Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ8569

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-06-2011
Datum publicatie
20-06-2011
Zaaknummer
24-002774-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van een geldbedrag van € 20.000,-, toebehorende aan een BV.

Verdachte heeft financiële motieven gehad om het geldbedrag te verduisteren. Daarom is een geldboete een passende bestraffing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

nevenzittingsplaats Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-002774-10

Uitspraak d.d.: 20 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 9 december 2008 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1957],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 juni 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde en tot veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren en een geldboete van € 5.000,-. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

primair:

hij, tezamen en in vereniging met [bedrijf 1], zijnde bestuurder van [bedrijf 2] en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 3 december 2003 tot en met 31 mei 2004 te [plaats], en/of (elders) in Nederland, terwijl de rechtspersoon [bedrijf 2] bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Breda van 20 april 2004, in staat van faillissement was verklaard, meermalen,althans eenmaal, ter bedriegelijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde [bedrijf 2], de navolgende goederen, te weten een (geld)bedrag van ongeveer euro 30.000,- en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 8.000,- en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 2915,-, en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 3608,- en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 3700,-, althans een of meerdere geldbedrag(en), aan de boedel heeft onttrokken, immers heeft/hebben [bedrijf 1] en/of verdachte en/of de mededader(s) van [bedrijf 1] en/of verdachte voornoemd(e) (geld)bedrag(en) die (telkens) was/waren ontvangen ten behoeve van/namens [bedrijf 2] niet op de zakelijke bankrekening van [bedrijf 2] gestort of laten storten en/of (telkens) de (te benoemen) curator niet op de hoogte gesteld of laten stellen van deze ontvangen bedrag(en) en/of (aldus) (telkens) voornoemd(e) geldbedrag(en) buiten bereik en beheer van de (te benoemen) curator gebracht en gehouden en/of laten brengen en/of laten houden, en/of ter bedriegelijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde [bedrijf 2], niet heeft/hebben voldaan aan de op die rechtspersoon en/of de mededader(s) van die rechtspersoon rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld;

subsidiair:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 3 december 2003 tot en met 31 mei 2004 te [plaats], en/of (elders) in Nederland, terwijl de rechtspersoon [bedrijf 2] bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Breda van 20 april 2004, in staat van faillissement was verklaard, tezamen en in vereniging met een een of meerdere perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ter bedriegelijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde [bedrijf 2], de navolgende goederen, te weten een (geld)bedrag van ongeveer euro 30.000,- en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 8.000,- en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 2915,-, en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 3608,- en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 3700,-, althans een of meerdere geldbedrag(en), aan de boedel heeft onttrokken, immers heeft/hebben verdachte en/of verdaches mededader(s) (telkens) voornoemd(e) (geld)bedrag(en) die was/waren ontvangen ten behoeve van/namens [bedrijf 2] niet op de zakelijke bankrekening van [bedrijf 2] gestort of laten storten en/of (telkens) de (te benoemen) curator niet op de hoogte gesteld of laten stellen van deze ontvangen bedrag(en) en/of (telkens) (aldus) voornoemd(e) geldbedrag(en) buiten bereik en beheer van de (te benoemen) curator gebracht en gehouden en/of laten brengen en/of laten houden, en/of ter bedriegelijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van voornoemde [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3], niet heeft/hebben voldaan aan de op verdachte en/of verdachtes mededader(s) rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedeft/hebben voldaan aan de op verdachte en/of verdachtes mededader(s) rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

meer subsidiair:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 mei 2004 te [plaats], en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een (geld)bedrag van ongeveer euro 30.000,- en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 8.000,- en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 2915,-, en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 3608,- en/of een (geld)bedrag van ongeveer euro 3700,-, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) anders dan door misdrijf, te weten als bestuurder en/of leidinggevende van voornoemde B.V., althans als houder ten behoeve van/medewerker van voornoemde B.V., onder zich had(den), (telkens) zich wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De curator van [bedrijf 2] heeft aangifte gedaan van een strafbaar feit, kort samengevat het verdwijnen van gelden van [bedrijf 2]

[medeverdachte], werknemer van [bedrijf 2], heeft verklaard dat hij van een geldbedrag van

€ 30.000,- toebehorende aan [bedrijf 2], € 20.000,- aan verdachte heeft gegeven. Verdachte was de directeur van [bedrijf 1], die op haar beurt weer bestuurder was van [bedrijf 2]

Ter zitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij van [medeverdachte] inderdaad een geldbedrag van € 20.000,- heeft ontvangen. Dat geld behoorde toe aan [bedrijf 2] en is volgens verdachte onder andere gebruikt voor zakelijke betalingen van andere vennootschappen dan [bedrijf 2] In ieder geval is niet het gehele bedrag ten goede gekomen aan [bedrijf 2] en evenmin is het bedrag in de administratie van dat bedrijf verwerkt, aldus verdachte.

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen is de ten laste gelegde verduistering van een geldbedrag door verdachte wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

meer subsidiair:

hij op een tijdstip gelegen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 mei 2004 in Nederland, opzettelijk een geldbedrag toebehorende aan [bedrijf 2], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als leidinggevende van voornoemde B.V., onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het meer subsidiair bewezenverklaarde levert op:

verduistering.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van een geldbedrag van € 20.000,-, toebehorende aan een BV.

Verdachte heeft financiële motieven gehad om het geldbedrag te verduisteren. Daarom is een geldboete een passende bestraffing. De hoogte van de boete zoals gevorderd door de advocaat-generaal acht het hof in beginsel passend.

Echter, de behandeling van de zaak in eerste aanleg heeft te lang geduurd. Verdachte is al op 13 juli 2006 als verdachte gehoord. Pas op 9 december 2008 heeft de rechtbank een vonnis gewezen. Dat is bijna 5 maanden te laat. Daarom zal de boete met 5% worden verlaagd tot een bedrag van € 4.750,-

Het verzoek van verdachte om de geldboete in termijnen te mogen betalen wordt afgewezen. Het verzoek is kennelijk gedaan omdat verdachte er de voorkeur aan geeft om zijn financiële middelen te besteden aan een nieuw op te starten bedrijf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 321 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het meer subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 4.750,00 (vierduizend zevenhonderd vijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 56 (zesenvijftig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. P. Greve, voorzitter,

mr. L.T. Wemes en mr. G. Dam, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder, griffier,

en op 20 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.