Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ7818

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-06-2011
Datum publicatie
14-06-2011
Zaaknummer
21-002733-10
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZUT:2008:BD2491, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot 8 jaar gevangenisstraf terzake medeplegen van poging tot doodslag en medeplegen van gijzeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002733-10

Uitspraak d.d.: 14 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van 27 mei 2008 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

thans verblijvende in [verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Procesgang

In eerste aanleg is verdachte bij vonnis van 27 mei 2008 door de meervoudige kamer van de rechtbank te Zutphen vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van poging tot doodslag. Terzake het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van zware mishandeling en het onder 2 primair tenlastegelegde medeplegen van gijzeling heeft de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

Dit hof heeft bij arrest van 9 april 2009 de verdachte eveneens vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van poging tot doodslag en terzake het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van zware mishandeling en het onder 2 primair tenlastegelegde medeplegen van gijzeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft vervolgens bij arrest van 13 juli 2010 het arrest van het gerechtshof te Arnhem vernietigd op grond van een motiveringsgebrek, nu de verwijzingen naar de bewijsmiddelen waaraan het hof de feiten en omstandigheden heeft ontleend die het kennelijk redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring niet voldoen aan de vereiste mate van nauwkeurigheid, en heeft de zaak naar dit hof terug gewezen, teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is -na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad- gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 31 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr M.L. van Gaalen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, nu het hof komt tot een andersluidende bewezenverklaring, en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd, zoals deze tenlastelegging in eerste aanleg is gewijzigd, dat:

1.

Hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Arnhem en/of in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Utrecht en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven,

immers heeft hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededaders, met dat opzet,

die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (in een garagebox in Arnhem):

- een draad om de nek/hals gelegd en/of die draad (vervolgens) onder elektrische spanning gezet en/of

- een chemische (vloei)stof ("[naam (vloei)stof]") toegediend en/of met een giftige vloeistof bewerkt en/of

- met een startkabel, althans een hard en/of stevig voorwerp, tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen en/of

- met kracht met een verwarmingsbuis, althans een hard en/of stevig voorwerp en/of (een) (bezem)ste(e)l(en), althans (een)

daarop gelijkend(e) (hard(e)) voorwerp(en) tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen en/of

- met kracht in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het lichaam gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- kokend, althans heet water, over/tegen het lichaam gegooid en/of gesmeten en/of gegoten en/of

- nietjes, althans (metalen) voorwerpen in/op het lichaam gestoken en/of gestoten en/of gebracht en/of

- met een pistool, althans een daarop gelijkend voorwerp, tegen de rug en/of het lichaam geslagen en/of (vervolgens)

die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (in een auto ([merk auto 1]):

- geslagen en/of gestompt (al dan niet met een voorwerp(en) tegen zijn hoofd en/of

(elders) op het lichaam en/of (vervolgens)

die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (in een (bestel) bus):

- geslagen en/of gestompt (al dan niet met (een) voorwerp(en) tegen zijn hoofd en/of

(elders) op het lichaam en/of

- met een koevoet, althans een hard voorwerp, tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen en/of met een knipschaar, althans een scherp

voorwerp, in het vel (van de hand) geknipt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in gemeente Arnhem en/of de gemeente Amsterdam en/of de gemeente Utrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

aan een persoon, (te weten [slachtoffer 1]), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (nierfunctiestoornissen en/of meerdere bloeduitstortingen en/of meerdere huidbeschadigingen en/of meerdere schaafwonden en/of meerdere brandwonden en/of verminking van het lichaam en/of meerdere zware kneuzingen) heeft toegebracht,

hebbende verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s),

deze [slachtoffer 1] opzettelijk meermalen, althans eenmaal (in een garagebox in Arnhem):

- met kracht vastgepakt en/of vastgehouden en/of vastgebonden en/of

- een draad om de nek/hals gelegd en die draad (vervolgens) onder

elektrische spanning gezet. en/of

- een chemische (vloei)stof ([naam (vloei)stof]) toegediend en/of met een chemische vloeistof bewerkt en/of

- met een startkabel, althans een daarop gelijkend hard en/of stevig voorwerp, tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen en/of

