Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BR3279

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
19-07-2011
Datum publicatie
27-07-2011
Zaaknummer
200.076.873/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Pleegouders tot voogd benoemd; loyaliteitsproblemen niet aannemelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 19 juli 2011

Zaaknummer 200.076.873

HET GERECHTSHOF ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Beschikking in de zaak van

[pleegouders]

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de pleegouders,

appellanten,

advocaat mr. O. Bolluyt, kantoorhoudende te Almere.

tegen

Stichting Bureau Jeugdzorg Flevoland,

kantoorhoudende te Lelystad,

geïntimeerde,

hierna te noemen: BJZ.

Belanghebbenden:

1. [de moeder],

wonende te [woonplaats]

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M.E. Goudriaan, kantoorhoudende te Almere,

2. [de vader],

verblijvende in P.I. Flevoland,

hierna te noemen: de vader.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 9 augustus 2010 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad (hierna: de rechtbank), het verzoek van de pleegouders tot het verkrijgen van de voogdij over de minderjarige [kind], geboren [in 2001], afgewezen.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 8 november 2010, hebben de pleegouders verzocht de beschikking van 9 augustus 2010 te vernietigen en opnieuw beslissende te bepalen dat zij worden belast met de voogdij over [kind], met ingang van de datum van de beschikking, dan wel een datum die het hof juist acht.

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 21 december 2010, heeft de moeder het verzoek bestreden en het hof verzocht de pleegouders niet-ontvankelijk te verklaren in het beroep, dan wel het beroep af te wijzen en de beschikking te bekrachtigen.

Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad) een brief van 5 januari 2011 met de raadsrapportage van 19 mei 2009 als bijlage en een brief van 26 april 2011, waarin de raad aangeeft niet ter zitting aanwezig te zullen zijn, alsmede van mr. Bolluyt een faxbrief van 5 mei 2011 met bijlagen en tevens per post toegezonden per brief van 9 mei 2011.

Ter zitting van 11 mei 2011 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de pleegouders, bijgestaan door mr. Bolluyt, mevrouw Vogelzang namens BJZ, de moeder, bijgestaan door mr. Goudriaan, en de vader.

De beoordeling

Inleiding

1. Uit de relatie van de moeder en de vader is [kind] geboren. In augustus 2001 zijn de ouders van [kind] uit elkaar gegaan.

De pleegouders van [kind] zijn de grootouders van vaderszijde. Zij zorgen voor [kind] vanaf het moment dat hij vijftien maanden oud was.

Bij beschikking van 18 oktober 2005 heeft de rechtbank de moeder van [kind] ontheven uit het ouderlijk gezag en is BJZ benoemd tot voogdes over [kind].

De overwegingen

2. [kind] is met instemming van BJZ, de voogdes, in het gezin van de pleegouders geplaatst. Zij hebben hem meer dan een jaar verzorgd en opgevoed anders dan uit hoofde van een ondertoezichtstelling of plaatsing onder voorlopige voogdij. Op grond van art. 1:299a BW kunnen de pleegouders dan ook verzoeken hen tot voogd te benoemen. Gebleken is dat BJZ niet bereid is zich als voogdes te doen ontslaan. Ingevolge lid 4 van voornoemd artikel dient dan de vraag te worden beantwoord of het verzoek van de pleegouders in het belang van [kind] moet worden geacht.

3. De moeder wenst een uitgebreide rapportage van de raad over de wenselijkheid van de voogdijwijziging. Het hof acht zich echter op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting voldoende geïnformeerd om over de voorliggende vraag te kunnen beslissen. Het hof zal dan ook geen nader onderzoek bepalen.

4. De pleegouders verzoeken hen tot voogd te benoemen, omdat het nu goed gaat met [kind] en zij dan zelf beslissingen kunnen nemen en hulpverlening kunnen regelen zonder op handtekeningen van BJZ te moeten wachten. Zij wijzen erop dat er bijna tot geen communicatie is met de huidige voogdes.

De vader steunt het verzoek van de pleegouders. De vader meent dat toewijzing van het verzoek van de pleegouders in het belang van [kind] is.

BJZ en de moeder zijn het tegendeel van mening. De moeder is het niet eens met het verzoek, met name omdat zij bang is dat daardoor de omgangsregeling met [kind] belemmerd zal worden. BJZ brengt tegen het verzoek in dat [kind] daardoor last zal (kunnen) krijgen van een loyaliteitsconflict. De raad adviseert negatief met betrekking tot het verzoek, omdat er wrijving kan ontstaan omdat de moeder niet instemt, en omdat de sociaal-emotionele ontwikkeling van [kind] zorgelijk is.

