Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ2168

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-04-2011
Datum publicatie
22-04-2011
Zaaknummer
10-00406
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Omzetbelasting.

Levering van voorbedrukt postzegelalbum is onderworpen aan het verlaagde tarief.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2011/35.23.3
FutD 2011-0976
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector belastingrecht

nummer 10/00406

uitspraakdatum: 12 april 2011

Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de Inspecteur van de Belastingdienst/P (hierna: de Inspecteur)

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 29 juli 2010, nummer AWB 08/2708, in het geding tussen de Inspecteur

en

Fiscale eenheid X BV, gevestigd te Z (hierna: belanghebbende).

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1 Belanghebbende heeft op 30 januari 2008 over het tijdvak 1 oktober 2007 tot en met 31 december 2007 op aangifte een bedrag aan omzetbelasting voldaan van € 16.520. Belanghebbende heeft tegen de voldoening op aangifte bezwaar gemaakt.

1.2 De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 15 mei 2008 het bezwaar afgewezen.

1.3 Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Arnhem (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 29 juli 2010 gegrond verklaard, het bedrag van de over het onderhavige tijdvak verschuldigde omzetbelasting verminderd tot € 16.507 en, aldus begrijpt het Hof, de uitspraak op bezwaar vernietigd.

1.4 De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

1.5 Tot de stukken van het geding behoren, naast de hiervoor vermelde stukken, het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft, alsmede alle stukken die nadien, al dan niet met bijlagen, door partijen in hoger beroep zijn overgelegd.

1.6 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2011 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord de directeur en de gemachtigde van belanghebbende, alsmede de Inspecteur.

1.7 Partijen hebben ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. Deze pleitnota’s worden door het Hof tot de stukken van het geding gerekend.

1.8 Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

2. De vaststaande feiten

2.1 X BV exploiteert een uitgeverij die onder meer postzegelalbums uitgeeft. Tot deze postzegelalbums behoren ook postzegelalbums met voordruk. De albums worden per land uitgegeven.

2.2 In haar aangifte over het tijdvak 1 oktober 2007 tot en met 31 december 2007 heeft belanghebbende een bedrag van € 100 opgenomen als omzet ter zake van de levering van een postzegelalbum met voordruk, meer in het bijzonder het zogenoemde album Nederland V. Als over deze levering verschuldigde omzetbelasting is een bedrag van € 19 (het normale tarief van 19% x € 100) aangegeven en voldaan.

2.3 Het album met de titel Nederland V maakt deel uit van een serie van zes albums bestemd voor Nederlandse postzegels vanaf het jaar 1852. De albums zijn losbladig. Eenmaal per jaar worden supplementen uitgegeven. Het ter zitting bij de Rechtbank overgelegde album Nederland V bevat behalve een titelblad met daarop het woord ‘Nederland’ en de woorden ‘Je Maintiendrai’, bladen met de nummers 140 tot en met 191 en A63 tot en met A82 en ook een blad met het nummer 113. Op de bladen zijn afbeeldingen gedrukt van postzegels. Daarop zijn transparante klemstrookjes bevestigd om de betreffende postzegels ter plaatse aan te brengen. Postzegels worden chronologisch opgenomen of per categorie. De bladzijdenummers van de bladen bestemd voor gewone frankeerzegels, worden niet voorafgegaan door één of meer letters. De bijzondere categorieën zegels, zoals portzegels en blokzegels, zijn opgenomen op de A-pagina’s achterin het album. De pagina’s nummeren per categorie wel door. De bladen zijn chronologisch geordend. Blad 113 is bestemd voor zegels met afbeeldingen van een portret van koningin Beatrix (zogenoemde koninginnekopjes). Het album heeft een harde kaft van kunstleer. Op het kaft staan vermeld het woord ‘Nederland’ en de woorden ‘Je Maintiendrai’. Op de rug van het album staat de naam van de uitgever en het nummer V. De band wordt geleverd in een kartonnen cassette en is te koop in boekwinkels. Het album is bestemd voor Nederlandse postzegels uit de periode 2000/2001 tot en met 2007. De albums I tot en met IV zien op daaraan voorafgaande periodes, het album VI op 2008 en later.

2.4 De bladen van Band IV zijn genummerd 114 tot en met 139.

2.5 De banden kunnen met blanco bladen en insteekbladen worden uitgebreid. Bij de verkoop daarvan wordt het normale omzetbelastingtarief in rekening gebracht.

2.6 Tot het jaar 2007 werd de levering van exemplaren van het betrokken album overeenkomstig het toen geldende besluit van de Staatssecretaris van 1 februari 1994, nr. VB93/3553, VN 1994/746 belast naar het verlaagde omzetbelastingtarief.

2.7 Tot de stukken behoort een brief van belanghebbende aan de Inspecteur van 27 november 2007 met onder meer de volgende inhoud:

“Namens onze cliënte X te Z vragen wij u aandacht voor het volgende.

