Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0367

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-03-2011
Datum publicatie
07-04-2011
Zaaknummer
21.003636/08
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:178, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Witwassen als bedoeld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht, valse werkgeversverklaringen en salarisspecificaties en hypothecaire leningen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-003636-08

Uitspraak d.d.: 23 maart 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Almelo van 3 september 2008 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-710744-06 en 08-710311-06, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1967],

volgens eigen opgave wonende te [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland), [adres].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 15 september 2010 en 9 maart 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr B.H. Niemann, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 08-710744-06:

feit 1 primair:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 5 september 2006 in de gemeente(n) Oldenzaal en/of Enschede en/of Emmen en/of Hengelo (O) en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) een of meer werkgeversverklaring(en) en/of loon-/salarisspecificaties(s), te weten:

* een werkgeversverklaring gedateerd op 6 mei 2004 van [bedrijf 1] en betreffende de werknemer [naam], (zakendossier 1, pag. 1016), en/of

* een werkgeversverklaring gedateerd 22 december 2005 en/of een salarisspecificatie van de maand november 2005 van [bedrijf 2] en betreffende de werknemer [naam], (zakendossier 2, pag. 2010 en 2011), en/of

* een werkgeversverklaring gedateerd 28 februari 2006 en/of een salarisspecificatie van de maand januari 2006 van [bedrijf 2] en betreffende de werknemer [naam], (zakendossier 4, pag. 4018 en 4019), en/of

* een werkgeversverklaring gedateerd 27 februari 2006 en/of een salarisspecificatie van de maand december 2005 van [bedrijf 2] en betreffende de werknemer [naam], (zakendossier 6, pag. 6014 en 6015), en/of

* een werkgeversverklaring gedateerd 23 maart 2005 en/of een of meer salarisspecificatie(s) van de maand(en) maart en/of april 2005 van [bedrijf 2] en betreffende de werknemer [naam], (zakendossier 10, pag. 10011, 10014 en 10015), en/of

* een werkgeversverklaring gedateerd 28 juli 2003 en/of een salarisspecificatie van de maand juni 2003 van [bedrijf 1]en betreffende de werknemer [naam], (zakendossier 13, pag. 13017 en 13018), en/of

* een werkgeversverklaring gedateerd 6 juni 2005 van [bedrijf 4] en betreffende de werknemer [naam] (zakendossier 16, pag. 16015), en/of

* een werkgeversverklaring gedateerd 23 november 2005 van [bedrijf 2] en betreffende de werknemer [naam], (zakendossier 18, pag. 18043), en/of

* een werkgeversverklaring gedateerd 2 augustus 2005 en/of een salarisspecificatie van de maand juli 2005 van [bedrijf 5]en betreffende de werknemer [naam], (zakendossier 22, pag. 22016 en 22017),

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid op de werkgeversverklaring(en) en/of die salarisspecificatie(s) vermeld en/of laten vermelden dat:

- die [naam] (telkens) een dienstverband heeft met [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of dat [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] die [naam] (telkens) loon heeft betaald en/of loon verschuldigd is, en/of

- die [naam] (telkens) een dienstverband heeft met [bedrijf 2] en/of [bedrijf 1] en/of dat [bedrijf 2] en/of [bedrijf 1] die [naam] (telkens) loon heeft betaald en/of loon verschuldigd is, en/of

- die [naam] een dienstverband heeft met [bedrijf 4] en/of dat [bedrijf 4] die [naam] loon heeft betaald en/of loon verschuldigd is, en/of

- die [naam] een dienstverband heeft met [bedrijf 2] en/of dat [bedrijf 2] die [naam] loon heeft betaald en/of loon verschuldigd is, en/of

- die [naam] een dienstverband heeft met [bedrijf 5]en/of [bedrijf 5] die [naam] loon heeft betaald en/of loon verschuldigd is

terwijl in werkelijkheid daar (telkens) geen sprake van was, zulks (tevens/telkens) met het oogmerk om die/dat werkgeversverklaring(en) en/of salarisspecificatie(s) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, terwijl uit dat gebruik (telkens) enig nadeel kon ontstaan;

feit 2:

hij op een of meer (nader te noemen) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 5 september 2006 in de gemeente(n) Oldenzaal en/of Enschede en/of Emmen en/of Hengelo (O) en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

* in/omstreeks de maand(en) april/mei 2004, de [bank1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 120.000,--, in elk geval een geldbedrag, (zakendossier 1, aangifte pag. 1011 e.v.), en/of

* in/omstreeks de maand maart 2006, de [bank2] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 470.000,--, in elk geval een geldbedrag, (zakendossier 4, aangifte pag. 4014 e.v.), en/of

* in/omstreeks de maand(en) februari/maart 2005, de [bank2] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 385.000,--, in elk geval een geldbedrag, (zakendossier 10, aangifte pag. 10009 e.v.), en/of

* in/omstreeks de maand(en) juli 2003 tot en met september 2003, de [benadeelde] bank heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 310.000,--, in elk geval een geldbedrag,(zakendossier 13, aangifte pag. 13008 e.v.), en/of * in/omstreeks de maand(en) juni/juli 2005, [bank3] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 270.000,--, in elk geval een geldbedrag, (zakendossier 16, aangifte pag. 16009 e.v.)

