Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ9475

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
06-06-2011
Datum publicatie
27-06-2011
Zaaknummer
TBS P11/0071
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verlengingsbeslissing TBS. Het hof acht de omstandigheid dat de behandelkliniek met betrekking tot het resocialisatietraject van betrokkene tot nu toe onvoldoende voortvarend heeft gehandeld, onvoldoende reden om de termijn waarmee de maatregel verlengd zou moeten worden tot een jaar te beperken, gelet op de te verwachten duur van het behandel- en resocialisatietraject. Wel verwijst het hof in dit verband naar hetgeen de behandeldirecteuren van de Forensisch Psychiatrische Centra en Forensisch Psychiatrische Klinieken onlangs zelf hebben voorgesteld in een gezamenlijke notitie omtrent hun streven naar een transparante prognosestelling voor het intramurale verblijf van forensische patiënten. In het licht hiervan mag verwacht worden dat de kliniek haar uiterste best zal doen om het begeleid verlof van de terbeschikkinggestelde zo spoedig mogelijk als verantwoord is te laten aanvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P11/0071

Beslissing d.d. 6 juni 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[Terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Arnhem van 4 februari 2011, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- de processen-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde, d.d. 9 februari 2011;

- de aanvullende informatie van FPC De Rooyse Wissel, d.d. 9 mei 2011, alsmede de wettelijke aantekeningen van 1 oktober 2010 tot en met 4 mei 2011;

- een brief van de raadsman van 19 mei 2011 met als bijlage een brief van de terbeschikkinggestelde van 11 mei 2011.

Het hof heeft ter zitting van 23 mei 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr N.A. Heidanus, advocaat te Groningen, en de advocaat-generaal,

mr E.J. Julsing-Nijenhuis.

Overwegingen

Het standpunt van het openbaar ministerie

Gelet op de te verwachten behandelduur is een verlenging voor de duur van twee jaren gepast. Een verlenging voor de duur van twee jaren zou er echter toe kunnen leiden dat de kliniek weinig voortvarend zal blijven handelen. Geadviseerd wordt dan ook om de beslissing van de rechtbank te vernietigen en te beslissen tot verlenging van de maatregel voor de duur van slechts een jaar.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

Volgens de raadsman moet de kliniek nu duidelijk worden gemaakt dat zij de afspraken met de terbeschikkinggestelde moet nakomen. Dit is ook de enige reden waarom de terbeschikkinggestelde hoger beroep heeft ingesteld. De advocaat-generaal heeft een goed voorstel gedaan en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman sluiten zich hierbij aan. De terbeschikkinggestelde begrijpt dat een eventuele verlenging voor de duur van een jaar niet inhoudt dat er reeds over een jaar zal worden bekeken of een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging tot de mogelijkheden behoort, maar wil vooral dat het verloftraject nu eindelijk aanvangt en dat de rechtbank dit binnen een jaar kan toetsen.

Het oordeel van het hof

Het hof acht het door de raadsman aangevoerde onvoldoende reden om de termijn waarmee de maatregel verlengd zou moeten worden tot een jaar te beperken. Uit de rapportages blijkt dat het nog te realiseren traject de periode van een jaar ruimschoots zal overschrijden, en ook de 6-jaars rapporteurs hebben geadviseerd de maatregel met twee jaren te verlengen.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.

Wel is het hof met betrokkene en zijn raadsman van oordeel dat de kliniek met betrekking tot het resocialisatietraject van betrokkene tot nu toe onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. De kliniek heeft zelf aangegeven dat omstandigheden, die buiten betrokkene liggen, vertraging hebben opgeleverd bij de aanvraag voor begeleid verlof. Het hof verwijst in dit verband naar hetgeen de behandeldirecteuren van de Forensisch Psychiatrische Centra en Forensisch Psychiatrische Klinieken onlangs zelf hebben voorgesteld in een gezamenlijke notitie omtrent hun streven naar een transparante prognosestelling voor het intramurale verblijf van forensische patiënten en een in tijd gefaseerd verlof- en resocialisatietraject, uiteraard met behoud van waarborgen voor de veiligheid. In het licht hiervan mag verwacht worden dat de kliniek haar uiterste best zal doen om het begeleid verlof van de terbeschikkinggestelde zo spoedig mogelijk als verantwoord is te laten aanvangen.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt de beslissing van de rechtbank Arnhem van 4 februari 2011 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr J.M.J. Denie en mr E. van der Herberg als raadsheren,

en M.G.E. Tervoort en dr. W. van Kordelaar als raden,

in tegenwoordigheid van mr C.M.M. van der Waerden als griffier,

en op 6 juni 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.