Onlangs heb ik samen met de directeur van X, een bespreking met u gehad waarbij wij u een aantal door X uitgegeven postzegelboekwerken ter beoordeling hebben voorgelegd. Vervolgens heeft u uw standpunt bepaald, mede met inachtneming van het Besluit van de staatssecretaris van 27 september 2007, nr./ CPP 2007/536M, V-N 2007/54.22.

Hieronder geven wij een beschrijving van de postzegelboekwerken die wij hebben voorgelegd alsmede van het door u ingenomen standpunt. In die gevallen waarin u geoordeeld hebt dat het verlaagd tarief van toepassing is, bent u van mening dat het betreffende boekwerk kan worden aangemerkt als boek in de zin van artikel 9 van de Wet op de Omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB 1968) jo. Tabel 1 onderdeel a, post 30.

1) ‘Boeken met postzegels’

Zo nu en dan geeft X een boekwerk uit in de vorm van een boek (gebonden bladzijden, harde kaft, voorzien van informatieve teksten en foto’s, genummerde bladzijden, e.d.). Veelal bevat een dergelijk boekwerk tevens voordrukken van enkele postzegels waarop de bijbehorende postzegels kunnen worden bevestigd. De teksten en de beelden zijn dominant ten opzichte van de zegels.

Een voorbeeld is het boek “Hoogtepunten uit de 20e eeuw”. Voor deze boeken heeft X steeds het verlaagd tarief toegepast. Ook u bent van oordeel dat het verlaagd tarief van toepassing is.

2) ‘Postzegelalbums met voordruk’

Het gaat hier om albums met harde kaft waarin de bladen voorzien van een perforatie, op een dusdanige wijze gebundeld zijn dat de mogelijkheid bestaat om bladen in te voeren. Dit gebeurt via het losschroeven van 2 schroeven woordoor de bladen verbonden zijn. De bladen bevatten een voordruk van postzegels met veelal een transparant klemstrookje en zijn doorlopend genummerd. Periodiek (1 maal per jaar) worden er door X specifiek voor het betreffende album nieuwe bladen uitgegeven. De albums zelf en de periodiek uitgegeven bladen bevatten ten tijde van uitgifte geen postzegels. De albums worden in een kartonnen cassette geleverd. X verkoopt de postzegelalbums met voordruk ondermeer via tientallen boekhandelaren in Nederland.

De volgende 2 soorten postzegelalbums met voordruk kunnen worden onderscheiden:

a) albums met beperkte informatieve teksten, bijvoorbeeld “Nederland V”;

b) albums die naast de voordruk tevens zijn voorzien van uitgebreide informatieve teksten en illustraties, bijvoorbeeld “Nederland, Geïllustreerd Verzamelen”.

Voor deze albums en de jaarlijkse supplementen daarop heeft X tot nog toe steeds het verlaagd tarief toegepast.

U bent van oordeel dat de albums met beperkte informatieve teksten, bijvoorbeeld “Nederland V” onder het algemeen tarief vallen. De levering van albums die naast de voordruk tevens zijn voorzien van uitgebreide informatieve teksten en illustraties, bijvoorbeeld “Nederland, Geïllustreerd Verzamelen” valt naar uw oordeel onder het verlaagd tarief.

Ten aanzien van de supplementen heeft u zich op het standpunt gesteld dat de levering hiervan het tarief volgt van het boekwerk waarop het betrekking heeft.

3) Ringbanden

Het betreft ringbanden met transparante plastic opbergvellen die voorbedrukte kaarten met afbeeldingen van originele postzegels bevatten, bijvoorbeeld: “Eerste dagbladen van Nederland”. Ook de ringbanden zijn voorzien van een kartonnen hoes. Voor deze banden heeft X tot nog toe steeds het algemeen tarief toegepast. U bent van oordeel dat dit juist is.

4) Postzegelcatalogi (geen eigen uitgaven)

De door X verkochte postzegelcatalogi zijn geen eigen uitgaven, maar worden uitgegeven door o.a. de Nederlandse Vereniging van Postzegel Handelaren (N.V.P.H.). Postzegelcatalogi hebben een kaft, genummerde bladzijden, bevatten veel illustraties van postzegels en begeleidende teksten (o.a. prijzen). Ze kennen soms een EAN/ISBN-nummer. Voor deze catalogi heeft X steeds het 6% tarief toegepast. Ook u bent van mening dat op deze catalogi het verlaagd tarief van toepassing is.”

(…)”

Deze brief is door de Inspecteur voor akkoord ondertekend.

3. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1 In geschil is of belanghebbende ter zake van de levering van het voorbedrukte postzegelalbum omzetbelasting is verschuldigd naar het normale tarief, hetgeen de Inspecteur bepleit, of naar het verlaagde tarief van artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB), juncto post a.30 van de bij de Wet OB behorende tabel I, hetgeen belanghebbende verdedigt. Meer in het bijzonder is in geschil of het voorbedrukte postzegelalbum een boek is als bedoeld in vorenbedoelde tabelpost.

3.2 Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting.

3.3 De Inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en, naar het Hof begrijpt, tot bevestiging van zijn uitspraak op bezwaar.

