Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ8677

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
21-06-2011
Datum publicatie
21-06-2011
Zaaknummer
24-002821-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Opzettelijk aanwezig hebben van XTC-pillen en amfetamine op een dance-evenement.

Gelet op persoonlijke omstandigheden van verdachte aanleiding om te volstaan met het opleggen van voorwaardelijke werkstraf en onvoorwaardelijke geldboete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

nevenzittingsplaats Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002821-10

Uitspraak d.d.: 21 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 22 november 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1986],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake het hem tenlastegelegde tot een werkstraf voor de duur van honderdenveertig uren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. J. Boksem, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 12 juni 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 16,5 eenheden, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA en/of MDEA en/of MDMA en/of 2CB en/of ongeveer 1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDA en/of MDEA en/of MDMA en/of 2CB en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 juni 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk aanwezig heeft gehad, 16,5 eenheden van een materiaal bevattende MDMA en ongeveer 1 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 12 juni 2010 op dance-evenement [evenement] in [plaats] schuldig gemaakt aan opzettelijke overtreding van de Opiumwet door XTC-pillen (MDMA) en amfetamine in zijn bezit te hebben. De strafwaardigheid van overtredingen van de Opiumwet is in zijn algemeenheid gelegen in de ernstige bedreiging die het gebruik van drugs voor de volksgezondheid vormt en de met dit gebruik gepaard gaande criminaliteit.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met het verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 4 april 2011 waaruit - ten voordele van verdachte - blijkt dat hij niet eerder veroordeeld is terzake strafbare feiten.

Bij de strafoplegging houdt het hof eveneens rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter terechtzitting van het hof door de verdachte en zijn raadsman naar voren zijn gebracht. Verdachte heeft aangegeven dat hij een vaste baan en een vaste relatie heeft en dat hij sinds het plegen van onderhavig feit niet meer in aanraking wenst te komen met verdovende middelen.

Het hof merkt op dat verdachte ter terechtzitting van het hof oprecht de indruk heeft gewekt spijt te hebben van zijn handelen en dat hij zich de strafwaardigheid van zijn handelen realiseert.

Bij de strafoplegging slaat het hof voorts acht op de door het hof gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting die ter zake van het aanwezig hebben van 11-30 XTC pillen dan wel andere verboden pillen, een gevangenisstraf voor de duur van twee weken indiceren.

Het hof acht - in tegenstelling tot de politierechter en met advocaat-generaal en raadsman - oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet opportuun. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, met name de omstandigheid dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en onderhavig feit tegen die achtergrond is te beschouwen als een incident, aanleiding om te volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van veertig uren alsmede een geldboete van

€ 500,00, subsidiair 10 dagen hechtenis. Met het voorwaardelijk strafdeel beoogt het hof verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof,

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis;

bepaalt dat de werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. O. Anjewierden, voorzitter,

mr. H. Heins en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen, griffier,

en op 21 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. Anjewierden en mr. Wiarda zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.