Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BR4261

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
03-08-2011
Datum publicatie
05-08-2011
Zaaknummer
24-000866-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Fotoherkenning (opsporingsconfrontatie). Beoordelingscriteria voor betrouwbaarheid herkenning.

Verdachte wordt ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij insluipingen bij oudere vrouwen, waarbij pinpassen uit de woningen zijn weggenomen. Met de pinpassen is vervolgens geld gepind. Verdachte is herkend als de persoon die geld opneemt met de weggenomen pinpassen, maar ontkent zelf alle betrokkenheid bij de feiten. In het dossier bevinden zich geen andere bewijsmiddelen dan de herkenning van verdachte op de beelden. Die fotoherkenningen kunnen naar het oordeel van het niet dienen als bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Derhalve volgt vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

NEVENZITTINGSPLAATS LEEUWARDEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000866-11

Uitspraak d.d.: 4 augustus 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 april 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1983],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 16 juni 2011 en 21 juli 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van de feiten 3 subsidiair, 4 primair, 5 subsidiair, 6 primair, 9 subsidiair, 10 primair en 11 tot een gevangenisstraf van 18 maanden.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zal toewijzen gelijk als de rechtbank heeft gedaan en de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 4] niet-ontvankelijk zal verklaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. M.G.C. van Riet, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraken van de feiten 1, 2, 7 en 8,

kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis voor zover vatbaar voor beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na toewijzing van de vordering nadere omschrijving van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover voor dit hoger beroep van belang - tenlastegelegd dat:

3.

(zaaksproces-verbaal nr. 3)

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 31 december 2009 tot en met

1 januari 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aan de [straat] gelegen woning heeft weggenomen diverse, althans een, pinpas(sen) (ING), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met

2 november 2010 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) pinpas(sen) (t.n.v. [benadeelde 1] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s), ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die pinpas(sen) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

4.

(zaaksproces-verbaal nr. 3)

hij op of omstreeks 01 januari 2010 in de gemeente [gemeente] (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen -ongeveer- 500,00 Euro, althans telkens een geldbedrag, in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met

2 november 2010 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) pinpas(sen) (t.n.v. [benadeelde 1] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die pinpas(sen) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

5.

(zaaksproces-verbaal nr. 4)

hij op of omstreeks 10 maart 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een aan de [straat] gelegen woning) heeft weggenomen diverse pinpassen (waaronder een creditcard van de ABN-Amro en/of een pinpas van de ING en/of een pinpas van de ABN-Amro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 maart 2010 tot en met

2 november 2010 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) pinpas(sen) (t.n.v. [benadeelde 2] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die pinpas(sen) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

6.

(zaaksproces-verbaal nr. 4)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks 10 maart 2010 in de gemeente [gemeente] en/of te [gemeente] (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen telkens een geldbedrag (in totaal -ongeveer- 7.006,05 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 maart 2010 tot en met

2 november 2010 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) pinpas(sen) (t.n.v. [benadeelde 2] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die pinpas(sen) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

9.

(zaaksproces-verbaal nr. 8)

hij op of omstreeks 4 september 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een aan de [straat] gelegen woning) heeft weggenomen een portemonnee met inhoud (waaronder een ING bank pasje), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien het vorenstaande onder 9 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 september 2010 tot en met

2 november 2010 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een pinpas (t.n.v. [slachtoffer] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die pinpas wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

10.

(zaaksproces-verbaal nr. 8)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks 4 september 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 250 Euro en/of 570 Euro, in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

althans, indien het vorenstaande onder 10 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 september 2010 tot en met

2 november 2010 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een pinpas (t.n.v. [slachtoffer] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die pinpas wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

11.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met

2 november 2010, in de gemeente [gemeente] en/of [gemeente] en/of [gemeente] en/of [gemeente] en/of [gemeente] en/of [gemeente], althans (telkens) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten

- (zaaksproces-verbaal nr. 1)

(een) pinpas(sen) t.n.v. [benadeelde 4] en/of een setje gouden oorbellen, althans het geldbedrag wat is voortgevloeid uit de verkoop hiervan en/of (ongeveer) 4500,00 Euro, althans een geldbedrag en/of

- (zaaksproces-verbaal nr. 2)

(een) pinpas(sen) t.n.v. [benadeelde 3] en/of een portemonnee met inhoud (waaronder ongeveer 37 Euro en/of ongeveer 1164,77 Euro en/of ongeveer, 1250,00 Euro, althans telkens een geldbedrag en/of

- (zaaksproces-verbaal nr. 3)

(een) pinpas(sen) t.n.v. [benadeelde 1] en/of ongeveer 500,00 Euro, althans een

geldbedrag en/of

- (zaaksproces-verbaal nr. 4)

(een) pinpas(sen) t.n.v. [benadeelde 2] en/of ongeveer 7006,05 Euro, althans een geldbedrag en/of

