Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BR5341

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
09-08-2011
Datum publicatie
18-08-2011
Zaaknummer
200.082.492
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wijze van afleggen van rekening en verantwoording aan de kantonrechter ingeval van bewindvoering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2011/230
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.082.492

(zaaknummer rechtbank BM 1936)

beschikking van de familiekamer van 9 augustus 2011

inzake:

de stichting

Gelderse Stichting tot Beheer en Bewindvoering ter bescherming van meerderjarigen,

gevestigd te Arnhem,

verzoekster, verder te noemen “de bewindvoerder”,

advocaat: mr. A.M. van Rossum te Arnhem.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

verder te noemen “[belanghebbende]”,

en 27 andere belanghebbenden,

niet verschenen.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Zutphen, sector kanton, locatie Apeldoorn en Harderwijk) van 19 november 2010, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, waarvan een fotocopie aan deze beschikking is gehecht.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 16 februari 2011, is de bewindvoerder in hoger beroep gekomen van de voormelde beschikking. De bewindvoerder heeft vijf grieven tegen die beschikking aangevoerd en toegelicht en het hof verzocht die beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende,

a. te bepalen, dat de bewindvoerder niet gehouden is de door haar ingediende periodieke rekening over de jaren vanaf 2007 te verbeteren met inachtneming van de door de kantonrechter aan de bewindvoerder verzonden brieven van 30 juni 2008, 17 oktober 2008, 28 april 2009, 18 december 2009 en 26 maart 2010, en

b. voor recht te verklaren, dat de wijze voor het afleggen van rekening en verantwoording op grond van de door de bewindvoerder gehanteerde methode middels het overleggen van mutatieoverzichten thans voldoet aan de daaraan redelijkerwijs te stellen eisen, althans

c. zodanig te beslissen, als het hof in goede justitie zal vermenen te behoren.

2.3 De mondelinge behandeling heeft op 12 juli 2011 plaatsgevonden. Namens de bewindvoerder is verschenen mr. [...], directeur, bijgestaan door haar advocaat mr. A.M. van Rossum.

2.4 Ter mondelinge behandeling heeft mr. Van Rossum met toestemming van het hof een voorbeeld van een rekening en verantwoording over 2010, zoals deze thans door de bewindvoerder wordt gehanteerd, overgelegd.

3. De vaststaande feiten

3.1 Bij beschikking van 23 augustus 2007 heeft de kantonrechter, op verzoek van [belanghebbende] (geboren op [geboortedatum] 1953), een bewind ingesteld over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [belanghebbende] en de appellante benoemd tot bewindvoerder.

3.2 Bij brief van 30 juni 2008 heeft de kantonrechter de bewindvoerder - voor zover hier van belang - het volgende medegedeeld:

“Op 27 maart heb ik van u de rekening en verantwoording over de periode 23 augustus 2007 t/m 31 december 2007 ontvangen. De ingezonden stukken zijn niet voldoende als rekening en verantwoording, omdat het verloop tussen de verschillende rekeningen niet zichtbaar is en de verantwoording niet overzichtelijk gerubriceerd is. Volgens de opgave van 7 september 2007 heeft [belanghebbende] tevens een privé-rekening. Deze rekening komt in de rekening en verantwoording over bovengenoemde periode niet voor. Graag ontvang ik alsnog de rekening en verantwoording over de periode 23 augustus 2007 t/m 31 december 2007 waarop beide rekeningen vermeld zijn. U kunt gebruik maken van bijgaand formulier. Tevens verzoek ik u een kopie van het bankafschrift van de privé rekening van 31 december 2007 mee te zenden.”

3.3 Bij brief van 3 juli 2008 heeft de bewindvoerder de kantonrechter - voor zover hier van belang - het volgende bericht:

“Het bij onze brief bijgesloten overzicht is het originele bankafschrift van de door ons beheerde rekening over het jaar 2007, zoals dat door de SNS-bank aan ons is verstrekt. Op het bankafschrift zijn de boekingen te zien die naar de privé-rekening zijn gedaan. Afschriften van privé-rekeningen hebben wij niet. Deze wijze van het afleggen van de jaarlijkse rekening en verantwoording hanteren wij al achttien jaar in goed overleg met de rechtbank Arnhem.”