- met kracht met een verwarmingsbuis, althans een daarop gelijkend hard en/of

stevig voorwerp en/of (een) metalen bui(s)z(en) en/of (een)

(bezem)ste(e)l(en), althans (een) daarop gelijkend(e) hard(e) en/of

stevig(e) voorwerp(en) tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen en/of

- met kracht in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of het lichaam

gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of

- kokend, althans heet water, over/tegen het lichaam gegooid of

gesmeten en/of gegoten en/of

- nietjes, althans (metalen) voorwerpen in/op het lichaam gestoken of gestoten of gebracht en/of

- met een pistool, althans een daarop gelijkend voorwerp, tegen de rug en/of het lichaam geslagen en/of

die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (in een auto ([merk auto 1]):

- geslagen en/of gestompt (al dan niet met (een) voorwer(pen) tegen zijn hoofd en/of

(elders) op het lichaam en/of (vervolgens)

die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (in een (bestel)bus):

- geslagen en/of gestompt (al dan niet met een voorwer(pen) tegen zijn hoofd en/of

(elders) op het lichaam en/of

- met een koevoet, althans een hard voorwerp, tegen het hoofd en/of het

lichaam heeft geslagen en/of met een knipschaar, althans een scherp

voorwerp, in het vel (van de hand) geknipt.

2.

Hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 1], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

met het oogmerk (een) ander(en), te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], althans een persoon, te dwingen iets te doen of niet te doen,

immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, die [slachtoffer 1]:

- vastgepakt en/of meegenomen in een auto en/of vastgehouden in een auto en/of in een auto vervoerd naar een garage(box) te Arnhem en/of

- in een garage(box) vastgebonden en/of vastgehouden en/of een draad om de nek/hals gelegd en/of

- vastgebonden en/of (tegen zijn wil) in een auto en/of een bestelbusje

gebracht en/of (vervolgens) vastgehouden in die auto en/of die (bestel) bus en/of belet dat die [slachtoffer 1] die auto en/of die (bestel) bus kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer 1] zich niet kon onttrekken

teneinde voornoemde anderen te dwingen een hoeveelheid hennep en/of een hoeveelheid (los)geld aan hem, verdachte en/of zijn mededaders af te staan.

ALTHANS, dat

hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 1], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers hebben/heeft hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) opzettelijk wederrechtelijk die [slachtoffer 1]:

- vastgepakt en/of meegenomen in een auto en/of vastgehouden in een auto en/of in een auto vervoerd naar een garage(box) te Arnhem en/of

- in een garage(box) vastgebonden en/of vastgehouden en/of een draad om de nek/hals heeft gelegd en/of

- vastgebonden en/of (tegen zijn wil) in een auto en/of een bestelbusje gebracht en/of (vervolgens) vastgehouden in die auto en/of die (bestel) bus en/of belet dat die [slachtoffer 1] die auto en/of dat busje kon verlaten en/of

- (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer 1] zich niet kon onttrekken,

tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel (nierfunctiestoornissen en/of meerdere bloeduitstortingen en/of meerdere huidbeschadigingen en/of meerdere schaafwonden en/of meerdere brandwonden en/of verminking van het lichaam en/of meerdere zware kneuzingen) heeft bekomen;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Betrouwbaarheidsverweer

Door de verdediging is betoogd dat de belastende verklaringen van [slachtoffer 1], zoals afgelegd bij de politie, en van [slachtoffer 4], zoals afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris, niet kunnen bijdragen aan het bewijs van de onder 1 tenlastegelegde geweldshandelingen en meer in het bijzonder ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte daarbij. Het betoog van de verdediging komt er in de kern op neer dat de verklaringen van [slachtoffer 1] bij de politie, gelet op zijn nadien ten overstaan van de rechter-commissaris, de rechtbank en het hof afgelegde en voor verdachte ontlastende verklaringen, onbetrouwbaar moeten worden geacht en dat voor (alle) verklaringen van [slachtoffer 4] hetzelfde geldt, omdat hij niet uit eigen wetenschap verklaart over de onder 1 tenlastegelegde geweldshandelingen, maar zijn verklaringen heeft gebaseerd op hetgeen hij van [slachtoffer 1] gehoord heeft, die op zijn beurt ontkent de bron daarvan te zijn.

