Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BR6971

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-08-2011
Datum publicatie
07-09-2011
Zaaknummer
200.085.445
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen mogelijkheid om het in artikel 337 lid 2 Rv. vastgelegde verbod van hoger beroep van een tussenvonnis te doorbreken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.085.445

(zaaknummer rechtbank 352870)

arrest van de vijfde civiele kamer van 23 augustus 2011

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Eelerwoude B.V.,

gevestigd te Goor, gemeente Hof van Twente,

appellante,

advocaat: mr. H.P. Kamerbeek,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. A.E. Thijssen.

1. Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 4 januari 2011 dat de kantonrechter (rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Almelo) tussen appellante (hierna ook te noemen: Eelerwoude) als gedaagde in het incident en als gedaagde in de hoofdzaak en geïntimeerde (hierna ook te noemen: [geïntimeerde]) als eiseres in het incident en als eiseres in de hoofdzaak heeft gewezen. Verder verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 15 maart 2011 dat die kantonrechter tussen Eelerwoude als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie en [geïntimeerde] als eiseres in conventie en verweerster in reconventie heeft gewezen. Van die vonnissen is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Eelerwoude heeft bij exploot van 30 maart 2011 [geïntimeerde] aangezegd van het vonnis van 15 maart 2011 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [geïntimeerde] voor dit hof. Eelerwoude heeft daarbij grieven tegen dat vonnis aangevoerd en toegelicht. Zij heeft gevorderd dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis zal vernietigen en de zaak ter verdere behandeling zal terugwijzen naar de rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Almelo.

2.2 Eelerwoude heeft een schriftelijke conclusie van eis genomen.

2.3 Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden en een productie in het geding gebracht. Zij heeft geconcludeerd dat het hof bij arrest, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

primair Eelerwoude niet-ontvankelijk zal verklaren in haar hoger beroep en haar zal veroordelen in de werkelijke kosten van het geding, waaronder tevens begrepen de door [geïntimeerde] gemaakte advocaatkosten zoals gespecificeerd in de bijgevoegde productie en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee dagen na betekening van het te wijzen arrest tot aan de dag der algehele voldoening, en

subsidiair het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen en Eelerwoude haar vordering zal ontzeggen en haar zal veroordelen in de werkelijke kosten van het geding, waaronder tevens begrepen de door [geïntimeerde] gemaakte advocaatkosten zoals gespecificeerd in de bijgevoegde productie en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee dagen na betekening van het te wijzen arrest tot aan de dag der algehele voldoening.

2.4 Vervolgens hebben de partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist, staan vast de door de kantonrechter in het vonnis van 4 januari 2011 onder het kopje “2. feiten” vastgestelde feiten.

4. De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1 Ingevolge artikel 337 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) kan hoger beroep van andere tussenvonnissen dan vonnissen, waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd, slechts tegelijk met dat van het eindvonnis worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald.

4.2 Nu het bij het vonnis waarvan beroep gaat om een tussenvonnis als bedoeld in artikel

337 lid 2 Rv. en de kantonrechter niet heeft bepaald, dat daarvan al vóór het eindvonnis hoger beroep openstaat, is Eelerwoude in beginsel niet-ontvankelijk in haar hoger beroep van het bestreden vonnis.

4.3 Eelerwoude heeft echter gesteld dat zij wel ontvankelijk is in haar hoger beroep, omdat sprake is van schending van een zó fundamenteel beginsel van een behoorlijke rechtspleging, dat niet meer kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak. Doordat direct na de conclusie van repliek van [geïntimeerde] een comparitie van partijen is gelast, is het recht op hoor en wederhoor geschonden en is gehandeld in strijd met het (bedoeld zal zijn:) Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken.

4.4 Met het voorgaande doelt Eelerwoude kennelijk op de rechtspraak die is ontwikkeld ten aanzien van de mogelijkheid om wettelijke uitsluiting van hoger beroep te doorbreken indien de rechter een bepaling ten onrechte heeft toegepast, ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten dan wel heeft toegepast met schending van een zó fundamenteel rechtsbeginsel dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet meer kan worden gesproken.

4.5 Eelerwoude ziet er evenwel aan voorbij dat het hier niet gaat om wettelijke uitsluiting van hoger beroep, zodat de in deze rechtspraak ontwikkelde doorbrekingsgronden niet kunnen afdoen aan de toepasselijkheid van artikel 337 lid 2 Rv. Die wetsbepaling houdt immers niet een absoluut appelverbod in, maar slechts een beperking van het moment waarop hoger beroep kan worden ingesteld.

4.6 Het voorgaande brengt mee dat Eelerwoude niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar hoger beroep van het tussen de partijen gewezen vonnis van 15 maart 2011. Zij zal worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, vermeerderd met de wettelijke rente zoals in het dictum bepaald. Het in die kosten begrepen salaris van de advocaat van [geïntimeerde] zal worden vastgesteld overeenkomstig het liquidatietarief. Voor een andere wijze van bepaling van de proceskosten van [geïntimeerde] ziet het hof geen aanleiding.

5. De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verklaart Eelerwoude niet-ontvankelijk in haar hoger beroep van het tussen de partijen gewezen vonnis van de kantonrechter (rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Almelo) van 15 maart 2011;

veroordeelt Eelerwoude in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 1.631,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 649,- voor griffierecht, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en - voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

verklaart dit arrest voor zover het de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. Fokker, I.A. Katz-Soeterboek en P.L.R. Wefers Bettink en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2011.