Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BT2012

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-09-2011
Datum publicatie
20-09-2011
Zaaknummer
24-002358-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art 41 Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's. Verdachte kan niet als aanbieder in de zin van artikel 41 van die Regeling worden aangemerkt. Vrijspraak

Wetsverwijzingen
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren 41
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002358-10

Uitspraak d.d.: 13 september 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 september 2010 in de strafzaak tegen

[bedrijf 1],

gevestigd te [vestigingsplaats], [adres],

Verdachte is ter terechtzitting vertegenwoordigd door [gemachtigde], bestuurder van [bestuurster van verdachte]. Laatstgenoemde B.V. is bestuurster van verdachte.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 augustus 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis, bewezenverklaring van het ten laste gelegde en veroordeling ter zake daarvan tot een geldboete van € 2.000,- waarvan € 1.000,- voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

verdachte op of omstreeks 6 maart 2009, althans in of omstreeks de maand maart 2009, in de gemeente [gemeente], al dan niet opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de bepaling van artikel 41 van Titel 2 van de "Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's", aangezien verdachte als aanbieder van een of meer evenhoevigen de aanvang - op 9 maart 2009 - van een blokperiode voor 22, althans een aantal fokrunderen, niet uiterlijk om 7.00 uur op de werkdag voorafgaande aan die blokperiode heeft gemeld aan de VWA.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Uit de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting van het hof is gebleken dat verdachte op 9 september 2009 een 22-tal fokrunderen, afkomstig van het veehouderijbedrijf van verdachte, heeft ondergebracht in een stal van het eveneens door verdachte geëxploiteerde runderverzamelcentrum. Vast staat dat verdachte niet tijdig aan de VWA een blokperiode heeft gemeld. Verdachte heeft betoogd dat zij daartoe, in de gegeven situatie, niet verplicht is.

De tenlastelegging is geënt op artikel 41 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's (hierna: de Regeling). Dit artikel verplicht de aanbieder om tijdig een blokperiode te melden. Vraag is of verdachte als aanbieder in de zin van artikel 41 van de Regeling kan worden aangemerkt. De verplichting tot handelen met inachtneming van artikel 41 vloeit voort uit artikel 36 van de Regeling. Dit brengt mee dat het begrip 'aanbieder' in de zin van artikel 41 van de Regeling moet worden geïnterpreteerd in het licht van artikel 36 van de Regeling. Dat artikel richt zich, voor zover hier van belang, tot degene die evenhoevigen - waaronder ook fokrunderen worden begrepen - van verschillende plaatsen bijeenbrengt.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting van het hof kan niet worden vastgesteld dat verdachte evenhoevigen van verschillende plaatsen heeft bijeengebracht. De fokrunderen, die zij in een stal van het runderverzamelcentrum heeft ondergebracht, waren, zo moet op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting worden aangenomen, alle afkomstig van haar veehouderijbedrijf. De fokrunderen zijn niet vermengd met evenhoevigen die van andere plaatsen afkomstig waren en verdachte had daartoe ook niet de bedoeling. De fokrunderen waren slechts voor een drachtigheidscontrole in het verzamelcentrum ondergebracht.

Dit betekent dat verdachte niet als aanbieder in de zin van artikel 41 van de Regeling kan worden beschouwd. Dit brengt mee dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen haar is tenlastegelegd.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers, griffier,

en op 13 september 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. O. Anjewierden en mr. J.A. Wiarda zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.