Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0426

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
05-04-2011
Datum publicatie
07-04-2011
Zaaknummer
21-002416-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Ondanks intrekking van vergunning toch café uitgeoefend. Intrekkingsbesluit is later herroepen. Het ligt in de lijn van eerdere jurisprudentie dat niet alleen een uitspraak van de bestuursrechter, maar ook een uitspraak van een bestuursorgaan dat vernietiging van een besluit inhoudt tot gevolg heeft dat het vernietigde besluit van de aanvang af niet rechtsgeldig is geweest en zonder rechtsgevolg. De vergunning van verdachte moet geacht worden nooit ingetrokken te zijn geweest en aangenomen moet worden dat verdachte op tijd en plaats als tenlastegelegd niet zonder vergunning het café heeft geëxploiteerd, zodat het tenlastegelegde niet bewezen kan worden en verdachte aldus dient te worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2011/148
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002416-10

Uitspraak d.d.: 5 april 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de economische kamer

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Arnhem van 1 juli 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 maart 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 7 februari 2009 in de gemeente Arnhem zonder daartoe strekkende vergunning van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem een horecabedrijf, namelijk café [X], gevestigd op het adres [adres], heeft uitgeoefend.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

Feitelijke situatie

Op 2 april 2008 is, gelet op artikel 3 van de Drank en Horecawet, aan verdachte een vergunning verleend tot het uitoefenen van café [X]. Deze vergunning is op 28 januari 2009 ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders. Ondanks de intrekking van de vergunning was het café van verdachte op 7 februari 2009 toch geopend.

Verdachte heeft op 11 maart 2009 een bezwaarschrift ingediend tegen de intrekking van de vergunning. Dit bezwaar is op 29 oktober 2009 door het college van burgemeester en wethouders gegrond verklaard en het intrekkingbesluit van 28 januari 2009 is herroepen.

Bestuursrechtelijke situatie

Volgens artikel 8:72 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een besluit geheel of gedeeltelijk vernietigd indien het beroep hiertegen gegrond wordt verklaard. Volgens het tweede lid van dat artikel brengt vernietiging van een besluit mee de vernietiging van de rechtsgevolgen van dat besluit.

De vernietiging heeft derhalve tot gevolg dat het besluit geacht moet worden in juridische zin nooit te hebben bestaan en de daaraan verbonden rechtsgevolgen moeten met terugwerkende kracht ongedaan worden gemaakt. De vernietiging werkt dus ex tunc.

De Hoge Raad heeft in zijn arresten van 6 februari 2001 (NJ 2001, 669) en 17 juni 2003 (LJN AF 7935) overwogen dat een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, houdende vernietiging van de beschikking waarbij een vergunning was verleend, tot gevolg heeft dat die beschikking van de aanvang af niet rechtsgeldig is geweest.

Indien in de bestuursrechtelijke procedure onherroepelijk is vastgesteld dat een besluit niet rechtsgeldig is genomen en daarom vernietigd moet worden, dient de strafrechter daarvan uit te gaan. Dan kan niet meer bewezen worden verklaard dat de wettelijke regeling waarop het vernietigde besluit stoelde, of tot de uitvoering waarvan het strekte, op strafbare wijze is overtreden. Dat geldt ook voor gedragingen in strijd met het besluit die vóór de vernietiging daarvan zijn verricht. In dit verband komt geen belang toe aan de vraag of het besluit om inhoudelijke of om zuiver procedurele redenen werd vernietigd, aldus de Hoge Raad.

Gevolgen van de herroeping in de onderhavige zaak

Het hof is van oordeel dat het in de lijn van de hiervoor genoemde jurisprudentie ligt dat niet alleen een uitspraak van de bestuursrechter maar ook een uitspraak van een bestuursorgaan dat vernietiging van een besluit inhoudt tot gevolg heeft dat het vernietigde besluit van de aanvang af niet rechtsgeldig is geweest en zonder rechtsgevolg.

Gelet op het bovenstaande moet de vergunning van verdachte geacht worden nooit ingetrokken te zijn geweest en moet worden aangenomen dat verdachte op tijd en plaats als tenlastegelegd niet zonder vergunning het café heeft geëxploiteerd, zodat het tenlastegelegde niet bewezen kan worden en verdachte aldus dient te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr B.P.J.A.M. van der Pol, voorzitter,

mr H.W. Koksma en mr L.E.M. Hendriks, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,

en op 5 april 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr L.E.M. Hendriks is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.