[slachtoffer 1] heeft bij de politie gedurende pakweg 20 verhoren verklaard dat verdachte één van de personen was die betrokken waren bij de jegens hem gepleegde geweldshandelingen. Op 23 maart 2007 tijdens zijn tweede verhoor (p. 1560 e.v.) verklaart [slachtoffer 1] voor de eerste keer over de betrokkenheid van "[voornaam verdachte]" bij de gijzeling en op 27 maart 2007 tijdens zijn derde verhoor (p. 1562 e.v.) over de betrokkenheid van "[voornaam verdachte]" bij de geweldshandelingen. De daaropvolgende verhoren blijft [slachtoffer 1] verklaren dat "[voornaam verdachte]" ook betrokken geweest is bij de geweldshandelingen en op 17 april 2007 tijdens zijn zevende verhoor (p. 1610 e.v.) herkent hij "[voornaam verdachte]" op een foto waarop verdachte staat afgebeeld. Tot aan zijn laatste verhoor door de politie op 19 juni 2007 (p. 1658 e.v.), en dus ook nadat hij uit het ziekenhuis is ontslagen blijft hij bij zijn voor verdachte belastende verklaring. Uiteindelijk herroept [slachtoffer 1] op 4 februari 2008, ten overstaan van de rechter-commissaris de voor verdachte belastende verklaringen: er zijn wel geweldshandelingen jegens hem gepleegd, maar verdachte was daar niet bij betrokken. Tot op de behandeling van de terechtzitting van het hof op 31 mei 2011 is [slachtoffer 1] bij deze voor verdachte onlastende lezing gebleven.

De bij de politie door [slachtoffer 1] afgelegde belastende verklaringen vinden steun in de verklaringen van [slachtoffer 4]. Hij heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat [slachtoffer 1] hem in het ziekenhuis heeft verteld dat verdachte aanwezig was in de loods in Arnhem op het moment dat [slachtoffer 1] werd mishandeld. Bij de politie (pp. 2427-2430) heeft [slachtoffer 4] verklaard dat [slachtoffer 1] hem in het ziekenhuis heeft verteld dat hij door [medeverdachte 1] en "de Marokkaan" naar Arnhem is gebracht en dat zij hem daar hebben mishandeld. Van [slachtoffer 1] heeft [slachtoffer 4] gehoord dat die “Marokkaan” "[voornaam verdachte]" heet. [slachtoffer 4] heeft zijn verklaring met betrekking tot de ontvoering en de daarop volgende mishandelingen van [slachtoffer 1] en wie daarvoor verantwoordelijk zouden zijn geweest, in de loop van het strafproces niet bijgesteld.

Het hof zal hieronder ten aanzien van beide verklaringen ingaan op de betrouwbaarheid daarvan.

Verklaringen [slachtoffer 1]

Ter beoordeling van het door de verdediging gevoerde betrouwbaarheidsverweer ten aanzien van [slachtoffer 1] stelt het hof voorop dat de door [slachtoffer 1] bij de politie afgelegde verklaringen eenduidig en consistent zijn. Hij is tijdens de vele politieverhoren die zijn afgenomen gedurende een behoorlijke tijd en ook na zijn ontslag in het ziekenhuis bij zijn voor verdachte belastende verhaal gebleven.

De verklaringen die [slachtoffer 1] bij de politie heeft afgelegd zijn bovendien gedetailleerd en worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. De verklaringen met betrekking tot de aard van de mishandelingen vinden op veel onderdelen steun in de medische verklaring en het onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Dat de mishandelingen op de locatie in Arnhem hebben plaatsgevonden en met de door [slachtoffer 1] genoemde voorwerpen blijkt uit het onderzoek dat op de betreffende locatie is gedaan en het onderzoek dat naar de op die locatie gevonden voorwerpen is uitgevoerd. Er zijn geen objectieve feiten en omstandigheden bekend waaruit blijkt dat verdachte - op het moment dat [slachtoffer 1] in Arnhem en daarna in verschillende voertuigen werd mishandeld - daar niet geweest kan zijn. Een contra-indicatie op dat punt ontbreekt derhalve. De sigarettenpeuken en blikjes met DNA-materiaal van de verdachte die gevonden zijn in de locatie in Arnhem en de vuilniszak (gevuld met kleding met bloedsporen van [slachtoffer 1]) met daarop de vingerafdruk van de verdachte, betreffen weliswaar geen bewijs waaruit onomstotelijk de betrokkenheid van de verdachte aan de mishandelingen blijkt, maar verzwakken aan de andere kant de belastende verklaringen van [slachtoffer 1] over de rol van de verdachte geenszins.

