Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ3244

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-04-2011
Datum publicatie
02-05-2011
Zaaknummer
24-003231-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van winkeldiefstal veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003231-07

Parketnummer eerste aanleg: 07-603422-07

Arrest van 26 april 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 december 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1983] te [geboorteplaats],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte mr. B. Yesilgöz, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake het hem ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met aftrek van de tijd dat verdachte in voorarrest heeft gezeten.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 18 december 2007 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één mobiele telefoon/prepaid pakket HI KPN (merk: LG), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 18 december 2007 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één mobiele telefoon/prepaid pakket HI KPN (merk: LG), toebehorende aan het winkelbedrijf [bedrijf].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte is met zijn mededaders de [bedrijf] binnengegaan met het van tevoren gemaakte plan om te gaan stelen. Er is ten tijde van de diefstal een rolverdeling geweest, waarbij verdachte de rol van 'afleider' jegens het winkelpersoneel heeft gespeeld. De drie daders hebben vervolgens een telefoon met een waarde van € 199,- buitgemaakt. De handelwijze van verdachte en zijn mededaders getuigt van een gebrek aan respect voor de eigendomsrechten van anderen. Sterker nog, verdachte heeft op geen enkel moment spijt getoond van zijn daad.

De door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf is dan ook passend en geboden. Het hof zal die straf dan ook opleggen.

Het hof heeft geconstateerd dat er in de appelfase sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag van de Rechten van Mens (EVRM), nu niet binnen twee jaren na het instellen van het rechtsmiddel op 20 december 2007 een eindarrest is gewezen. Gelet op de hoogte van de strafmaat, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, zal het hof volstaan met de vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid, van het EVRM.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. E. de Witt, voorzitter, mr. P.W.J. Sekeris en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. D.J. de Vos als griffier.