5. Het hof acht het meest in het belang van [kind] om het verzoek toe te wijzen gelet op het volgende.

6. Uit de stukken komt naar voren dat de grootouders al lange tijd een stabiele rol spelen in het leven van [kind]. De raad heeft in zijn rapport van 19 mei 2009 onder meer geadviseerd de pleegouders opvoedingsondersteuning te bieden. In het gezin is daarom Intensieve Pedagogische Thuishulp (hierna: IPT) ingezet. Het eindverslag van 6 september 2010 vermeldt dat de ontwikkeling van [kind] past bij zijn leeftijd en dat de communicatie tussen de pleegouders en [kind] adequaat is. Uit de rapportage van de pleegzorginstantie, in het geding gebracht namens de pleegouders bij brief van 5 mei 2011, blijkt dat [kind] steeds meer tot rust komt en hier wel bij vaart. De huidige voogdes heeft ter zitting van het hof aangegeven, dat er geen zorgen zijn over de leefsituatie van de pleegouders en hun verzorging en opvoeding van [kind] en dat hij op school goed meedoet. De moeder heeft ook laten weten dat de ontwikkeling van [kind] goed gaat en dat de rust voor [kind] gecontinueerd moet worden.

7. De moeder wil toewerken naar een herstel van haar ouderlijk gezag over [kind] en naar een terugkeer van [kind] bij haar in de toekomst. Net als voor andere opgroeiende kinderen geldt dat [kind] gebaat is bij rust en stabiliteit. De mogelijkheid tot hereniging met de ouder(s) en de onzekerheid hieromtrent kunnen het hechtingsproces in het pleeggezin verstoren. Aan het belang van het kind bij continuïteit van de opvoedingssituatie en een ongestoord hechtingsproces moet zwaarwegende betekenis worden toegekend. Het hof acht het meest in het belang van [kind] dat voor hem en zijn pleegouders duidelijk is dat zijn verblijfplaats in principe bij de pleegouders blijft. Een wijziging van de voogdij naar de pleegouders zal bijdragen aan die duidelijkheid.

Daar komt bij dat [kind] blijkens het rapport van pleegzorg zelf ook aangegeven heeft dat hij graag bij de pleegouders wil blijven wonen.

8. Volgens BJZ zijn er zorgen over het loyaliteitsconflict waar [kind] mogelijk last van heeft of kan krijgen. De IPT heeft ook aangegeven dat [kind] hinder ondervindt van de moeizame communicatie tussen de pleegouders en de grootouders moederszijde en dat daaraan gewerkt moet worden. De moeder wijst erop dat er aandacht moet blijven voor de ruimte die [kind] krijgt om zijn loyaliteitsgevoelens te uiten zowel bij de pleegouders als bij de moeder/grootouders moederszijde. De pleegzorg heeft aangegeven dat daarvoor een aanvraag is ingediend voor integratieve kindertherapie bij Spelenderwijs in Almere bij BJZ, maar dat er nog gewacht wordt op de indicatie. IPT heeft ervaren dat de pleegouders zich ervan bewust zijn en zich ervoor inspannen dat ze [kind] buiten de spanning en eventuele conflicten houden die tussen de grootouderparen bestaan. Ook ter zitting heeft de pleegvader laten weten zich te realiseren dat [kind] niet in de communicatie tussen hen betrokken dient te worden.

9. Zoals de pleegouders hebben aangegeven, hoeven zij niet op BJZ te wachten als zij zelf de voogdij krijgen, maar kunnen ze zelf zorgen voor hulpverlening.

Het contact van de pleegouders met de school van [kind] is goed. Uit de informatie van pleegzorg en het eindverslag van IPT blijkt niet dat de samenwerking van de pleegouders met de hulpverlening niet goed is geweest. Het hof begrijpt dat de pleegouders de thans aangeraden therapie hebben willen bespoedigen, maar dat er nog gewacht wordt op de indicatie van BJZ. Het hof heeft er vertrouwen in dat, ook als de pleegzorg wegvalt, de pleegouders in staat zijn de nodige hulpverlening voor [kind] in te schakelen en toe te laten in hun gezin.

10. Voornoemde zorgen over het loyaliteitsconflict waarin [kind] mogelijk verkeert of komt te verkeren brengen dan ook naar het oordeel van het hof niet mee dat de toewijzing van het verzoek tot voogdijwijziging niet in zijn belang zal zijn.