- (zaaksproces-verbaal nr. 6)

(een) pinpas(sen) t.n.v. [slachtoffer] en/of een tas met inhoud (waaronder een portemonnee met daarin ongeveer 70,00 Euro, althans een geldbedrag en/of twee taxi passen en/of een menzis pas en/of een identiteitsbewijs t.n.v. [slachtoffer]

- (zaaksproces-verbaal nr. 7)

(een) pinpas(sen) t.n.v. [slachtoffer] en/of een tas met inhoud (waaronder een portemonnee met diverse -bank-pasjes en/of twee briefjes van twintig Euro, althans een geldbedrag en/of een paspoort/id-kaart t.n.v. [slachtoffer] en/of

- (zaaksproces-verbaal nr. 8)

(een) pinpas(sen) t.n.v. [slachtoffer] en/of ongeveer 250,00 Euro en/of ongeveer 570,00 Euro, althans telkens een geldbedrag,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op (een) voorwerp(en), te weten

- bovengenoemde goederen

was of wie bovenomschreven voorwerp, te weten

- bovengenoemde goederen

voorhanden had, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit het misdrijf/misdrijven.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 3 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair, 5 primair en subsidiair, 6 primair en subsidiair, 9 primair en subsidiair, 10 primair en subsidiair en 11 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bij een aantal oudere vrouwen zijn bij insluipingen in hun woning onder meer pinpassen weggenomen, waarmee vervolgens geldbedragen zijn gepind. Verdachte is op camerabeelden van bewakingscamera's herkend als de persoon die geld opneemt met de weggenomen pinpassen. Anders dan de herkenningen van verdachte op die beelden, bevinden zich in het dossier geen bewijsmiddelen die de betrokkenheid van verdachte bij de tenlastegelegde feiten ondersteunen. Door verdachte wordt alle betrokkenheid bij de tenlastegelegde feiten ontkend en verdachte stelt niet de persoon op de beelden te zijn.

Door en namens verdachte is ter terechtzitting van het hof naar voren gebracht dat vorenbedoelde herkenningen niet voldoen aan daaraan te stellen eisen en onbetrouwbaar zijn. Derhalve kunnen die herkenningen niet bijdragen aan het bewijs dat verdachte de tenlastegelegde feiten zou hebben begaan, aldus de raadsvrouw.

Het hof stelt het volgende voorop. In het algemeen kan niet worden gezegd dat het bewijs uit een opsporingsconfrontatie, waarbij een tot dan toe niet bekende verdachte van een foto wordt herkend, onbetrouwbaar is en niet als overtuigend bewijs kan worden aangemerkt. Het hof dient te beoordelen of de herkenningen van verdachte op de foto's voldoende betrouwbaar zijn om deze voor het bewijs te gebruiken.

Hoewel het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek (Besluit van 22 januari 2002, Stb. 2002, 46) niet van toepassing is op een (enkelvoudige) fotoconfrontatie zoals de onderhavige, kunnen de aanbevelingen uit dat Besluit wel een rol spelen bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van herkenning bij een opsporingsconfrontatie. Vorenbedoeld besluit is er immers op gericht onbewuste sturing van de menselijke geest en het menselijke herinneringsvermogen te voorkomen. Zo kan bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de herkenning van belang zijn of de (eventuele) getoonde fotoselectie objectief is samengesteld en getoond aan de waarnemer en of in het proces-verbaal van de herkenning nauwkeurig is opgenomen hoe de confrontatie heeft plaatsgevonden en hoe de herkenning heeft plaatsgevonden.

Voor de betrouwbaarheid van de herkenning, kan bovendien van belang zijn of de herkenning heeft plaatsgevonden op basis van specifieke, onderscheidende persoonskenmerken. De kwaliteit van de beelden en de zichtbaarheid van verdachte op de beelden kunnen daarbij een rol spelen. Tot slot kan van belang zijn in welke hoedanigheid en frequentie waarnemer en dader elkaar eerder getroffen hebben.

Het hof stelt in het onderhavige geval vast dat de betrokkenheid van verdachte bij de feiten 3 primair en subsidiair en 4 primair en subsidiair (zaaksproces-verbaal nr. 3) enkel is gebaseerd op de herkenning van verbalisant [verbalisant 1]. Naar het oordeel van het hof kan die herkenning als onderdeel van het proces-verbaal niet dienen als bewijs dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan. Uit het proces-verbaal betreffende de herkenning van videobeelden kan immers niet worden afgeleid dat sprake is geweest van een objectieve en betrouwbare beoordeling door de waarnemer. De foto waarop verbalisant [verbalisant 1] verdachte heeft herkend, is een foto van de zijkant van het gezicht. Bovendien draagt de dader een petje, hetgeen de herkenbaarheid bemoeilijkt. De verbalisant verklaart verdachte te herkennen aan zijn gezicht, kin en jukbeenderen, opvallende neus en de trekken rond zijn mond. Gelet op de slechte kwaliteit van de betreffende foto's in het dossier en het slechts gedeeltelijk zichtbare deel van het gezicht, is het hof van oordeel dat uit vorenbedoeld proces-verbaal onvoldoende blijkt op welke specifieke, onderscheidende kenmerken van verdachte de verbalisant zijn herkenning baseert.