Daarbij komt dat [slachtoffer 1] verschillende verklaringen heeft afgelegd over de reden om de verdachte aanvankelijk vals te beschuldigen. Ter terechtzitting van het hof heeft [slachtoffer 1] verklaard dat hij niet alleen uit wraak verdachte vals heeft beschuldigd, maar ook omdat hij daar min of meer door [slachtoffer 4] en de twee verhorende verbalisanten toe gebracht zou zijn. Dit terwijl hij bij de behandeling van de zaak voor het hof voordat de zaak door de Hoge Raad werd teruggewezen heeft verklaard dat hij uit wraak handelde, ten overstaan van de rechter-commissaris naast het wraakmotief ook als reden heeft gegeven dat hij onder invloed was van prozac en dat hij bang was, en bij de rechtbank weer heeft verklaard onder invloed van morfine te zijn geweest en de naam van [voornaam verdachte] "gewoon" bij hem op kwam.

Ten slotte stelt het hof vast dat uit de bij de politie door [slachtoffer 1] afgelegde verklaringen een zekere leidende rol van verdachte (samen met medeverdachte [medeverdachte 1]) spreekt, welke bevestiging vindt in verschillende andere bewijsmiddelen:

- Uit taps van de onder verdachte afgeluisterde telefoon (waarvan de stem van de gebruiker wordt herkend als zijnde de stem van verdachte, zie verklaring [getuige 1] pp. 2892-2894 en verklaring [slachtoffer 3] pp. 1145-1148) leidt het hof af dat verdachte op 15 maart 2007 om 02.54 uur bij [slachtoffer 1] is (p. 521). Op 15 maart 2007 wordt verdachte om 19.20 uur gebeld door [medeverdachte 1] (p. 521). Uit dit gesprek en het daaropvolgende sms-contact (pp. 522-525) volgt dat [medeverdachte 1] bij [slachtoffer 1] is en er volgens [medeverdachte 1] wat moet gebeuren: "die shit" moet afgehandeld en weggehaald worden en "het wrak" stinkt naar "plas en kots". In een telefoongesprek om 23.20 uur is er weer contact (p. 527). Er is, zo leidt het hof af, dan onenigheid tussen verdachte en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] is bij [slachtoffer 1] en vraagt zich af wat verdachte aan het doen is. Van [medeverdachte 1] moet "de hele shit" ophouden, waarop verdachte zegt: "tuurlijk moet het ophouden, luister ik ben fucking vijf zes dingen tegelijk (naar het hof begrijpt:) aan het doen". Even later belt verdachte met zijn broer ([broer verdachte 2]) en deze zegt verdachte dat verdachte (naar het hof begrijpt:) niet alles tegelijk doen kan (p. 530). Op 16 maart 2007 om 00.01 uur belt verdachte met [medeverdachte 1] en zegt dat hij op weg naar [medeverdachte 1] is (p. 531). Om 00.25 uur belt verdachte vervolgens met de vader van [slachtoffer 1] en zegt de vader van [slachtoffer 1] dat hij zijn zoon over een half uur te spreken krijgt (p. 534). Een uur later om 01.33 uur belt verdachte met [medeverdachte 1] (p. 544). Verdachte is op dat moment bij [slachtoffer 1]. Dat leidt het hof ook af uit de tap op p. 443. Niet veel later om 01.36 uur/01.38 uur (pp. 545/549) belt verdachte met de vader van [slachtoffer 1], zegt dat [slachtoffer 1] bij hem (verdachte) is en laat [slachtoffer 1] met zijn vader spreken. Om 01.49 uur volgt dan nog een sms van [medeverdachte 1] aan verdachte met de tekst "gaat niet door". Het hof leidt hieruit af dat een en ander plaats heeft in het kader van de verkrijging van het losgeld en dat verdachte daarbij voortdurend in overleg is met [medeverdachte 1]. De voorgenomen transactie gaat echter niet door.