3.4 Belanghebbende concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4. Beoordeling van het geschil

4.1 De Rechtbank heeft geoordeeld dat op de levering van het voorbedrukte postzegelalbum het verlaagde tarief van toepassing is. De Rechtbank heeft daarbij onder meer vooropgesteld dat met post a.30 van de bij de Wet OB behorende tabel I invulling is gegeven aan artikel 12, derde lid, onderdeel a, slot en categorie 6 van Bijlage H bij de Zesde richtlijn (thans: artikel 98 en categorie 6 van Bijlage III bij de Btw-richtlijn), dat noch de Wet OB noch de Btw-richtlijn een definitie bevat van het begrip boek, dat dit begrip volgens de gebruikelijke betekenis van dit woord moet worden uitgelegd tegen de achtergrond van de context waarin het in de Zesde richtlijn, tegenwoordig de Btw-richtlijn, wordt gebruikt (vgl. HvJ EU 18 maart 2010, C-3/09 (Erotic Center), LJN BL9248 en BNB 2010/300) en dat aangenomen moet worden dat de Hoge Raad in zijn arrest van 19 april 1995, nr. 30.457, LJN AA1523 en BNB 1995/183 een richtlijnconforme uitleg heeft gegeven aan het begrip boek.

4.2 Het Hof sluit zich hierbij aan en maakt het oordeel van de Rechtbank tot het zijne.

4.3 De Hoge Raad heeft in zijn hiervóór in 4.1 genoemde arrest geoordeeld dat voor de beantwoording van de vraag of een geschrift als een boek moet worden aangemerkt, acht dient te worden geslagen op verschillende kenmerken daarvan, zoals de omvang en de inhoud, de wijze waarop de bladen tot een geheel zijn verbonden en de mate waarin ook overigens de uiterlijke verschijningsvorm overeenkomt met de gebruikelijke vorm waarin boeken verschijnen.

4.4 Gelet op de door de Hoge Raad genoemde kenmerken, die in onderlinge samenhang moeten worden bezien, dient het voorbedrukte postzegelalbum naar het oordeel van het Hof te worden aangemerkt als een boek. In hoger beroep zijn twee kenmerken, te weten de uiterlijke verschijningsvorm en de omvang, tussen partijen niet meer in geschil. Wat betreft de wijze waarop de bladen tot een geheel zijn verbonden, overweegt het Hof het volgende. Het feit dat het album een losbladig systeem heeft, staat er naar het oordeel van het Hof niet aan in de weg het album als boek aan te merken. Het Hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat de bladen van album V betrekking hebben op een bepaalde periode (te weten: vanaf het jaar 2000 tot en met het jaar waarin de uitgever heeft besloten dat het album compleet is, in casu 2007) en het Hof – gelet op de door de directeur van belanghebbende ter zitting gegeven toelichting – aannemelijk acht dat (i) de bladen zijn bestemd om bij elkaar te blijven en (ii), hoewel het technisch mogelijk is het album los te halen, het loshalen alleen plaatsvindt bij het invoegen van supplementen die – totdat het album compleet is – eenmaal per jaar worden verstrekt. Wat betreft de inhoud, acht het Hof van belang dat het album is voorzien van een titelvel, op de bladen in het album is aangegeven dat het om Nederland gaat, de bladen logisch zijn genummerd en gerangschikt, daarop de voordruk van een selectie van postzegels is opgenomen en daarbij de uitgiftedata van de postzegels zijn vermeld. De omstandigheden dat een colofon, inhoudsopgave, inleiding en indeling in hoofdstukken ontbreken, er geen informatieve teksten zijn opgenomen die betrekking hebben op de (te verzamelen) postzegels die zijn afgebeeld in het album en de bladen dik(ker) zijn (dan die van een gemiddeld boek), doen hier niet aan af. Daaraan doet evenmin af dat het album met de in zwart/wit voorgedrukte postzegels niet louter een ‘kijkfunctie’ heeft, maar tevens een ‘opbergfunctie’.

slotsom

Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.

5. Kosten

Het Hof ziet aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Het Hof acht in dit verband de stelling van belanghebbende aannemelijk dat de gemachtigde beroepsmatig bijstand heeft verleend bij het opstellen van een verweerschrift in hoger beroep. De proceskosten van belanghebbende zijn te berekenen op 2 (1 punt voor het indienen van een verweerschrift en 1 punt voor het bijwonen van het onderzoek ter zitting) * € 437 = € 874 aan kosten van door een derde in de procedure in hoger beroep beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De kosten van de procedure in eerste aanleg zijn reeds door de Rechtbank vergoed.

6. Beslissing

Het Gerechtshof:

- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank,

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 874,

- bepaalt dat van de Staat op het moment dat deze uitspraak onherroepelijk is komen vast te staan een griffierecht zal worden geheven van € 447.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Ettema, voorzitter, mr. J. Lamens en mr. B.F.A. van Huijgevoort, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Luggenhorst als griffier.

De beslissing is op 12 april 2011 in het openbaar uitgesproken.

De griffier, De voorzitter,

(J.H. Luggenhorst) (C.M. Ettema)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer)

Postbus 20303,

2500 EH Den Haag.

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.