Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BR1721

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-07-2011
Datum publicatie
15-07-2011
Zaaknummer
24-001479-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belediging van verbalisanten. Geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de verbalisanten. Veroordeling tot een geldboete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

nevenzittingsplaats Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001479-07

Uitspraak d.d.: 15 juli 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 13 juni 2007 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1940],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 9 januari 2008, 16 oktober 2008, 26 mei 2009, 20 juli 2010 en 1 juli 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een geldboete van EUR 240,00, subsidiair 4 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.J.D. van Doleweerd, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Door verdachte is onbeperkt appel ingesteld, terwijl tegen het onder 2 tenlastegelegde geen hoger beroep voor verdachte openstaat op grond van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank heeft verdachte immers vrijgesproken van vorenbedoeld feit. Derhalve kan verdachte in zoverre niet in het hoger beroep worden ontvangen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep en voor zover aan hoger beroep onderworpen vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - voor zover aan hoger beroep onderworpen - tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 november 2006 in de gemeente [gemeente], opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1], hoofdagent van politie, regio IJsselland dictrict Noord en/of [verbalisant 2], agent van politie, regio IJsselland dictrict Noord en/of [verbalisant 3], brigadier van politie, regio IJsselland dictrict Noord en/of [verbalisant 4], hoofdagent van politie, regio IJsselland dictrict Noord, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jullie zijn zotten." en/of "U bent niet meer dan de fascisten uit 1933 die een regiem hadden waarin miljoenen joden zijn vermoord." en/of "Jullie zijn nog minder dan vuilnismannen en rioolwerkers, jullie zijn door iedereen gehaat.", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof heeft de onderhavige zaak tegen verdachte gelijktijdig - doch niet gevoegd - behandeld met de zaken met parketnummers 24-003022-07, 24-000125-09 en 24-002173-09. Al deze zaken hebben - volgens de tenlasteleggingen - betrekking op een periode van ongeveer 2,5 jaar, die werd afgesloten met het laatste feit in mei 2009. Het betreft een afgebakende en relatief korte periode, terwijl deze thans 71-jarige verdachte geen noemenswaardig strafblad heeft. In al deze zaken is sprake van situaties waarin verdachte in conflict is geraakt met een groot aantal mensen in uiteenlopende omstandigheden en van meerdere disciplines. Uit het dossier, waaronder een verkorte psychiatrische rapportage, en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van het hof is duidelijk geworden dat verdachte in deze periode overwerkt was en snel gefrustreerd raakte. Aldus kon hij geprikkeld reageren in verschillende situaties. Het hof behandelt ook de onderhavige zaak tegen deze achtergrond.

In de onderhavige zaak is ten laste gelegd een belediging die iemand mondeling in zijn tegenwoordigheid is aangedaan. In een dergelijk geval moet een uitlating als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking heeft die ander aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is zal bij woorden waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan.

Uit het dossier blijkt de volgende gang van zaken.

In de avond van 6 november 2006 willen verbalisant [verbalisant 3], [verbalisant 4], [verbalisant 1] en [verbalisant 2] verdachte aanhouden op verdenking van mishandeling van een collectant. Verdachte zegt aldus het proces-verbaal vervolgens tegen de verbalisanten dat zij een stelletje zotten zijn. Tijdens de overbrenging van verdachte naar de plaats van voorgeleiding zegt verdachte aldus het proces-verbaal van aanhouding tegen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] "U bent niet meer dan de fascisten uit 1933 die een regiem hadden waarin miljoenen joden zijn vermoord" en "Jullie zijn nog minder dan vuilnismannen en rioolwerkers, jullie zijn door iedereen gehaat". Verbalisanten voelen zich door de uitlatingen van verdachte beledigd.

Verdachte ontkent de verbalisanten zotten te hebben genoemd en verklaart te hebben gezegd dat het "van de zotte" was.

Het hof ziet geen aanleiding verdachte te volgen in deze stelling. Hierbij acht het hof van belang dat de verklaringen van de verbalisanten in het proces-verbaal van bevindingen duidelijk zijn. Bovendien heeft verbalisant [verbalisant 3] in zijn verhoor door de rechter-commissaris in november 2009 zijn verklaring herhaald en zijn de andere verbalisanten tijdens hun verhoor door de rechter-commissaris in november 2009 niet op hun verklaring teruggekomen, zij het dat zij, in verband met tijdsverloop, zich de gang van zaken niet meer exact herinneren. De verklaringen van de verbalisanten komen op hoofdlijnen met elkaar overeen. Het hof ziet derhalve geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de verbalisanten.

Het hof zal de verklaring die verdachte tegenover de politie heeft afgelegd niet tot het bewijs bezigen en laat het door de raadsman van verdachte gevoerde Salduz verweer daarom verder onbesproken.

Het hof stelt vast dat in de tenlastelegging als pleegplaats staat vermeld "in de gemeente [gemeente]". Uit de bewijsmiddelen blijkt evenwel dat verdachte het feit deels heeft gepleegd terwijl hij werd overgebracht van [plaats 1] naar [plaats 2]. Ter terechtzitting van het hof is deze kwestie besproken. Het hof stelt vast dat het de kennelijke bedoeling van de opsteller van de tenlastelegging is geweest om aan verdachte te verwijten dat hij op die dag tijdens het overbrengen van verdachte op dat moment verbalisanten heeft beledigd. Het hof zal derhalve het ten laste gelegde "gemeente [gemeente]", waar nodig, verbeterd lezen als "op het traject van [plaats 1] naar [plaats 2]" en dit feit bewezenverklaren zoals hierna weergegeven.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 06 november 2006 in de gemeente [gemeente], opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 1], hoofdagent van politie, regio IJsselland dictrict Noord en [verbalisant 2], agent van politie, regio IJsselland dictrict Noord en [verbalisant 3], brigadier van politie, regio IJsselland dictrict Noord en [verbalisant 4], hoofdagent van politie, regio IJsselland dictrict Noord, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jullie zijn zotten."

en hij omstreeks 06 november 2006 op het traject van [plaats 1] naar [plaats 2] opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 1], hoofdagent van politie, regio IJsselland dictrict Noord en [verbalisant 2], agent van politie, regio IJsselland dictrict Noord, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "U bent niet meer dan de fascisten uit 1933 die een regiem hadden waarin miljoenen joden zijn vermoord." en "Jullie zijn nog minder dan vuilnismannen en rioolwerkers, jullie zijn door iedereen gehaat.".

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Op of omstreeks 6 november 2006 heeft verdachte een viertal verbalisanten beledigd. Verdachte heeft met zijn handelen blijk gegeven van een gebrek aan respect jegens politieambtenaren. Door zo te handelen heeft verdachte het gezag van de politie ondermijnd en de agenten in hun eer en goede naam aangetast.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiƫle Documentatie d.d. 20 mei 2011, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten.

Alles overwegende acht het hof de oplegging van een geldboete gelijk aan die welke de politierechter heeft opgelegd en de advocaat-generaal heeft gevorderd, passend en geboden.

Het hof ziet gelet op de ernst van het feit geen aanleiding voor toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, zoals door de raadsman is verzocht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 57, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen het onder 2 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het hoger beroep onderworpen, en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 240,00 (tweehonderdveertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. H.J. Deuring, voorzitter,

mr. D.J. Keur en mr. J. Dolfing, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. W. Landstra, griffier,

en op 15 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.