- Uit de door [getuige 2] afgelegde verklaring (p. 490-491) blijkt dat deze getuige op woensdag 14 maart 2007 omstreeks 14.15 uur in de auto met de broer van verdachte ([broer verdachte 1]) zit en dat [broer verdachte 1] naar een [naam restaurant] in Apeldoorn rijdt omdat zijn broer (naar het hof begrijpt: verdachte) problemen met ene “Turk” hebben zou. Verdachte zou aldaar een uur met die “Turk” in een auto hebben gezeten. Uiteindelijk ontstaat er een vechtpartij met de “Turk” in de auto en worden [broer verdachte 1] en getuige [getuige 2] aangehouden. De “Turk” blijkt later [slachtoffer 4] te zijn.

- In de tap van een telefoongesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] (p. 541) krijgt deze laatste de opdracht op een plek te gaan staan waarop hij verdachte altijd kan zien. Hij moet dat ook tegen zijn "matties" zeggen. Qua datum en tijd (16 maart 2007 te 01.27 uur) is dit rond het moment waarop men het losgeld tracht te verkrijgen.

- In verschillende taps van telefoongesprekken tussen verdachte en zijn broer [broer verdachte 2] (pp. 533, 535, 538, 539, 551) krijgt deze laatste opdrachten van zijn broer. Hetzelfde vindt plaats in verschillende taps van telefoongesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] (pp. 536, 542, 543) en in een tap van een telefoongesprek met [getuige 3] (p. 537). Ook daarin is verdachte diegene die opdrachten geeft.

Het is vooral de, zowel uit de belastende verklaringen van [slachtoffer 1] als uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen sprekende, (mede)leidende rol van verdachte waarop het hof zijn oordeel baseert dat de door [slachtoffer 1] afgelegde belastende verklaringen betrouwbaar moeten worden geacht en op grond waarvan het hof zijn nadien afgelegde ontlastende verklaringen ongeloofwaardig acht. Het is ook om deze reden dat het hof de eigen verklaring van verdachte, die er op neer komt dat [medeverdachte 1] de baas is en hij slechts een functie als loopjongen heeft vervuld, ongeloofwaardig acht. Een contra-indicatie voor die rol vindt het hof ook in verdachtes optreden als onderhandelaar en het belang dat hij kennelijk heeft gehad bij de leeggehaalde hennepkwekerij. Dit laatste leidt het hof af uit het gegeven dat verdachte de eerste is die wordt gebeld op het moment dat blijkt dat de hennepkwekerij is leeggehaald (verklaring [getuige 1] op p. 339 en telefoontaps pp. 4628-4629) en uit het feit dat, nadat de hennepkwekerij is leeggehaald, door de broer van verdachte wordt aangenomen dat verdachte problemen "met ene Turk" (het hof begrijpt de tevens bij het leeghalen van de hennepkwekerij betrokken [slachtoffer 4]) heeft (verklaring [getuige 2] pp. 490-491). Het bij verdachte bestaande belang bij de hennepkwekerij blijkt ook uit de verklaring van [slachtoffer 1] voor zover inhoudende dat verdachte samen met [medeverdachte 1] eigenaar was van de hennepkwekerij.

Het voorgaande brengt met zich dat het hof het betrouwbaarheidsverweer voor zover dat betrekking heeft op de (belastende) verklaringen van [slachtoffer 1] verwerpt.

Verklaringen [slachtoffer 4]

Ter beoordeling van het door de verdediging gevoerde betrouwbaarheidsverweer ten aanzien van [slachtoffer 4] stelt het hof vast dat ook die verklaringen, evenals de verklaringen van [slachtoffer 1], bevestiging vinden in andere bewijsmiddelen, niet in de laatste plaats in de belastende verklaring van [slachtoffer 1] zelf, welke het hof op gronden zoals hiervoor weergegeven betrouwbaar acht. Het hof ziet bovendien niet in hoe [slachtoffer 4] tot een dergelijke overeenkomende verklaring komt "door een eigen manier van invullen", zoals door de verdediging wordt gesteld, in plaats van door de voor de hand liggende reden dat [slachtoffer 1] hem dat in het ziekenhuis zelf zo heeft verteld.

