Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ4853

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-05-2011
Datum publicatie
17-05-2011
Zaaknummer
24-001622-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens overtreding van artikel 7 en 8 van de Wegenverkeerswet tot een geldboete van € 950,-, een werkstraf van 20 uren en een rijontzegging waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de tijd dat het rijbewijs van verdachte reeds ingehouden is geweest. Afwijzing van een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 7
Wegenverkeerswet 1994 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2011/69
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Sector strafrecht

Parketnummer: 24-001622-10

Uitspraak d.d.: 13 mei 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 21 juni 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 07-301190-08, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 29 april 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een geldboete van

€ 950,-, subsidiair 19 dagen vervangende hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zeven maanden, met aftrek van de tijd dat verdachte feitelijk geen gebruik heeft gemaakt van zijn rijbewijs, te weten zeven maanden. Voorts vordert de advocaat-generaal afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter Zwolle-Lelystad van 7 november 2008. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. B.E.J. Torny, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 17 oktober 2009 in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 755 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

feit 2:

hij op of omstreeks 17 oktober 2009 in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de [straat], de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten de gemeente [gemeente]) letsel en/of schade was toegebracht.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1:

hij op 17 oktober 2009 in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 755 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

feit 2:

hij op 17 oktober 2009 in de gemeente [gemeente], als bestuurder van een motorrijtuig, door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de [straat], de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander, te weten de gemeente [gemeente], schade was toegebracht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994.

het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich op 17 oktober 2009 schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 door een personenauto te besturen, terwijl het alcoholgehalte van zijn adem op dat moment wezenlijk hoger was dan de toegestane 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, te weten 755 microgram. Dat verdachte daadwerkelijk niet meer in staat was een auto te besturen, blijkt uit het feit dat hij de macht over het stuur is verloren en, zoals onder 2 bewezen is verklaard, een lantaarnpaal daarbij volledig omver heeft gereden. Vervolgens heeft hij - vergeefs - geprobeerd aan vervolging te ontkomen. Verdachte heeft daarmee de verkeersveiligheid, daaronder begrepen de veiligheid van zijn medeweggebruikers, in gevaar gebracht. Bovendien heeft verdachte met zijn handelen getracht een behoorlijke afwikkeling van de door hem veroorzaakte schade te voorkomen.

Uit het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 31 maart 2011 blijkt dat verdachte tweemaal eerder - in 2007 en 2008 - met politie en justitie in aanraking is geweest ter zake van het gebruik van alcohol in het verkeer. Dit heeft éénmaal geleid tot een transactie en éénmaal tot een veroordeling.

Verdachte heeft ter terechtzitting erkend fout te hebben gehandeld. Hij zegt zeer geschrokken te zijn van het gebeurde en nadien "volwassener" te zijn geworden. Naar zijn zeggen is hij sedertdien geheel gestopt met het gebruik van alcoholhoudende drank, hetgeen in zijn visie ook verband houdt met de - inmiddels positief afgeronde - bestuursrechtelijke procedure inzake zijn geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen en de daarbij gebruikelijke psychiatrische en medische onderzoeken. Uit voornoemd uittreksel uit de justitiële documentatie is niet gebleken van nieuwe dan wel openstaande zaken.

Verdachte heeft eveneens verklaard groot belang te hebben bij het behoud van zijn rijbewijs, nu woon/-werkverkeer met het openbaar vervoer vanwege de door verdachte verrichte ploegendiensten niet mogelijk is. Gelet op het belang dat ook het hof hecht aan continuering van verdachtes dienstverband, zal verdachte in zoverre tegemoet worden gekomen dat aan hem een rijontzegging zal worden opgelegd, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd dat verdachtes rijbewijs reeds ingehouden is geweest. De aanmerkelijke duur van het voorwaardelijke deel dient verdachte te weerhouden van verkeersdeelname na alcoholgebruik.

Gelet op de voor dergelijke misdrijven geldende oriëntatiepunten voor straftoemeting dient deze coulance naar het oordeel van het hof in een andere strafmodaliteit te worden gecompenseerd. Aan verdachte zal daarom, naast een geldboete waarvan de hoogte overeenstemt met het bij hem gemeten ademalcoholgehalte, tevens een werkstraf worden opgelegd van na te melden duur.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Politierechter te Zwolle-Lelystad van 7 november 2008, parketnummer 07-301190-08, opgelegde voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Op grond van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, zal de vordering tot tenuitvoerlegging - conform de vordering van de advocaat-generaal ter terechtzitting - worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14g, 22c, 22d, 23, 24, 24a, 24c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7, 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 950,00 (negenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 19 (negentien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand, elke termijn groot EUR 190,00 (honderdnegentig euro).

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte terzake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 11 (elf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Tenuitvoerlegging

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Zwolle van 4 maart 2010, met parketnummer 07-301190-08, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 7 november 2008 voorwaardelijk opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden.

Aldus gewezen door

mr. H. Heins, voorzitter,

mr. H.J. Deuring en mr. J. Dolfing, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel, griffier,

en op 13 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.