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) ten behoeve van voornoemde hypothecaire geldlening(en) een valse werkgeversverklaring en/of een of meer valse salarisspecificatie(s) verstrekt, waaruit zou moeten blijken dat verdachtes mededader(s) een dienstverband had(den) bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 4], zulks terwijl die mededader(s) (telkens) in werkelijkheid geen dienstverband had(den) bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 4], waardoor die bankinstelling(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

feit 3:

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2004 tot en met 18 mei 2005 in de gemeente Emmen en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de [bedrijf 7] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 350.000,--, in elk geval een geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen daar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) ten behoeve van voornoemde hypothecaire geldlening een of meer valse/vervalste huurovereenkomst(en) van het pand [adres] 16 te Schoonebeek verstrekt, waaruit zou moeten blijken dat de huuropbrengst(en) van het pand [adres] 16 te Schoonebeek voldoende zou(den) zijn als inkomsten om de hypotheek te rechtvaardigen, waardoor voornoemde [bedrijf 7] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; (zakendossier 7, aangifte pag. 7012 e.v.)

feit 4 primair:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart 2006 tot en met 13 april 2006 in de gemeente(n) Oldenzaal en/of Enschede en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een voorwerp, te weten (een) geldbedrag(en), en wel:

- op of omstreeks 22 maart 2006 een contante storting van euro 9.500,-- op bankrekening [rekeningnummer], en/of

- op of omstreeks 13 april 2006 een contante storting van euro 4.000,-- op bankrekening [rekeningnummer],

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van die/dat voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

feit 4 subsidiair:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart 2006 tot en met 13 april 2006 in de gemeente(n) Oldenzaal en/of Enschede en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een geldbedrag, en wel:

- op of omstreeks 22 maart 2006 een contante storting van euro 9.500,-- op bankrekening [rekeningnummer], en/of

- op of omstreeks 13 april 2006 een contante storting van euro 4.000,-- op bankrekening [rekeningnummer]

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat geldbedrag (telkens) wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; (zaakdossier 19)

Het hof nummert het onder parketnummer 08-710311-06 tenlastegelegde feit

als 5.

feit 5 primair:

hij op nader te noemen tijdstip(pen) in of omstreeks de maand augustus 2006 in de gemeente(n) Oldenzaal en/of Enschede en/of Emmen en/of Apeldoorn en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de/het nader te noemen geldbedrag(en), in elk geval enig geld, geheel of ten dele toebehorende aan de nader te noemen rechthebbende(n), in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en wel:

- op of omstreeks 21augustus 2006 een geldbedrag van euro 24.166,15 en/of een geldbedrag van euro 115.397,85, toebehorende aan Vereniging van Eigenaren [adres] (even), (aangifte dossier 20, pag 20012 e.v.) en/of

- op of omstreeks 16 augustus 2006 een geldbedrag van euro 15.000,-- en/of op of omstreeks 22 augustus 2006 een geldbedrag van euro 18.000,--, toebehorende aan de Coöperatieve Vereniging van Eigenaren in het winkelcentrum [adres] 42 Apeldoorn, (aangifte dossier 20, pag 20145 e.v.), en/of

- op of omstreeks 22 augustus 2006 een geldbedrag van euro 51.823,63, toebehorende aan De mandeligheid [naam] te Emmen, (aangifte dossier 20, pag 20173 e.v.);

feit 5 subsidiair:

hij op nader te noemen tijdstip(pen) in of omstreeks de maand augustus 2006 in de

gemeente(n) Oldenzaal en/of Enschede en/of Emmen en/of Apeldoorn en/althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, opzettelijk nader te noemen geldbedrag(en), in elk geval enig geld, geheel of ten dele toebehorende aan nader te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en wel:

- op of omstreeks 21 augustus 2006 een geldbedrag van euro 24.166,15 en/of een geldbedrag van euro 115.397,85, toebehorende aan [adres] (even), (aangifte dossier 20, pag 20012 e.v.) en/of

- op of omstreeks 16 augustus 2006 een geldbedrag van euro 15.000,-- en/of op of omstreeks 22 augustus 2006 een geldbedrag van euro 18.000,--, toebehorende aan de Coöperatieve Vereniging van Eigenaren in het winkelcentrum [adres] 42 Apeldoorn, (aangiftedossier 20, pag 20145 e.v.), en/of