Het voorgaande brengt met zich dat het hof ook het betrouwbaarheidsverweer voor zover dat betrekking heeft op de verklaringen van [slachtoffer 4] verwerpt.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 eerste onderdeel en onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

Hij in de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Arnhem en/of in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Utrecht en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven,

immers heeft hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededaders, met dat opzet,

die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (in een garagebox in Arnhem):

- een draad om de nek/hals gelegd en die draad vervolgens onder elektrische spanning gezet en

- een chemische vloeistof toegediend en met een vloeistof bewerkt en

- met een startkabel tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen en

- met kracht met een verwarmingsbuis, althans een hard en stevig voorwerp en (een) (bezem)ste(e)l(en), althans (een)

daarop gelijkend(e) (hard(e)) voorwerp(en) tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen en

- met kracht in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd en het lichaam gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt en

- kokend, althans heet water, over het lichaam gegooid en

- nietjes in het lichaam gebracht en

- met een pistool tegen de rug geslagen en/of (vervolgens)

die [slachtoffer 1] meermalen (in een auto ([merk auto 1]):

- geslagen en/of gestompt tegen zijn hoofd en/of

(elders) op het lichaam en vervolgens

die [slachtoffer 1] meermalen (in een (bestel) bus):

- geslagen en/of gestompt tegen zijn hoofd en/of

(elders) op het lichaam en

- met een koevoet, althans een hard voorwerp, tegen het lichaam geslagen en met een knipschaar in het vel van de hand geknipt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

Hij in de periode van 12 maart 2007 tot en met 16 maart 2007 in de gemeente Amsterdam en/of in de gemeente Apeldoorn en/of in de gemeente Utrecht en/of in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 1], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden,

met het oogmerk (een) ander(en), te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], te dwingen iets te doen of niet te doen,

immers heeft hij, verdachte tezamen en in vereniging met anderen, die [slachtoffer 1]:

- in een garage(box) vastgebonden en vastgehouden en een draad om de nek/hals gelegd en

- vastgebonden en tegen zijn wil in een auto en een bestelbusje gebracht en vervolgens vastgehouden in die auto en die (bestel)bus en belet dat die [slachtoffer 1] die auto en die (bestel) bus kon verlaten en

- (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie doen ontstaan waaraan die [slachtoffer 1] zich niet kon onttrekken

teneinde voornoemde anderen te dwingen een hoeveelheid hennep en/of een hoeveelheid (los)geld aan hem, verdachte en/of zijn mededaders af te staan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Meer in het bijzonder overweegt het hof ten aanzien van de vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van zware mishandeling dat het onvoldoende bewijs voorhanden acht om wettig en overtuigend bewezen te verklaren dat [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 82 lid 1 Sr heeft bekomen.

Nadere bewijsoverwegingen feit 1

Voorwaardelijk opzet

Verdachte heeft, samen met zijn medeverdachten, [slachtoffer 1] gedurende drie dagen bloot gesteld aan heftig geweld. Dat begint, zoals bewezen verklaard, op 13 maart 2007 in een garagebox in Arnhem, maar het geweld zet zich de volgende dagen voort in een auto en in een (bestel)bus op verschillende andere plaatsen in Nederland. Er is een draad om [slachtoffer 1]s nek/hals gelegd en deze is vervolgens onder spanning gezet, er is (chemische) vloeistof over en/of in [slachtoffer 1] gegoten, er is kokend water over [slachtoffer 1] gegooid, er zijn nietjes in zijn lichaam gebracht en er is met een schaar in het vel van zijn hand geknipt. Daarnaast hebben verdachte en zijn medeverdachten [slachtoffer 1] met en zonder harde en stevige voorwerpen tegen zijn lichaam en hoofd geslagen en getrapt. Het toegepaste geweld heeft zich gedurende drie dagen met enkele (korte) tussenpozen gecontinueerd en heeft zich meerdere keren ook voortgezet nadat [slachtoffer 1] het bewustzijn had verloren. Ook direct nadat hij bijkwam is [slachtoffer 1] tegen het hoofd geschopt. Tussen de geweldshandelingen door en ook nadat [slachtoffer 1] is vrijgelaten, hebben verdachte en zijn medeverdachten [slachtoffer 1] verder aan zijn lot overgelaten.