3.4 Bij brief van 17 oktober 2008 heeft de kantonrechter de bewindvoerder - voor zover hier van belang - medegedeeld:

“Desondanks deel ik mee dat ik niet kan instemmen met deze wijze van indiening. U dient gebruik te maken van bijgevoegd model. Op het mutatieoverzicht staan weliswaar alle inkomsten en uitgaven van het hele jaar vermeld, maar het overzicht is niet gerubriceerd. Het bezwaar hiertegen is dat het geen overzichtelijk beeld geeft van de inkomsten en uitgaven van de rechthebbende. Dit laatste is nu juist wel de bedoeling. Bovendien valt ook de privérekening van rechthebbende onder het bewind. Ook van deze rekening dient met bankafschriften inzicht te worden gegeven in de begin- en eindstand van het vermogen. Mochten de inkomsten op deze rekening beperkt blijven tot periodieke overschrijvingen van huishoudgeld of zakgeld, dan kan het overzicht heel beknopt blijven. Hetzelfde geldt voor eventuele spaarrekeningen. Verder geldt voor machtigingsverzoeken (zoals toekenning van een beheersvergoeding) dat deze verzoeken moeten worden ondertekend. Niet ondertekende verzoeken kan ik niet in behandeling nemen.”

3.5 Bij brief van 4 november 2008 heeft de bewindvoerder de kantonrechter - voor zover hier van belang - bericht dat:

“ Daarenboven is het afleggen van de jaarlijkse rekening en verantwoording vormvrij. Door het LOK is aan de bewindvoerders een norm van 15 uur per jaar opgelegd waarbinnen alle werkzaamheden moeten plaatsvinden. Rubricering van inkomsten en uitgaven kost tijd, tijd die niet aan belanghebbende kan worden besteed.”

3.6 Bij beschikking van 12 november 2008 heeft de kantonrechter de bewindvoerder gelast de periodieke rekening over 2007 te verbeteren met inachtneming van hetgeen daaromtrent is vermeld in de aan de bewindvoerder verzonden brieven van 30 juni 2008 en 17 oktober 2008.

3.7 Bij brief van 28 april 2009 heeft de kantonrechter de bewindvoerder wederom verzocht om alsnog op de door hem gestelde voorwaarden rekening en verantwoording af te leggen.

3.8 Bij beschikking van 17 november 2009 (zaaknummer 200.026.092) heeft dit hof de bewindvoerder niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beschikking van 12 november 2008 op grond van de overweging dat de bestreden beschikking geen eindbeschikking is, maar een tussenbeschikking en dat geen tussentijds appel door de kantonrechter was toegelaten.

3.9 Bij brief van 26 november 2009 heeft de kantonrechter de bewindvoerder wederom verzocht om rekening en verantwoording af te leggen op een wijze die voldoet aan de door de kantonrechter gestelde voorwaarden.

3.10 Bij brief van 3 december 2009 aan de kantonrechter heeft de bewindvoerder onder meer voorgesteld een gesprek met de kantonrechter aan te gaan over de wijze van afleggen van rekening en verantwoording.

3.11 Bij brieven van 18 december 2009 en 26 maart 2010 heeft de kantonrechter aangegeven dat het niet voldoen aan de door de kantonrechter gestelde voorwaarden, zal leiden tot een (mogelijk) ontslag van de bewindvoerder.

3.12 Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de bewindvoerder gelast de periodieke rekening over de jaren vanaf 2007 te verbeteren met inachtneming van hetgeen daaromtrent is vermeld in de aan de bewindvoerder verzonden brieven van 30 juni 2008, 17 oktober 2008, 28 april 2009, 18 december 2009 en 26 maart 2010. De kantonrechter heeft voorts bepaald dat van die beschikking tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld.

4. De motivering van de beslissing

4.1 De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking van 19 november 2010 bepaald dat tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld, zodat het feit dat de bestreden beschikking een tussenbeschikking is, terwijl nog geen eindbeschikking is gegeven, niet aan de ontvankelijkheid van de bewindvoerder in haar hoger beroep in de weg staat.