Met betrekking tot de feiten 5 primair en subsidiair en 6 primair en subsidiair (zaaksproces-verbaal nr. 4) is de betrokkenheid van verdachte eveneens in belangrijke mate gebaseerd op de herkenning van verbalisant [verbalisant 1] en op de herkenning van verbalisant [verbalisant 2] en anonieme tips naar aanleiding van een televisie-uitzending waar bewakingsbeelden zijn getoond om de dader te achterhalen.

Naar het oordeel van het hof kunnen de herkenningen niet dienen als bewijs dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan. De herkenning van verbalisant [verbalisant 1] is gebaseerd op beelden van de beveiligingscamerabeelden van de [winkel] te [gemeente]. Die beelden bevinden zich niet in het dossier, zodat het hof de betrouwbaarheid van de herkenning door verbalisant [verbalisant 1] niet kan toetsen. Reeds hierom zal het hof die herkenning buiten beschouwing laten. Hetzelfde geldt voor de herkenning door verbalisant [verbalisant 2]. [verbalisant 2] herkent verdachte uit beelden van een eerdere zaak en naar aanleiding van beelden die op televisie zijn getoond. Beide beelden/foto's bevinden zich niet in het dossier, zodat het hof ook hier de betrouwbaarheid van de herkenning niet kan toetsen. Wel in het dossier bevinden zich foto's van de [winkel] d.d. 10 maart 2010. Deze foto's kunnen echter niet met het onder 5 en 6 tenlastegelegde in verband worden gebracht. De anonieme tips die zich verder in het dossier bevinden vormen onvoldoende bewijs dat verdachte feit 5 en 6 heeft gepleegd.

Ten aanzien van de feiten 9 primair en subsidiair en 10 primair en subsidiair (zaaksproces-verbaal nr. 8) zou de betrokkenheid van verdachte volgen uit de herkenning van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4], die verdachte op de foto's herkennen.

Naar het oordeel van het hof kunnen de herkenningen niet dienen als bewijs dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan. [verbalisant 5] verklaart in een mailbericht dat hij verdachte meent te herkennen op de bewakingsbeelden van het pinautomaat. De herkenning vindt hij echter onvoldoende om een proces-verbaal van herkenning op te maken. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat op de beelden niet het volledige gezicht van de dader is waar te nemen, hetgeen de herkenning bemoeilijkt, zal het hof de herkenning van verbalisant [verbalisant 5] buiten beschouwing laten. Naar aanleiding van de mail van verbalisant [verbalisant 5], verklaart verbalisant [verbalisant 4] dat hij verdachte herkent als zijnde de persoon op de beelden. Hiertoe verklaart verbalisant [verbalisant 4] dat het gezicht op de beelden volledig overeenkomt met het gezicht van verdachte. Naar het oordeel van het hof kan ook de herkenning van verbalisant [verbalisant 4] niet worden gebruikt voor het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. [verbalisant 4] is, door het mailbericht van verbalisant [verbalisant 5], mogelijk geleid in de richting van verdachte. Bovendien houdt de verklaring van verbalisant [verbalisant 4] niet in waaruit die herkenning heeft bestaan. Zo wordt door de verbalisant niet aangegeven aan welke specifieke, onderscheidende persoonskenmerken hij verdachte heeft herkend. Evenmin verklaart verbalisant [verbalisant 4] uit welke hoedanigheid hij verdachte kent, anders dan uit de vergelijking van de foto van verdachte en de bewakingsbeelden van het pinautomaat.

Gelet op het vorenstaande acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, voor zover vatbaar voor hoger beroep, heeft begaan.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 5.348,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 4.674,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 3, 4 en 11 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 300,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 5, 6 en 11 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 150,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 11 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. Voorts is het onder 1 ten laste gelegde niet vatbaar voor hoger beroep. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 2.414,77. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 11 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. Voorts is het onder 2 ten laste gelegde niet vatbaar voor hoger beroep. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen het onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair, 7 primair en subsidiair en 8 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis, voor zover vatbaar voor hoger beroep, en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair, 5 primair en subsidiair, 6 primair en subsidiair, 9 primair en subsidiair,

10 primair en subsidiair en 11 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 1], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 2], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 4], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde 3], in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door

mr. O. Anjewierden, voorzitter,

mr. K. Lahuis en mr. A.J. Rietveld, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kuiper, griffier,

en op 4 augustus 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken,

zijnde mr. K. Lahuis buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.