Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BR5433

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-08-2011
Datum publicatie
19-08-2011
Zaaknummer
TBS P10/0405
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toch geen voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging na een eerdere aanhouding voor het opmaken van een maatregelrapport door de reclassering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P10/0405

Beslissing d.d. 15 augustus 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [TBS-kliniek].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Haarlem van 3 december 2010, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van hoger beroep van de terbeschikkinggestelde d.d. 14 december 2010;

- het verlengingsadvies van [TBS-kliniek] van 14 september 2010;

- de aanvullende informatie van [TBS-kliniek] van 29 maart 2011, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over de periode van 6 september 2010 tot en met 19 februari 2011;

- de aanvullende informatie van [TBS-kliniek] van 13 april 2011;

- het proces-verbaal van de zitting van dit hof op 18 april 2011;

- de tussenbeslissing van dit hof van 2 mei 2011;

- het maatregelrapport van Reclassering Nederland, regio Noord Nederland, van 26 juli 2011.

Het hof heeft ter zitting van 1 augustus 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door mr J.V.C. Constandse, advocaat te Haarlem, en de advocaat-generaal, mr G.J. de Haas.

Het hof heeft ter zitting als deskundige gehoord [reclasseringswerker].

Overwegingen:

De tussenbeslissing van het hof

Het hof heeft bij tussenbeslissing van 2 mei 2011 de zaak heropend en aangehouden, teneinde de reclassering een rapportage omtrent de terbeschikkinggestelde te doen uitbrengen. Het hof heeft overwogen, behoudens nog te blijken bijzondere omstandigheden, de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te gelasten en achtte het voor de vorming van een eindoordeel hierover noodzakelijk om zich nader te doen voorlichten omtrent de mogelijkheden dan wel onmogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder dit zou kunnen geschieden.

Het advies van de kliniek

Gedurende het verblijf in de kliniek is gebleken dat de seksuele problematiek van de terbeschikkinggestelde niet behandelbaar is. De behandeling is daarom meer gericht op het inrichten van de omgeving van de betrokkene. Behandeling heeft volgens de kliniek niet geleid tot probleeminzicht, wel tot enig besef van de problematiek. Met hulp van een duidelijke externe structuur en met ondersteuning van medicatie functioneert de terbeschikkinggestelde redelijk stabiel. Uitplaatsing kan volgens de kliniek alleen plaatsvinden in het kader van een longcareplaatsing naar een instelling waar een zelfde structuur, begeleiding en controle geboden kunnen worden als op de huidige afdeling waar de terbeschikkinggestelde verblijft. Wanneer hij meer vrijheden of verantwoordelijkheden krijgt is de kans op stresserende omstandigheden groot. Bij instabiel functioneren is de kans op ongewenst gedrag en recidive onverantwoord groot. De terbeschikkinggestelde wil zelf graag op het terrein van [TBS-kliniek] blijven wonen. Omdat een geschikte vervolgvoorziening nog niet is gevonden, adviseert de kliniek om de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.

De kliniek blijft in de aanvullende informatie van 29 maart 2011 bij dit advies. In de brief van de kliniek van 13 april 2011 voegt de kliniek hieraan toe dat voor het eventueel voorwaardelijk beëindigen van de dwangverpleging van belang is dat de terbeschikkinggestelde laat zien dat hij langdurig stabiel kan functioneren, dat hij betrouwbaar is in zijn gedrag en dat hij zich conformeert aan blijvend toezicht en controle, zodat het recidivegevaar aanvaardbaar blijft.

Het maatregelrapport van de reclassering

De terbeschikkinggestelde wekt bij de reclassering de indruk op [TBS-kliniek] te willen verblijven, maar dan zonder alle regels en voorwaarden. Veranderingen zijn moeilijk voor hem en zorgen voor spanning en vormen een risico op decompensatie. Intensieve begeleiding, externe structuur en intensieve controle maakt het dat de terbeschikkinggestelde goed kan functioneren en de risico’s laag zijn. Volgens de behandelaren vanuit de kliniek heeft de terbeschikkinggestelde de begeleidingsintensiteit nodig die bij een TBS met dwangverpleging hoort.

De inschatting van de reclassering is dat op termijn, als de afdeling voor zeer langzaam lerenden klaar is (deze afdeling is in oprichting), de terbeschikkinggestelde zich hier goed staande zal weten te houden en dat als hij open en eerlijk is naar de begeleiding toe, de terbeschikkinggestelde op deze afdeling zal kunnen verblijven binnen proefverlof of een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Maar daarvoor is het volgens de reclassering nu te vroeg. Er is serieus gekeken naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging. Ten eerste kan de terbeschikkinggestelde binnen een andere modaliteit dan de TBS met dwangverpleging niet de hoeveelheid controle/begeleiding en structuur aangeboden krijgen vanuit de kliniek. De bemoeienis vanuit de kliniek is thans intensief te noemen en zal op deze manier moeten worden voortgezet om de kans op recidive te verminderen. Daarnaast geeft de terbeschikkinggestelde geen openheid over fantasieën en gevoelens. Ook zal een voorwaardelijke beëindiging voor de terbeschikkinggestelde te ingewikkeld zijn. Er zal nog meer druk op hem komen te liggen, hetgeen zijn functioneren niet ten goede zal komen. Dat maakt volgens de reclassering dat een voorwaardelijke beëindiging niet de modaliteit is voor de situatie van de terbeschikkinggestelde, op dit moment.