Uit deze handelswijze spreekt naar het oordeel van het hof niet alleen een zeker sadisme hetgeen heeft geleid tot een proces waarin voor verdachte en diens medeverdachten de grens tussen dodelijk en niet-dodelijk geweld op een zeker moment is vervaagd, maar bovenal een naar objectieve maatstaven, waaronder algemene ervaringsregels, aanmerkelijke kans op dodelijk letsel. Het hof is, op grond van de ernst van het geweld, het vrijwel continue karakter daarvan gedurende meerdere dagen, waarbij meerdere vormen van ernstig geweld werden toegepast en de voorzetting daarvan ook nadat [slachtoffer 1] zijn bewustzijn verloren had van oordeel dat daarmee de naar objectieve maatstaven aanmerkelijk te achten kans is ontstaan dat [slachtoffer 1] ten gevolge van de geweldshandelingen zou komen te overlijden.

De algemene ervaring brengt mee dat het naar het oordeel van het hof niet anders kan zijn dan dat verdachte en diens medeverdachte zich ook van de aanmerkelijke kans bewust moeten zijn geweest. Die wetenschap volgt bovendien uit de verklaring van [slachtoffer 1] voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als volgt:

"Ik ben op een gegeven moment bewusteloos geraakt. Ik voelde op een gegeven moment dat ik wakker werd geschud. Ik hoorde op dat moment dat [medeverdachte 1] zei: "hij leeft nog". Direct hierna zag en voelde ik dat [voornaam verdachte] mij in mijn buik schopte. Ook zag en voelde ik dat [medeverdachte 1] mij tegen mijn hoofd schopte" (p. 1605).

"Op een gegeven moment kwam [medeverdachte 1] voor mij zitten en begon weer als een gek op mij in te slaan met een metalen voorwerp. Ik hoorde dat [medeverdachte 1] zei "dat als ik oorlog wilde ik dat kon krijgen". Door dit slaan raakte ik bewusteloos. Ik weet niet hoe lang ik bewusteloos ben geweest. Ik kan mij nu nog herinneren dat ik op een gegeven moment bij kwam. Ik kreeg [naam drank] toegediend. Hierdoor kwam ik weer bij bewustzijn. Doordat deze [naam drank] bij mij de mond in werd gegoten stikte ik bijna. Ik hoorde dat [medeverdachte 1] op het moment dat ik begon te hoesten zei dat hij dacht dat ik dood was. Hij zei dat hij al plannen had gemaakt waar hij mij zou willen begraven. Vervolgens kwam [voornaam verdachte] naar achteren en hij zei tegen mij dat als [medeverdachte 1] mij niet kon doden hij dat nu zou gaan doen. [voornaam verdachte] pakte mijn hoofd en sloeg mij met mijn hoofd tegen de wielkast van de [merk auto 2] bus. [voornaam verdachte] vroeg aan mij of ik nog een laatste gebed wilde doen. Ik heb dit vervolgens gedaan. Ik dacht dat ik doodgemaakt zou worden. Ik kan u vertellen dat [voornaam verdachte] harder sloeg en pijnlijker dan [medeverdachte 1]. Ik raakte door deze klappen van [voornaam verdachte] met mijn hoofd tegen de wielkast bewusteloos" (p. 1625).

