedurende veertien dagen na de uitspraak van het vonnis daartegen hoger beroep instellen. Het hoger beroep is pas na het verstrijken van die termijn ingesteld. Van bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen of verontschuldigen, is niet gebleken. Daarom zal verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr H.W. Koksma, voorzitter,

mr B.P.J.A.M. van der Pol en mr J.A.W. Lensing, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,

en op 3 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr H.W. Koksma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.