Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BR0744

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
04-07-2011
Datum publicatie
08-07-2011
Zaaknummer
P11/070
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vernietiging van de beslissing van de rechtbank houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar. Anders dan de rechtbank zal het hof de verlengingstermijn beperken tot een jaar. De terbeschikkinggestelde is in oktober 2006 vanuit de longstay in behandeling gekomen. Het is van belang om de voortgang van zijn behandeling nauwkeurig te blijven volgen, temeer daar - naar het lijkt - in eerdere fases van de behandeling zaken meerdere malen buiten toedoen van de terbeschikkinggestelde niet goed zijn verlopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS [nummer]

Beslissing d.d. 4 juli 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Arnhem van 28 januari 2011, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde d.d. 10 februari 2011;

- het advies van [verblijfplaats] van 23 november 2010, met daarbij gevoegd de wettelijke aantekeningen over de periode van 27 januari 2009 tot en met 8 juni 2010;

- de aanvullende informatie van [verblijfplaats] d.d. 6 juni 2011, met daarbij gevoegd de wettelijke aantekeningen over de periode van 9 juni 2010 tot en met 14 december 2010.

Het hof heeft ter zitting van 20 juni 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde bijgestaan door zijn raadsvrouw mr A.L. Louwerse, advocaat te Hoofddorp, en de advocaat-generaal,

mr G.J. de Haas.

Overwegingen

Het standpunt van de kliniek

Uit het advies van [verblijfplaats] van 6 juni 2010 blijkt het volgende:

Bij betrokkene is sprake van een ernstige, complexe problematiek in de persoonlijkheid.

DSM IV classificatie:

As I alcoholmisbruik (in remissie in gecontroleerde omstandigheden)

Seksueel misbruik van een volwassene

As II antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline, narcistische en paranoïde trekken

As III knie-, schouder- en rugklachten

As IV beperkt sociaal netwerk, TBS

AS V GAF 55

Recidivegevaar

In geval de TBS met verpleging zou worden opgeheven, wordt het risico op recidive als hoog ingeschat.

Vooruitzicht

Op dit moment lijkt een positieve tendens zichtbaar in de behandeling. Geleidelijk kan er gesproken worden van het ontstaan van een behandelrelatie, deze blijft echter broos. De hoop is dat betrokkene in staat blijft deze positieve lijn en de samenwerking vast te houden, en enig basisvertrouwen in de kliniek en het behandelteam te ontwikkelen. Ten aanzien van het toekomstperspectief is het op dit moment nog te vroeg om te kunnen zeggen of een toekomst buiten de TBS tot de mogelijkheden behoort, echter de prognose lijkt zich in positieve zin bij te stellen. Een zekere mate van externe steun, toezicht en begeleiding zal ook in de toekomst van belang blijven. De kliniek is gematigd optimistisch. Naast het oefenen met vaardigheden zal verlof worden ingezet om te toetsen wat een haalbare vervolgstap na de behandeling in de kliniek zou kunnen zijn. De behandeling en resocialisatie naar een passende setting met voldoende structuur, begeleiding en containment, zal de termijn van twee jaar ruimschoots overschrijden.

Advies

De kliniek adviseert de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaar.

In aanvulling op dat advies heeft [verblijfplaats] bij brief van 6 juni 2011 het navolgende overwogen:

Betrokkene is ook in de periode na de verlengingszitting in januari 2011 zeer wisselend in contact. Op momenten dat hij zich goed voelt, participeert hij in de behandeling en groepsmomenten. Hij is dan op overwegend positieve wijze aanwezig en heeft een bijdrage aan de diverse therapieën en groepsmomenten. Wanneer hij echter teleurstellingen te verwerken krijgt, zich in de steek gelaten voelt of het idee krijgt dat hij benadeeld wordt ten opzichte van medepatiënten, kan zijn stemming zeer plotseling omslaan. In deze situaties is hij regelmatig verbaal agressief en komt zijn achterdocht naar voren. Binnen dit wisselende beeld doen zich enkele ontwikkelingen voor die erop wijzen dat betrokkene zich, ondanks het moeizame verloop, toch lijkt te hechten aan het behandelteam.

De antisociale persoonlijkheidsstoornis lijkt in de afgelopen jaren meer op de achtergrond te zijn geraakt. Hierdoor is de borderline persoonlijkheidsproblematiek steeds beter zichtbaar geworden. De dynamiek in het behandelverloop hangt sterk samen met deze borderline problematiek. De thema’s die daarbij met name een rol spelen, zijn angst om in de steek gelaten te worden en angst voor controleverlies. Deze angst wordt verstrekt door de paranoïde trekken in de persoonlijkheid en de verstandelijke beperking. Betrokkene probeert deze angst af te dekken door middel van antisociaal uitageren (verbale agressie, vijandigheid). Ook in de delicten ageert betrokkene zijn intense angst op antisociale en agressieve wijze uit. De wijze waarop deze dynamiek binnen de huidige situatie nog vaak overheersend is in het contact met het behandelteam, maakt duidelijk dat de kernproblematiek in wezen nog aanwezig is en daarmee het delictgevaar nog in hoge mate aanwezig is. Deze conclusie wordt ondersteund door de risicotaxatie, die wijst op een hoog delictgevaar op het moment dat de terbeschikkingstelling met verpleging wordt beëindigd.

Gezien de ernst en de complexiteit van de problematiek, en het daarmee gepaard gaande wisselende verloop van behandeling, is de verwachting dat verdere behandeling gericht op vermindering van het delictrisico nog geruime tijd zal duren, waarbij de periode van twee jaar zeker overschreden zal worden. De kliniek onderschrijft het advies van 23 november 2010 om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Onder verwijzing naar de beslissing van het hof van 2 augustus 2010 is geconcludeerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw

Primair is verzocht de termijn van verlenging te beperken tot een jaar, nu het hof in zijn beslissing van 2 augustus 2010 heeft aangegeven dat vooralsnog een jaarlijkse toetsing nodig is en de behandeling thans niet (voldoende) voortvarend verloopt. Subsidiair is gevraagd om aanhouding teneinde psycholoog drs. M.H.T. Kleefman als deskundige te horen.

Het oordeel van het hof

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het tot een andere beslissing komt.

De terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten de voortgezette handeling van verkrachting en poging tot doodslag.

De terbeschikkingstelling is formeel ingegaan op 1 februari 1996 en loopt thans ruim vijftien jaar. Gelet op het thans nog aanwezige delictgevaar en het gegeven dat de terbeschikkinggestelde nog gedurende een zekere tijd structuur, zorg en begeleiding nodig heeft, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Anders dan de rechtbank zal het hof de verlengingstermijn beperken tot een jaar. De terbeschikkinggestelde is in oktober 2006 vanuit de longstay in behandeling gekomen. Het is van belang om de voortgang van zijn behandeling nauwkeurig te blijven volgen, temeer daar - naar het lijkt - in eerdere fases van de behandeling zaken meerdere malen buiten toedoen van de terbeschikkinggestelde niet goed zijn verlopen.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Arnhem van 28 januari 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Aldus gedaan door

mr T.M.L. Wolters als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr M. van Seventer als raadsheren,

en dr. M.G.E. Tervoort en drs. T. van Iersel als raden,

in tegenwoordigheid van mr G.J.B. van Weegen als griffier,

en op 4 juli 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.