Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ1641

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-04-2011
Datum publicatie
18-04-2011
Zaaknummer
24-002462-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld wegens voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie en het vernielen van autobanden en een ruit. Mede wegens reciverende gedrag wordt verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden opgelegd. Deze straf heeft verdachte reeds in voorarrest uitgezeten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002462-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-440017-09 en 07-440145-09

Arrest van 15 april 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 september 2009 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 07-440017-09 en 07-440145-09 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen:

[verdachte],

geboren op [1965] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. I. Petkovski, advocaat te Deventer.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft beslist op een vordering van een benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake het in zaak A onder 1 en 3 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake het hem ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van het voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

In zaak A

2.

hij op of omstreeks 28 juni 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk twee autobanden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

In zaak B

1.

hij op of omstreeks 31 mei 2009 in de gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 31 mei 2009 in de gemeente [gemeente] een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk Walther P38 en/of munitie van categorie III, te weten scherpe 9 mm patronen, voorhanden heeft gehad.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

In zaak A

2.

hij op 28 juni 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk twee autobanden, toebehorende aan [slachtoffer 1] heeft vernield;

In zaak B

1.

hij op 31 mei 2009 in de gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, toebehorende aan [slachtoffer 2] heeft vernield;

2.

hij op 31 mei 2009 in de gemeente [gemeente] een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk Walther P38 en munitie van categorie III, te weten scherpe 9 mm patronen, voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A onder 2 en in zaak B onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

Zaak A:

Onder 2: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

Zaak B:

Onder 1: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

Onder 2: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 31 mei 2009 een steen door een ruit van de woning van zijn

ex-vrouw, [slachtoffer 2], gegooid. Daarnaast heeft verdachte op 28 juni 2008 de banden van de auto van [slachtoffer 1] vernield. Dit heeft hij gedaan door de banden van de auto lek te steken. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 1].

Daarnaast heeft de verdachte een pistool, een verboden wapen voorzien van munitie, voorhanden gehad. Dit wapen heeft verdachte verborgen in de afzuigkap in de woning van zijn zus. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie kan in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich meebrengen en een gevoel van onveiligheid in de maatschappij veroorzaken. Door te handelen als hij heeft gedaan heeft de verdachte daaraan bijgedragen.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende de verdachte van 31 januari 2011 blijkt dat de verdachte reeds meerdere malen is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder gewelds- en agressiedelicten.

Voorts heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het voorlichtingsrapport van 24 maart 2009, opgemaakt door de reclassering, en zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Het hof is op grond van het bovenstaande van oordeel dat uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van de door de verdachte begane strafbare feiten, mede gezien het recidiverende gedrag van verdachte, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden noodzakelijk en geboden is. Deze straf heeft verdachte reeds in voorarrest ondergaan.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 57 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het hem in zaak A onder 1 en 3 ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde in zaak A onder 2 en in zaak B onder 1 en 2 bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A onder 2 en in zaak B onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte als griffier.