Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BR1349

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-07-2011
Datum publicatie
12-07-2011
Zaaknummer
24-000496-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft een verdachte wegens diefstal met braak en belediging van een ambtenaar veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

nevenzittingsplaats Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000496-10

Uitspraak d.d.: 12 juli 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 16 februari 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1969],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde verblijvende in [verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het hem ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J. Vlug, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 22 augustus 2009 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een aan de [straat] geparkeerd staande auto heeft weggenomen een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de firma [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

feit 2:

hij op of omstreeks 07 januari 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk beledigend de ambtenaren van de Regiopolitie IJsselland, te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Stelletje gore klootzakken" en/of "Ik heb je helemaal niet beledigd, gek" en/of "Klootzakken" en/of "ik vind je een ontieglijke teringlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Bewijsoverweging met betrekking tot feit 1

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat er voldoende bewijs is voor de onder 1. aan verdachte ten laste gelegde auto-inbraak.

Door de technische recherche is een dactyloscopisch spoor aangetroffen aan de buitenzijde van de ruit van het naar buiten toe verbogen portier van de betreffende auto. Dit spoor maakte deel uit van een greep(spoor) om de bovenstijl van het portierraam. Het deel van het dactyloscopisch spoor van de vingers is niet veiliggesteld, omdat dit verschoven afdrukken betrof die kennelijk -zo begrijpt het hof- niet geschikt waren voor identificatie. Het aan de buitenzijde aangetroffen spoor is geïdentificeerd op een afdruk van de rechterduim van verdachte.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep desgevraagd als mogelijke verklaring voor de aanwezigheid van een afdruk van zijn duim op de buitenzijde van de autoruit naar voren gebracht dat hij in de wijk, waarin de straat genaamd [straat] ligt, kennissen heeft wonen, waaronder een zekere [kennis van verdachte] en dat hij om die reden wellicht wel eens in de buurt van de betreffende auto is geweest.

Het hof hecht geen geloof aan deze verklaring. Het hof acht daarbij niet alleen van betekenis dat verdachte hierover voor het eerst in hoger beroep verklaart, maar ook dat hij zowel bij de politie (op 10 november 2009) als bij de rechter-commissaris (op 12 november 2009; verhoor inbewaringstelling) heeft verklaard dat hij niet wist waar de "[straat]" was.

Bovendien maakt het geïdentificeerde duimspoor deel uit van een greep om de bovenstijl van het portier -zoals de politie heeft gerelateerd- en kan de conclusie derhalve geen andere zijn dan dat de veroorzaker van het duimspoor ook het aan de binnenzijde aangetroffen verschoven vingerspoor heeft veroorzaakt. Naar het oordeel van het hof is aannemelijk dat het dactyloscopisch spoor, gelet op de plaats van aantreffen: op het verbogen autoportier waarmee de toegang tot het interieur van de auto werd verkregen, een zogenaamd daderspoor betreft. Daarmee is voldoende komen vast te staan dat verdachte de auto-inbraak heeft gepleegd.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1:

hij op 22 augustus 2009 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een aan de [straat] geparkeerd staande auto heeft weggenomen een navigatiesysteem toebehorende aan de firma [bedrijf], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

feit 2:

hij op 7 januari 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk beledigend de ambtenaren van de Regiopolitie IJsselland, te weten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Stelletje gore klootzakken" en "Ik heb je helemaal niet beledigd, gek" en "Klootzakken" en "Ik vind je een ontieglijke teringlijer".

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft op 22 augustus 2009 een diefstal gepleegd door in een auto in te breken en daar vervolgens een navigatiesysteem uit te ontvreemden. Hij heeft door aldus te handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander.

Verdachte heeft op 7 januari 2010 twee verbalisanten beledigd, nadat die hem hadden gevraagd om zijn legitimatiebewijs te tonen. Uit de gebezigde woorden blijkt van ontbreken van respect voor de ambtenaren, die op dat moment werkzaam waren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening.

Uit een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 mei 2011 blijkt dat verdachte reeds meermalen is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten. Dat heeft verdachte er niet van weerhouden wederom een diefstal te plegen.

Op basis van voornoemde documentatie is in beginsel opnieuw een vrijheidsstraf passend en geboden. Tegen de achtergrond dat verdachte thans is geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat een werkstraf dient te worden opgelegd teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen na afloop van bovengenoemde plaatsing zijn leven met de structuur van een werkstraf op te pakken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 63, 266, 267, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren werkstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. J. Dolfing, voorzitter,

mr. H. Heins en mr. J.P. van Stempvoort, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D.J. de Vos, griffier,

en op 12 juli 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Van Stempvoort en mr. De Vos, beiden voornoemd, zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.