4.2 De grieven hebben de strekking te betogen dat de kantonrechter ten onrechte verlangt dat de bewindvoerder rekening en verantwoording aflegt op de door de kantonrechter in zijn voornoemde brieven verlangde wijze. Zij zullen gezamenlijk worden behandeld.

4.3 Ingevolge artikel 1:445 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) legt de bewindvoerder, tenzij andere tijdstippen zijn bepaald, jaarlijks en aan het einde van het bewind rekening en verantwoording af aan de rechthebbende, alsmede aan het einde van zijn taak aan zijn opvolger. De rekening en verantwoording wordt afgelegd ten overstaan van de kantonrechter.

4.4 De bezwaren van de bewindvoerder betreffen met name de volgende door de kantonrechter aan de rekening en verantwoording gestelde eisen:

a. in de door de bewindvoerder over te leggen mutatieoverzichten moeten de inkomsten en uitgaven zijn gerubriceerd;

b. de bewindvoerder dient bij zijn rekening en verantwoording ook inzicht te geven in de privé rekeningen van de rechthebbenden;

c. de bewindvoerder dient gebruik te maken van een bepaald model, dat door de kantonrechter aan de bewindvoerder ter hand is gesteld.

Bovendien ziet het bezwaar van de bewindvoerder op de door de kantonrechter gestelde eis dat het verzoek van de bewindvoerder tot toekenning van een vergoeding ondertekend moet zijn.

4.5 Naar aanleiding van het onder a genoemde bezwaar overweegt het hof dat van een deugdelijke rekening en verantwoording in ieder geval wordt verwacht dat een zekere rubricering is aangebracht in de opgevoerde inkomsten en uitgaven. Het hof acht de rekening en verantwoording die door de bewindvoerder over het jaar 2007 is afgelegd onvoldoende inzichtelijk: zij mag niet volstaan met een chronologisch overzicht van alle inkomsten en uitgaven zonder enige rubricering. Op die wijze wordt niet een duidelijk inzicht in de inkosten en uitgaven verkregen. In zoverre falen de grieven. Het door de bewindvoerder aangevoerde feit dat een dergelijke rubricering een lastenverzwaring medebrengt en het feit dat andere kantonrechters wel genoegen nemen met de door de bewindvoerder gehanteerde wijze van afgelegging van rekening en verantwoording doen hieraan niet af.

4.6 Met betrekking tot het onder b genoemde bezwaar overweegt het hof dat onder het vermogen van de rechthebbende waarover het bewind is ingesteld alle bankrekeningen en dus ook privé-rekeningen van de rechthebbende vallen. Zoals de kantonrechter in zijn brief van 17 oktober 2008 heeft aangegeven, kan, indien de inkomsten op deze rekening beperkt blijven tot periodieke overschrijvingen van huishoudgeld of zakgeld, het overzicht beknopt blijven en kan de bewindvoerder wat dit betreft volstaan met de vermelding van de begin- en eindsaldi. Ook in zoverre falen de grieven.

4.7 Ten aanzien van het onder c genoemde bezwaar is het hof met de bewindvoerder van oordeel dat noch uit de bepaling van artikel 1:445 BW noch uit enige andere wettelijke bepaling volgt dat de bewindvoerder bij het afleggen van zijn rekening en verantwoording gebruik moet maken van een bepaald model. De bewindvoerder is vrij in de wijze van het afleggen van rekening en verantwoording, mits die wijze medebrengt dat aan alle vereisten van een deugdelijke rekening en verantwoording wordt voldaan, waaronder de onder 4.5 en 4.6 genoemde eisen. In zoverre slaagt grief II, die is gericht tegen de eis van de kantonrechter tot gebruik van het door hem voorgeschreven model.