Ter zitting van het hof heeft [reclasseringswerker] van de reclassering een toelichting gegeven op het rapport. Volgens haar heeft de terbeschikkinggestelde zich onvoldoende gerealiseerd wat een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voor hem zou betekenen. De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven moeite te hebben zich aan afspraken en voorwaarden te houden. Daarnaast speelt een rol dat de financiële vergoeding aan de kliniek voor het verblijf van een patiënt in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging lager is dan voor een verblijf in het kader van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Dat betekent dat de kliniek, wanneer nu de dwangverpleging zou worden beëindigd, niet meer de controle, begeleiding en structuur kan bieden die de terbeschikkinggestelde nodig heeft. Al met al acht de reclassering een voorwaardelijke beëindiging niet mogelijk. De kliniek heeft toegezegd de mogelijkheden van proefverlof te zullen onderzoeken, zodra de nieuwe longcare afdeling gereed is.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Voor voorwaardelijke beëindiging is het nog te vroeg. Het zou ook geen meerwaarde hebben. De advocaat-generaal vordert primair een verlenging van de TBS-maatregel met één jaar, zodat in die periode kan worden bezien of er proefverlof kan worden verleend.

Subsidiair stelt de advocaat-generaal zich op het standpunt dat - wanneer het hof toch zou besluiten tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging - de zaak moet worden aangehouden, teneinde het maatregelrapport te completeren door formulering van voorwaarden. Alsdan zal de TBS-maatregel te zijner tijd met twee jaar dienen te worden verlengd.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De reclassering heeft niet voldaan aan de opdracht van het hof. Uit de tussenbeslissing volgt volgens de raadsman uitdrukkelijk dat het hof de verpleging van overheidswege voorwaardelijk wil beëindigen. De reclassering had derhalve voorwaarden moeten formuleren voor de effectuering hiervan. De zaak zal opnieuw aangehouden moeten worden, teneinde de reclassering in de gelegenheid te stellen het maatregelrapport te completeren.

Van bijzondere omstandigheden, die tot een andere beslissing dan die van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zouden moeten leiden, is volgens de raadsman niet gebleken.

Eventueel zou het hof zelf voorwaarden kunnen formuleren.

Het oordeel van het hof

De terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd aan betrokkene opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten: het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met iemand beneden de leeftijd van 16 jaar en het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Gelet op de advisering van de kliniek en de reclassering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Vanwege het thans nog aanwezige delictgevaar en het gegeven dat betrokkene nog gedurende langere tijd intensieve structuur, zorg en begeleiding nodig heeft, is het hof van oordeel dat een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn als hierna te noemen geïndiceerd is.

Met betrekking tot de al dan niet voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege overweegt het hof het volgende.

Het hof heeft in zijn tussenbeslissing overwogen om, behoudens nog te blijken bijzondere omstandigheden, de verpleging van overheidswege te beëindigen, en heeft vervolgens opdracht gegeven tot nader onderzoek naar de mogelijkheid hiervan. Bij deze beslissing heeft meegespeeld de lange duur van de TBS-maatregel (ingangsdatum 10 december 1985) en de overweging in de verlengingsbeslissing van het hof van 22 oktober 2008, dat bij een volgende verlengingsprocedure aandacht diende te worden besteed aan de eventuele mogelijkheid van een voortdurend verblijf van de terbeschikkinggestelde bij [TBS-kliniek] met een langdurig toezicht in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Uit het maatregelrapport leidt het hof af dat de terbeschikkinggestelde zich onvoldoende gerealiseerd heeft wat een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zou inhouden. Daarnaast blijkt uit het door de reclassering verrichte onderzoek dat bij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging op dit moment een met voldoende waarborgen omkleed voortgezet verblijf van betrokkene in [TBS-kliniek] niet tot de mogelijkheden behoort. Met name kan dan niet de intensieve controle, begeleiding en structuur geboden worden om het delictgevaar voldoende in te perken. In deze situatie acht het hof het voor een voorwaardelijke beëindiging te vroeg. Het hof zal dan ook niet beslissen tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging en, in het verlengde daarvan, het aanhoudingsverzoek voor het opstellen van voorwaarden afwijzen.

Anders echter dan de rechtbank acht het hof verlenging van de maatregel met twee jaar niet aangewezen. Het hof gaat ervan uit dat de kliniek, zoals toegezegd aan de reclassering, de mogelijkheden van een proefverlof zal onderzoeken zodra de nieuwe longcare afdeling gereed is. Verder zal de komende tijd moeten blijken hoe realistisch de plannen zijn om de terbeschikkinggestelde in een nieuwe longcare afdeling van [TBS-kliniek] te plaatsen. In verband hiermee zal het hof de maatregel thans verlengen met slechts een jaar.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot aanhouding.

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Haarlem van 3 december 2010 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr E. van der Herberg en mr C. Caminada als raadsheren,

en prof. dr. J. Schudel en dr. W. van Kordelaar als raden,

in tegenwoordigheid van mr B.P. Snijder als griffier,

en op 15 augustus 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.