- op of omstreeks 22 augustus 2006 een geldbedrag van euro 51.823,63, toebehorende aan De mandeligheid [naam] te Emmen, (aangifte dossier 20, pag 20173 e.v.)

welk(e) geldbedrag(en) verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) uit hoofde van zijn/hun persoonlijke dienstbetrekking en/of beroep en/of tegen geldelijke vergoeding, te weten als directeur van [bedrijf 2], zijnde de (vermogens)beheerder van/namens de voornoemde rechthebbende(n) en/of als gemachtigde om namens de voornoemde rechthebbende(n) de/een bankrekening(en) van die rechthebbende(n) te beheren, in elk geval (telkens) anders dan door misdrijf, onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof is van oordeel dat de door en namens verdachte bepleite vrijspraak voor wat betreft de onder 2, 4 en 5 tenlastegelegde feiten wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die, van de lezing van verdachte afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen.

In het bijzonder blijkt uit de stukken die betrekking hebben op feit 1 dat verdachte ten behoeve van onder andere [naam] enige malen (een aantal keren overigens zonder effect of succes) valse werkgeversverklaringen heeft geproduceerd. Dat gebeurde in de jaren 2004, 2005 en 2006. Dat dergelijke verklaringen voor [naam] ter verkrijging van een hypotheek nuttig en nodig waren blijkt uit het feit dat dergelijke - valse - werkgeversverklaringen door verdachte zijn vervaardigd. Hieruit leidt het hof ook het oogmerk van verdachte af om zichzelf dan wel een ander wederrechtelijk te bevoordelen. Kennelijk kon de hypotheekverstrekking niet op een andere "eerlijke" wijze plaatshebben. Op zo’n wijze een hypothecair krediet verkrijgen waarvoor men eigenlijk of anders niet (zonder meer) in aanmerking komt levert voor de geldlener in kwestie immers een voordeel op.

Uit het betalingsverkeer waarvan de tenlastelegging bij feit 4 melding maakt blijkt dat [naam] in (maart 2006 en april 2006) aan verdachte tot twee keer toe de relevante betalingen deed, zonder een aanwijsbaar reguliere herkomst. Deze beide omstandigheden samengenomen leiden tot het oordeel dat verdachte minst genomen moest weten dat [naam] deze betalingen deed uit of met niet regulier verkregen geld, geld dat in elk geval door [naam] niet verantwoord was of werd tegenover de fiscus. [naam] zelf zegt dat hij niet over enig eigen "wit" inkomen beschikte. Voor in elk geval één van deze betalingen geldt dat deze bedoeld was om verdachte te compenseren voor een betaling die verdachte aan [naam] had gedaan of zou doen teneinde te doen voorkomen dat [naam] een regulier arbeidsinkomen had, een betaling die aan [naam] was gedaan als zou er sprake zijn van inkomen uit arbeid, en die [naam] in staat heeft gesteld (op grond van valse werkgeversverklaringen en salarisspecificaties) een hypotheek te verkrijgen (zie feit 1, de eerste vier *). Waarom verdachte met betrekking tot die andere betaling, die in dezelfde periode plaatsvond, met recht en reden anders kon of mocht denken over de herkomst van het daarmee gemoeide geld is niet aannemelijk geworden.

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde is het hof van oordeel dat verdachte weliswaar bevoegd was de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen als directeur van [bedrijf 2] onder zich te hebben. Hij was echter niet bevoegd als heer en meester over deze geldbedragen te beschikken door deze naar een eigen rekening van [bedrijf 4] over te boeken.

De verdediging heeft als verweer aangevoerd dat verdachte met zijn handelen (het verwijt van feit 5) heeft willen voorkomen dat die gelden binnen een dreigend faillissement van [bedrijf 2] zouden komen te vallen. Daarom zou het opzet op wederrechtelijke toeëigening niet bewezenverklaard kunnen worden. Wat hier ook van zij, naar het oordeel van het hof is van een te begrijpen noodzaak om vanwege die aangevoerde reden het geld zo weg te sluizen op geen enkele manier gebleken. Nu de feitelijke grondslag aan dat verweer ontbreekt, wordt het verweer verworpen.

