Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ7245

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
07-06-2011
Datum publicatie
07-06-2011
Zaaknummer
24-001504-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte wegens vernieling, lokaalvredebreuk en bedreiging tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren en beslist voorts op de vordering tot tenuitvoerlegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

nevenzittingsplaats Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummers: 24-001504-10 en 07-461582-07 (tul)

Uitspraak d.d.: 7 juni 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 1 juni 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 07-461582-07, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

ingeschreven staand te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof tenuitvoerlegging zal gelasten van de eerder voorwaardelijke opgelegde geldboete van € 400,-, subsidiair 8 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. R.W. van Faassen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 10 november 2008 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een 5-tal ruiten van een kantoorpand ([bedrijf]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

feit 2:

hij op of omstreeks 07 januari 2009 te [plaats] wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal gelegen aan [adres] en in gebruik bij [bedrijf]k, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, terwijl hem voor dat bankfiliaal een ontzegging was opgelegd en/of uitgereikt;

feit 3:

hij op of omstreeks 24 december 2008 in de gemeente [gemeente] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer], ter hoogte van diens keel/hals/luchtpijp, bij de kleding vastgepakt en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood" en/of "Is dit wat je wilt. Ik ga jou vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1:

hij op 10 november 2008 te [plaats] opzettelijk en wederrechtelijk een 5-tal ruiten van een kantoorpand, toebehorende aan [bedrijf], heeft vernield;

feit 2:

hij op omstreeks 7 januari 2009 te [plaats] wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal gelegen aan [adres], in gebruik bij [bedrijf], terwijl hem voor dat bankfiliaal een ontzegging was opgelegd en uitgereikt;

feit 3:

hij op 24 december 2008 in de gemeente [gemeente] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer], ter hoogte van diens keel bij de kleding vastgepakt en daarbij deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood" en "Is dit wat je wilt. Ik ga jou vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 10 november 2008 schuldig gemaakt aan vernieling van een vijftal ruiten van een plaatselijk bankfiliaal in [plaats]. Op 7 januari 2009 heeft verdachte zich bij hetzelfde bankfiliaal schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk. Door aldus te handelen heeft verdachte respectievelijk schade en overlast veroorzaakt. Voorts heeft verdachte zich op 24 december 2008 schuldig gemaakt aan bedreiging. Hiermee heeft hij bij aangeefster gevoelens van angst veroorzaakt.

Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van

11 april 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder wegens strafbare feiten is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben hem er niet van weerhouden de thans bewezen verklaarde feiten te begaan.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van 2 jaren, een passende en noodzakelijke bestraffing is. Een andere, lichtere strafmodaliteit komt thans niet meer in aanmerking. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient tevens als stok achter de deur, teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter te Zwolle-Lelystad van 20 februari 2008, parketnummer 07-461582-07, opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 400,-, subsidiair 8 dagen hechtenis. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Op grond van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 138, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Tenuitvoerlegging

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Zwolle van 8 februari 2010, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 20 februari 2008, parketnummer 07-461582-07, voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 400,-, subsidiair 8 dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter,

mr. O. Anjewierden en mr. P.W.J. Sekeris, raadsheren,

in tegenwoordigheid van S. van Krugten, griffier,

en op 7 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. P.W.J. Sekeris is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.