Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BR1731

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-07-2011
Datum publicatie
15-07-2011
Zaaknummer
24-002237-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van diefstal m.b.v. een valse sleutel tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. Verdachte heeft op punten wisselende en tegenstrijdige verklaringen afgelegd en geen enkele redelijke verklaring gegeven voor zijn stelling dat de verklaringen van twee getuigen/medeverdachten niet zouden kloppen, terwijl de situatie - gelet op de aanwezigheid van verdachte op de plaats delict rond het tijdstip van de inbraak - vraagt om een verklaring. De verklaring die verdachte heeft gegeven voor zijn aanwezigheid vlakbij de woning van aangever rond het tijdstip van de inbraak acht het hof ongeloofwaardig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

nevenzittingplaats Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002237-10

Uitspraak d.d.: 15 juli 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 september 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1963],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 juli 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar. De advocaat-generaal heeft gevorderd de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk te verklaren. De advocaat-generaal heeft voorts ten aanzien van het beslag gevorderd teruggave van de kettingen [naam] en [naam] aan [benadeelde] als rechthebbende en bewaring ten behoeve van de rechtmatige eigenaren van het overige beslag. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw, mr. D.G. Nagel, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, nu het hof tot een andere bewezenverklaring komt, en zal opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 11 augustus 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aan het [adres] gelegen woning heeft weggenomen een groot aantal sieraden, waaronder

- een gouden naamscollier ([naam]) en/of een gouden collier met een gouden hanger (met naam [naam] (19,1 gram) en/of

- een gouden armband en/of een gouden koningsarmband (23,9 gram) en/of

- een gouden koningscollier (37 gram) en/of

- een gouden koningscollier en/of een gouden collier (32.7 gram) en/of

- een gouden ring met kleursteen (rood) (9 gram) en/of

- een diamanten ring (5,2 gram) en/of

- twee diamanten ringen waarvan de middensteen eruit zijn (12,5 gram),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 11 augustus 2009 tot en met 14 augustus 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland,

- een gouden naamscollier ([naam]) en/of een gouden collier en/of een gouden hanger (met naam [naam] (19,1 gram) en/of

- een gouden armband en/of een gouden koningsarmband (23,9 gram) en/of

- een gouden koningscollier (37 gram) en/of

- een gouden koningscollier en/of een gouden collier (32.7 gram) en/of

- een gouden ring met kleursteen (rood) (9 gram) en/of

- een diamanten ring (5,2 gram) en/of

- twee diamanten ringen waarvan de middensteen eruit zijn (12,5 gram),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

- dat gouden naamscollier ([naam]) en/of dat gouden collier en/of die gouden hanger (met naam [naam] (19,1 gram) en/of

- die gouden armband en/of die gouden koningsarmband (23,9 gram) en/of

- dat gouden koningscollier (37 gram) en/of

- dat gouden koningscollier en/of dat gouden collier (32.7 gram) en/of

- die gouden ring met kleursteen (rood) (9 gram) en/of

- die diamanten ring (5,2 gram) en/of

- die twee diamanten ringen waarvan de middensteen eruit zijn (12,5 gram),

wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Verdachte ontkent het ten laste gelegde te hebben begaan. Het hof stelt niettemin vast dat voor de betrokkenheid van verdachte bij het primair ten laste gelegde feit wettig bewijs voorhanden is.

Op basis van de verklaringen in het dossier stelt het hof het volgende vast.

Op 11 augustus 2009, tussen 9 en 10 uur 's ochtends, is ingebroken in het huis van aangever [benadeelde] op [adres] te [plaats]. Hierbij is onder meer een aantal sieraden gestolen.

Verdachte is op 11 augustus 2009 iets na 09.00 uur in de directe nabijheid van de woning van aangever in [plaats] geweest (p. 247).

[getuige 1] heeft voor 30 euro een ring gekregen van verdachte. [benadeelde] heeft deze ring herkend als een van de sieraden die op 11 augustus 2009 uit zijn woning zijn gestolen. [getuige 1] heeft deze ring vervolgens teruggegeven aan [benadeelde].

[getuige 2] heeft omstreeks half augustus 2009 een aantal sieraden van verdachte gekregen, welke sieraden [getuige 2] vervolgens op 14 augustus 2009 bij de Stadsbank van Lening te Amsterdam heeft beleend. Aangever [benadeelde] heeft van deze sieraden een gouden naamcollier '[naam]', een gouden collier met een gouden hanger '[naam]' herkend als zijnde bij hem gestolen op 11 augustus 2009.

Namens verdachte wordt de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] betwist. Het hof heeft echter geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van hun verklaringen te twijfelen. De verklaring van [getuige 1] wordt bevestigd door de herkenning van de ring door aangever. Voorts wordt de verklaring van [getuige 2] ondersteund door een emailbericht van de Stadsbank van Lening en de herkenning door aangever van enkele aldaar daadwerkelijk aangetroffen sieraden.