4.8 De bewindvoerder heeft ter terechtzitting van het hof een voorbeeld van een rekening en verantwoording over het jaar 2010 overgelegd. Wat betreft de vorm voldoet deze naar het oordeel van het hof aan de eisen van een deugdelijke rekening en verantwoording, mits deze is onderbouwd met mutatieoverzichten van de onderhavige bankrekeningen. Op deze wijze kan de bewindvoerder ook in het onderhavige bewind rekening en verantwoording afleggen. De bewindvoerder kan daarbij niet volstaan met het afleggen van rekening en verantwoording met ingang van 1 januari 2010. Voor zover zij over de jaren 2007, 2008 en 2009 nog geen deugdelijke rekening en verantwoording heeft afgelegd, zal zij dat alsnog moeten doen.

4.9 Op grond van artikel 278 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen verzoekschriften te worden ondertekend. Het door de bewindvoerder aangevoerde feit dat haar verzoeken tot vaststelling van een beheersvergoeding in een geautomatisserd systeem worden aangemaakt en dat een ongetekend verzoek door de kantonrechter te Arnhem wel wordt geaccepteerd, brengt niet mede dat de voornoemde wetsbepaling niet voor deze verzoeken van de bewindvoerder geldt. Het bezwaar van de bewindvoerder tegen de onderhavige eis van de kantonrechter is dan ook ongegrond, zodat de grieven in zoverre falen.

4.10 Hetgeen overigens nog door de stichting is aangevoerd kan niet leiden tot een ander oordeel.

4.11 De slotsom is dat grief II gedeeltelijk slaagt en dat de grieven voor het overige falen.

Dit brengt mede dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd voor zover de kantonrechter in zijn brief van 17 oktober 2008 heeft voorgeschreven dat de bewindvoerder bij het afleggen van haar rekening en verantwoording van een bepaald model gebruik moet maken en dat die beschikking voor het overige moet worden bekrachtigd.

4.12 Deze beschikking wordt gegeven inzake het bewind van [belanghebbende].

De bewindvoerder heeft in haar beroepschrift aangevoerd dat als belanghebbenden behalve [belanghebbende] ook de 27 overige in de bestreden beschikking genoemde rechthebbenden moeten worden aangemerkt. De bewindvoerder heeft van die rechthebbenden echter geen volledige namen en adressen genoemd en die rechthebbenden zijn niet door de griffier van het hoger beroep in kennis gesteld.

Indien de bewindvoerder haar hoger beroep met betrekking tot die andere belanghebbenden wenst voort te zetten, dient zij dat binnen een maand na de datum van deze beschikking aan de griffier van het hof schriftelijk te berichten en daarbij de volledige namen en adressen van de (op te roepen) belanghebbenden op te geven. In dat geval zullen de overige belanghebbenden alsnog moeten worden opgeroepen en zal ook ten aanzien van hen een mondelinge behandeling moeten plaatsvinden.

Indien een dergelijke opgave achterwege zal blijven (waarvoor reden kan zijn, indien de bewindvoerder zal blijken dat de kantonrechter ook in de andere zaken genoegen zal nemen met een deugdelijke rekening en verantwoording zonder het in de brief van 17 oktober 2008 genoemde model), zal het hoger beroep van de bewindvoerder ten aanzien van de andere belanghebbenden worden verworpen, nu in dat geval door een omissie in het beroepschrift geen hoor en wederhoor heeft kunnen plaatsvinden.

5. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

in de zaak van [belanghebbende]:

vernietigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Zutphen, sector kanton, locatie Apeldoorn en Harderwijk) van 19 november 2010, voor zover de kantonrechter in zijn brief aan de bewindvoerder van 17 oktober 2008 heeft voorgeschreven dat de bewindvoerder bij het afleggen van rekening en verantwoording gebruik dient te maken van een bijgevoegd model;

bekrachtigt de voornoemde beschikking voor het overige;

in de zaak van de overige belanghebbenden:

bepaalt dat de bewindvoerder voor 9 september 2011 bij brief aan de griffier zal opgeven of zij het hoger beroep ten aanzien van de overige belanghebbenden wenst voort te zetten en dat zij bij een positieve beantwoording de volledige namen en adressen van die belanghebbenden zal noemen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Loo, B.M. Mens en F.M.P.M. Strengers, bijgestaan door mr. E. Baan als griffier, en is op 9 augustus 2011 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.