Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0533

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
29-03-2011
Datum publicatie
07-04-2011
Zaaknummer
24-000978-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van diefstal met geweld, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede tot een werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.

De vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000978-10

Parketnummer eerste aanleg: 07-025131-10

Arrest van 29 maart 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 14 april 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1981] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. K. Kok, advocaat te Zwolle.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het onder 2. ten laste gelegde feit en heeft de verdachte ter zake van het onder 1. ten laste gelegde feit veroordeeld tot een straf en op de vorderingen van de benadeelde partijen beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2. ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd onder 1. en verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen van de benadeelde partijen zal toewijzen telkens tot een bedrag van € 300,00 en telkens met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover aan hoger beroep onderworpen - ten laste gelegd, dat hij:

feit 1:

op of omstreeks 8 februari 2010 in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een krat bier, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan nachtwinkel '[bedrijf]' (gelegen op of aan het [straat]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (eigenaar van die nachtwinkel '[bedrijf]' en/of zijn echtgenote), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke dreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, toen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] hem had(den) achterhaald en/of (vervolgens) had(den) aangehouden, heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt naar/tegen en/of in de richting van het/de licha(a)m(en) van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2].

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat verdachte:

op 8 februari 2010 in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een krat bier, toebehorende aan nachtwinkel '[bedrijf]' gelegen aan het [straat], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] (eigenaar van die nachtwinkel '[bedrijf]' en zijn echtgenote), gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, toen voornoemde [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hem hadden achterhaald en hadden aangehouden, heeft geslagen en/of getrapt tegen de lichamen van die [benadeelde 1] en [benadeelde 2];

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een krat bier uit een nachtwinkel. Toen de beide eigenaren trachtten te voorkomen dat hij met het gestolene zou ontkomen is verdachte agressief geworden en heeft hij zich met geweld tegen hen verzet. Winkeldiefstal is een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor winkeliers hinder en schade oplevert. Tevens heeft verdachte door het gebruik van geweld een inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers.

Het hof heeft voorts in aanmerking genomen dat verdachte zijn betrokkenheid bij de twee ad informandum gevoegde feiten heeft erkend, zodat deze bij de beoordeling van de strafmaat worden meegenomen.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 18 januari 2011, waaruit blijkt dat verdachte veelvuldig voor vermogensdelicten en geweldsdelicten is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben hem er niet van weerhouden het bewezen verklaarde feit te begaan.

De in eerste aanleg opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf is in overeenstemming met de geldende oriëntatiepunten en zou daarom in beginsel passend en geboden zijn voor een dergelijk feit.

Het hof weegt echter ten voordele van verdachte mee dat er sprake is van een positieve ontwikkeling in zijn leven. Verdachte heeft aangegeven zijn oude milieu in Zwolle achter zich gelaten te hebben en nu met zijn partner en hun kinderen elders te wonen. Vast staat dat verdachte na het plegen van het onderhavige feit niet meer met Justitie in aanraking is gekomen. Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij sinds enige maanden vrijwillig onder behandeling staat bij VNN Drachten, in het kader van zijn alcoholverslaving en daartoe een leefstijltraining volgt. Voorts is sprake van schuldhulpverlening.

Gelet op het voorgaande, waaronder de bovenomschreven gewijzigde leefomstandigheden van verdachte, is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde straf, te weten een werkstraf van 100 uren in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, passend en geboden is.

Benadeelde partijen

De benadeelde partijen hebben zich in het geding in eerste aanleg gevoegd. De vordering van deze benadeelde partijen is in eerste aanleg deels toegewezen, te weten telkens tot een bedrag van € 300,00 voor immateriële schade, en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partijen hebben zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Derhalve duren de voegingen ter zake van de in eerste aanleg gedane vorderingen tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort tot het bedrag dat in eerste aanleg is toegewezen.

Het hof ziet - mede nu verdachte de vorderingen niet heeft betwist - geen aanleiding af te wijken van het oordeel van de eerste rechter en zal de beide vorderingen opnieuw toewijzen tot een bedrag van € 300,00 voor immateriële schade.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aan verdachte zal daarnaast de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van de toegewezen bedragen ten behoeve van de slachtoffers.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 2. ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1. ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

legt op een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderd uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftig dagen zal worden toegepast;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van driehonderd euro;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van driehonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zes dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van driehonderd euro;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van driehonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zes dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. J. Dolfing en mr. W.F. van Zant, in tegenwoordigheid van mr. H. de Ruijter als griffier, zijnde mr. Van Zant voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.