Anders dan de verdediging en de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte en diens medeverdachten de aanmerkelijke kans ook hebben aanvaard. Het complex aan geweldshandelingen is, mede gelet op hetgeen het hof hiervoor over het bijzondere karakter daarvan heeft overwogen, naar zijn uiterlijke verschijningsvorm immers zo zeer gericht op het doden van [slachtoffer 1] dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte en diens medeverdachten de aanmerkelijke kans ook hebben aanvaard. Andere door de rechtbank aangestipte motieven voor het geweld zijn niet aannemelijk geworden, maar staan, gegeven het geweld en het bijzondere karakter daarvan, naar het oordeel van het hof niet aan de aanvaarding van de aanmerkelijk kans op dodelijk letsel in de weg. Temeer nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat een dodelijke afloop de verdachten onverschillig liet. Van een contra-indicatie als bedoeld in (HR 25 maart 2003, NJ 2003, 552) is dan ook geen sprake.

Medeplegen

Het verweer van de raadsman dat geen sprake is van medeplegen strandt reeds omdat dit uitgaat van het scenario waarin verdachte niet rechtstreeks betrokken is geweest bij de geweldshandelingen jegens [slachtoffer 1] en het hof, zoals hiervoor heeft overwogen, die rechtstreekse betrokkenheid wel bewezen acht. Voor het overige acht het hof de eventueel later in een aanvulling op te nemen bewijsmiddelen voldoende redengevend voor het bewijs van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking.

Geweld

Het hof verwerpt ook het verweer dat onvoldoende bewijs voorhanden is voor die geweldshandelingen waarvan geen corresponderend letsel bij [slachtoffer 1] is geconstateerd. [slachtoffer 1] heeft gedetailleerde verklaringen afgelegd over het tegen hem toegepaste geweld.

In de garagebox in Arnhem zijn meerdere voorwerpen aangetroffen waarover [slachtoffer 1] ook heeft verklaard. Op diverse voorwerpen zijn bloed en/of DNA sporen van [slachtoffer 1] aangetroffen. Het hof heeft voorts hiervoor reeds overwogen geloof te hechten aan de verklaringen van [slachtoffer 1] over de door hem ondergane geweldshandelingen. Het enkele gegeven dat bij het door het NFI verrichte onderzoek geen zichtbare tekenen zijn geconstateerd van alle afzonderlijke geweldshandelingen, doet hier niet aan af.

Nadere bewijsoverwegingen feit 2

Pleegperiode

Anders dan door de raadsman is betoogd, verklaart het hof voor wat betreft feit 2 de gehele tenlastegelegde periode bewezen. Het hof heeft deze bewijsbeslissing gebaseerd op het eventueel later in de aanvulling op te nemen proces-verbaal ter terechtzitting van dit hof van 24 maart 2009 voor zover inhoudende de verklaring van verdachte op dit punt alsmede de door [slachtoffer 1] bij de politie ten aanzien hiervan afgelegde verklaring.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 1 eerste onderdeel bewezenverklaarde:

Medeplegen van poging tot doodslag.

ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde:

Medeplegen van gijzeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank Zutphen heeft de verdachte veroordeeld wegens medeplegen van zware mishandeling en medeplegen van gijzeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld wegens medeplegen van poging tot doodslag en medeplegen van gijzeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden - dat verdachte samen met anderen het slachtoffer gedurende meerdere dagen van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, teneinde de familie van het slachtoffer te dwingen hennep en een groot geldbedrag af te geven en dat het slachtoffer gedurende de gijzeling op weerzinwekkende wijze is mishandeld en vernederd. Met de advocaat-generaal, en anders dan de rechtbank, is het hof van oordeel dat de geweldshandelingen dienen te worden gekwalificeerd als poging tot doodslag. Samen met de leidende rol die verdachte in het geheel heeft gespeeld en de onrust die dit soort criminele "afrekeningen" in de samenleving veroorzaakt, acht het hof een forse vrijheidsbenemende straf dan ook op zijn plaats. Het hof is echter van oordeel dat, ondanks de gewijzigde kwalificatie, kan worden volstaan met de straf zoals die ook door de rechtbank is opgelegd. Die straf acht het hof, mede gelet op de omstandigheid dat het uiteindelijk letsel dat [slachtoffer 1] heeft overgehouden mee valt en het gegeven dat de feiten zich hebben afgespeeld in het criminele circuit, in casu voldoende passend.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 47, 57, 63, 282a en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 eerste onderdeel en onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door

mr M. Otte, voorzitter,

mr C. Caminada en mr T.M.L. Wolters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr R. Robroek, griffier,

en op 14 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.