11. BJZ heeft aangegeven, dat zij nog een zelfstandige rol wil blijven spelen in het leven van [kind], maar heeft ook laten weten dat zij dat niet kan waarmaken. Zij geeft aan dat bemiddeling door een neutrale partij tussen de pleegouders enerzijds en de moeder en de grootouders moederszijde anderszijds nodig is, omdat er anders geen omgang zal zijn, maar heeft tegelijkertijd ook opgemerkt dat bemiddeling volgens haar niet tot het gewenste resultaat zal leiden.

De pleegouders hebben onbestreden aangevoerd dat ze akkoord waren met het verzoek van de moeder en haar ouders om [kind] mee op vakantie te nemen, en dat ze dat via BJZ moesten regelen, maar dat dat niet via BJZ gelukt is maar via de pleegzorg.

Hieruit, noch anderszins is het hof gebleken dat de rol van BJZ zodanig groot is dat het belang van [kind] mee dient te brengen dat het verzoek van de pleegouders afgewezen moet worden.

12. De moeder is bang dat de toewijzing van het verzoek gevolgen heeft voor haar omgangsregeling met [kind].

Er is regelmatig contact tussen [kind] en de moeder en grootouders moederszijde. De omgangsregeling tussen [kind] en de moeder en grootouders moederszijde is per oktober 2010 verdubbeld naar een weekend per twee weken. Die weekenden verlopen rustig, zo heeft pleegzorg aangegeven. BJZ heeft bij de raad aangegeven, dat de omgang goed verloopt.

De pleegouders willen voornoemde omgang tussen [kind] en de moeder en grootouders moederszijde niet in de weg staan en hebben aangegeven open te staan ook voor extra omgangsmomenten bijvoorbeeld als de omgang niet door is gegaan in verband met ziekte of voor een vakantie. Dat vindt steun in de toestemming van de pleegouders aan de moeder en haar ouders om [kind] mee op vakantie te nemen. Het hof gaat er vanuit dat de pleegouders goed zullen blijven omgaan met voornoemde omgangsregeling, ook bij eventuele strubbelingen. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan die intentie. De pleegouders doen er echter wel verstandig aan om te blijven werken aan verbetering van de verstandhouding met de moeder en grootouders moederszijde.

13. Ter zitting van het hof is ter sprake gekomen dat de moeder graag meer informatie over [kind] van de pleegouders ontvangt, zoals bijvoorbeeld zijn schoolrapporten. Niet weersproken is dat er een afspraak is dat de pleegouders beide ouders informeren over [kind]. De pleegvader heeft ter zitting van het hof erkend dat het niet wenselijk is dat de communicatie met de moeder en grootouders moederszijde via [kind] zelf verloopt. Het hof gaat ervan uit dat de pleegouders de afspraken over de informatievoorzieningen zullen naleven en dat zij daarin [kind] niet zullen betrekken.

14. Met name op grond van het feit, dat het goed gaat met [kind] in het gezin van de pleegouders alwaar hij thans bijna 9 jaar verblijft, en het in zijn belang is dat er duidelijkheid is over zijn definitieve verblijfplaats, is het hof dan ook van oordeel dat het meest in het belang van [kind] is dat de pleegouders belast worden met de voogdij over [kind]. De zorg over het mogelijke loyaliteitsconflict van [kind] weegt daar niet tegen op. Dat geldt ook voor de zorg van de moeder over haar omgangsregeling met [kind]. Het hof heeft er vertrouwen in dat de omgangsregeling tussen [kind] en de moeder/grootouders moederszijde wordt voortgezet en dat de afspraken en toezeggingen door de pleegouders worden nagekomen.

15. Nu het hof de pleegouders als voogd benoemt, zal het hof BJZ als voogdes ontslaan. Een en ander met ingang van heden, zoals door de pleegouders is verzocht.

Slotsom

16. Op grond van het voorgaande zal het hof beslissen als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep met ingang van heden;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

ontslaat BJZ met ingang van heden als voogdes over de minderjarige [kind], geboren [in 2001];

belast [pleegouders] (de pleegouders) met ingang van heden met de voogdij over [kind];

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

verzoekt de griffier van het gerechtshof Leeuwarden om de griffier van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad (waar het gezagsregister wordt gehouden) op de hoogte te stellen van voornoemde beslissingen;

wijst af het meer of anders verzochte.

De beschikking is gegeven door mrs. M.P. den Hollander, voorzitter, A.H. Garos en E.M. Kostense, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 19 juli 2011 in het bijzijn van de griffier.