Bovendien acht het hof van belang dat verdachte zelf op punten wisselende en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd en dat verdachte geen enkele redelijke verklaring heeft gegeven voor zijn stelling dat de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] niet zouden kloppen, terwijl de situatie - gelet op de aanwezigheid van verdachte op de plaats delict rond het tijdstip van de inbraak - vraagt om een verklaring. De verklaring die verdachte heeft gegeven voor zijn aanwezigheid vlakbij de woning van aangever rond het tijdstip van de inbraak acht het hof ongeloofwaardig.

Gelet op het voorgaande acht het hof boven redelijke twijfel verheven dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 11 augustus 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een aan het [adres] gelegen woning heeft weggenomen sieraden, waaronder

- een gouden naamscollier ([naam]) en een gouden collier met een gouden hanger (met naam [naam] (19,1 gram),

toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het primair bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een aantal sieraden, waaronder twee gouden kettingen met namen en een ring, uit een woning. Verdachte heeft aldus inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander. Woninginbraken veroorzaken veel onrust en overlast voor de bewoners. Bovendien heeft verdachte hierdoor een ernstige inbreuk gemaakt op de privacy van de slachtoffers.

Verdachte heeft zich blijkens een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 20 mei 2011 meermalen schuldig gemaakt aan strafbare feiten, waaronder ook vermogensdelicten.

Verdachte heeft verklaard verdovende middelen te gebruiken en een forse financiële schuld te hebben. Het hof ziet hierin het kennelijke motief voor het bewezenverklaarde.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met oplegging van een werkstraf passend en geboden. Het door de advocaat-generaal gevorderde aantal uren werkstraf acht het hof echter niet toereikend in verband met de ernst van het primair bewezenverklaarde en het hof zal dit daarom verhogen tot het aantal uren van na te melden omvang.

Beslag

Het hof zal de teruggave gelasten aan [benadeelde] als rechthebbende van de in beslag genomen twee gouden kettingen met naam [naam] en [naam], nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet verzet.

Nu met betrekking tot de overige in beslag genomen goederen (2 stuks Sieraad Goud, Strakke armband en een schakelarmband, 1 Sieraad Goud Koningscollier, 2 stuks Sieraad Goud Koningscollier en dun collier, 1 Sieraad Goud Ring met rode kleur steen, 1 Sieraad Ring met grote diamant, 2 stuks Sieraad Goud Fantasie ringen ingezet met diamanten) geen persoon als rechthebbende kan worden aangewezen, zal het hof met betrekking tot die voorwerpen de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg op de in artikel 51b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering voorziene wijze in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt uiteindelijk EUR 4500. De politierechter heeft bij het vonnis waarvan beroep niet beslist op de vordering van de benadeelde partij, zodat de vordering geacht moet worden te zijn afgewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep op de voet van artikel 421, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering in verbinding met artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering, opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Ter terechtzitting van het hof heeft de benadeelde partij zijn vordering toegelicht. Hieruit blijkt dat hij een bedrag van EUR 4500 vordert, te weten een bedrag van EUR 10.000 in verband met gestolen goederen minus een bedrag van EUR 2500 dat hij van de verzekering heeft ontvangen en een bedrag van EUR 3000 in verband met een reeds terug ontvangen ring.

Het hof zal de teruggave aan de benadeelde partij gelasten van de inbeslaggenomen kettingen "[naam]" en "[naam]", waarvan de waarde door de benadeelde partij ter terechtzitting van het hof op EUR 600 is geschat. Verdachte is in zoverre niet tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering voor dit deel zal worden afgewezen.

Voor het overige is onvoldoende gebleken dat de gestelde schade door het bewezenverklaarde handelen van verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom voor het overige in de vordering niet worden ontvangen.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren werkstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan [benadeelde] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2.00 STK; Sieraad KL: Goud. Gouden ketting met naam [naam] en [naam].

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2 STK: Sieraad KL: Goud Strakke armband en een schakelarmband

1 STK: Sieraad KL: Goud Koningscollier

2 STK: Sieraad KL: Goud Koningscollier en dun collier

1 STK: Sieraad KL: Goud Ring met rode kleur steen

1 STK: Sieraad Ring met grote diamant

2 STK: Sieraad KL: Goud Fantasie ringen ingezet met diamanten.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van EUR 600,00 (zeshonderd euro) aan materiële schade af.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door

mr. J. Dolfing, voorzitter,

mr. D.J. Keur en mr. H.J. Deuring, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. W. Landstra, griffier,

en op 15 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.