Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ8012

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-06-2011
Datum publicatie
15-06-2011
Zaaknummer
24-000275-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van diefstal in vereniging veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

nevenzittingsplaats Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-000275-11

Uitspraak d.d.: 14 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 4 februari 2011 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1987],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 31 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. A.R. Maarsingh, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen omdat het tot een andere beslissing komt.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2009 tot 15 oktober 2009 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een zeecontainer welke zich bevond op het terrein van de [pand] op of aan de [adres] heeft weggenomen een draadsnijmachine (merk Hitachi) en/of een slijpmachine (Bosch) en/of een of meer boormachine(s) (merk Bosch en Hitachi) en/of lasapparatuur (merk Mustang), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bespreking verweer

Door de raadsman is bepleit dat al het door de politie verzamelde bewijsmateriaal uitgesloten dient te worden van de bewijsvoering, aangezien dit bewijs door onherstelbare fouten in het voorbereidend onderzoek is verzameld. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond op het moment dat de verbalisanten besloten het voertuig van verdachte te controleren. Nu de politie niet over een algemene controlebevoegdheid beschikt, was het niet geoorloofd om te trachten verdachte op dat moment staande te houden, aldus de raadsman.

In het proces-verbaal van aanhouding d.d. 14 oktober 2009 staat vermeld dat verbalisanten het - naar wat later bleek - voertuig van verdachte 'gezien het tijdstip' besloten te controleren. Hoewel het hof met de raadsman van oordeel is dat deze beweegreden vragen oproept, blijkt uit het vervolg van het proces-verbaal dat deze controle niet daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en derhalve ook niet tot enig bewijs heeft geleid. De rechtmatigheid van deze voorgenomen, maar feitelijk niet uitgevoerde controle is voor de strafzaak dan ook niet van belang.

Verbalisanten hebben, na hun besluit om het voertuig van verdachte te controleren, hun eigen voertuig gedraaid en zijn verdachte hierbij uit het oog verloren. Korte tijd later zagen verbalisanten datzelfde voertuig 'slordig' geparkeerd staan en zagen hierin allerlei inbrekersgereedschap liggen. Verdachte is vervolgens in een nabij gelegen doodlopende steeg - waar hij zich kennelijk schuil hield - aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 2.4.4. van de Algemene Plaatselijke Verordening van [plaats]. Het hof acht deze aanhouding rechtmatig. Nu ook anderszins niet is gebleken dat er in het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd, is artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering

- anders dan de raadsman heeft gesteld - niet aan de orde.

Het hof verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 13 oktober 2009 tot 15 oktober 2009 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een zeecontainer welke zich bevond op het terrein van de [pand] aan de [adres] heeft weggenomen een draadsnijmachine (merk Hitachi) en een slijp-machine (merk Bosch) en boormachines (merk Bosch en Hitachi) en lasapparatuur (merk Mustang), toebehorende aan [bedrijf], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaf door middel van braak.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

het bewezenverklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft in de periode van 13 oktober 2009 tot 15 oktober 2009 tezamen met een mededader diverse gereedschappen uit een zeecontainer weggenomen. Verdachte en zijn mededader hebben hiermee inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de benadeelde.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 7 april 2011, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden meermalen is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder een vermogensdelict. Ten nadele van verdachte spreekt dat deze veroordelingen hem er kennelijk niet van weerhouden hebben opnieuw een strafbaar feit te begaan.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof

- overeenkomstig de door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf - oplegging van een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter,

mr. P. Koolschijn en mr. G.N. Roes, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman, griffier,

en op 14 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. G.N. Roes is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.