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen telkens slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

feit 1 primair:

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 5 september 2006 in de gemeenten Oldenzaal en Enschede en Emmen werkgeversverklaringen en loon-/salarisspecificaties, te weten:

* een werkgeversverklaring gedateerd op 6 mei 2004 van [bedrijf 1] en betreffende de werknemer [naam], en

* een werkgeversverklaring gedateerd 22 december 2005 en/of een salarisspecificatie van de maand november 2005 van [bedrijf 2] en betreffende de werknemer [naam], en

* een werkgeversverklaring gedateerd 28 februari 2006 en/of een salarisspecificatie van de maand januari 2006 van [bedrijf 2] en betreffende de werknemer [naam], en

* een werkgeversverklaring gedateerd 27 februari 2006 en/of een salarisspecificatie van de maand december 2005 van [bedrijf 2] en betreffende de werknemer [naam], en

* een werkgeversverklaring gedateerd 23 maart 2005 en/of een of meer salarisspecificatie(s) van de maand(en) maart en/of april 2005 van [bedrijf 2] en betreffende de werknemer [naam], en

* een werkgeversverklaring gedateerd 28 juli 2003 en/of een salarisspecificatie van de maand juni 2003 van [bedrijf 1] en betreffende de werknemer [naam], en

* een werkgeversverklaring gedateerd 6 juni 2005 van [bedrijf 4] en betreffende de werknemer [naam] en

* een werkgeversverklaring gedateerd 23 november 2005 van [bedrijf 2] en betreffende de werknemer [naam], en

* een werkgeversverklaring gedateerd 2 augustus 2005 en/of een salarisspecificatie van de maand juli 2005 van [bedrijf 5] en betreffende de werknemer [naam],

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt , immers heeft verdachte telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid op de werkgeversverklaring(en) en/of die salarisspecificatie(s) vermeld dat:

- die [naam] een dienstverband heeft met [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of dat [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] die [naam] (telkens) loon heeft betaald en/of loon verschuldigd is, en/of

- die [naam] een dienstverband heeft met [bedrijf 2] en/of [bedrijf 1] en/of dat [bedrijf 2] en/of [bedrijf 1] die [naam] (telkens) loon heeft betaald en/of loon verschuldigd is, en/of

- die [naam] een dienstverband heeft met [bedrijf 4] en/of dat [bedrijf 4] die [naam] loon heeft betaald en/of loon verschuldigd is, en/of

- die [naam] een dienstverband heeft met [bedrijf 2] en/of dat [bedrijf 2] die [naam] loon heeft betaald en/of loon verschuldigd is, en/of

- die [naam] een dienstverband heeft met [bedrijf 5] en/of [bedrijf 5] die [naam] loon heeft betaald en/of loon verschuldigd is

terwijl in werkelijkheid daar geen sprake van was,

zulks met het oogmerk om die/dat werkgeversverklaringen en/of salarisspecificaties als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, terwijl uit dat gebruik telkens enig nadeel kon ontstaan;

feit 2:

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 5 september 2006 in de gemeenten Oldenzaal en/of Enschede en/of Emmen en/of Hengelo (O) tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

* in de maand(en) april/mei 2004, de [bank1] heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 120.000,--, en

* in de maand maart 2006, de [bank2] heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 470.000,--, en

* in de maand(en) februari/maart 2005, de [bank2] heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 385.000,--, en

* in de maand(en) juli 2003 tot en met september 2003, de [benadeelde] bank heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 310.000,--, en * in de maand(en) juni/juli 2005, [bank3] heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 270.000,--,

hebbende verdachte en zijn mededader toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde hypothecaire geldleningen een valse werkgeversverklaring en/of valse salarisspecificaties verstrekt, waaruit zou moeten blijken dat verdachtes mededaders een dienstverband hadden bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 4], zulks terwijl die mededader(s) (telkens) in werkelijkheid geen dienstverband had(den) bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 4], waardoor die bankinstellingen werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;

feit 3:

hij in de periode van 1 november 2004 tot en met 18 mei 2005 in de gemeente Emmen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen , de [bedrijf 7] heeftbewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van euro 350.000,--, hebbende verdachte toen daar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde hypothecaire geldlening valse huurovereenkomst(en) van het pand [adres] 16 te Schoonebeek verstrekt,

waaruit zou moeten blijken dat de huuropbrengst(en) van het pand [adres] 16 te Schoonebeek voldoende zou(den) zijn als inkomsten om de hypotheek te rechtvaardigen, waardoor voornoemde [bedrijf 7] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

feit 4 primair:

hij op tijdstip(pen) in de periode van 22 maart 2006 tot en met 13 april 2006 in de gemeenten Oldenzaal en/of Enschede een voorwerp, te weten een geldbedrag, en wel:

- op 22 maart 2006 een contante storting van euro 9.500,-- op bankrekening [rekeningnummer], en

- op 13 april 2006 een contante storting van euro 4.000,-- op bankrekening [rekeningnummer],

voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

feit 5 subsidiair:

hij in de maand augustus 2006 in Nederland , opzettelijk geld, toebehorende aan nader te noemen rechthebbenden, en wel:

- op 21 augustus 2006 een geldbedrag van euro 24.166,15 en/of een geldbedrag van euro 115.397,85, toebehorende aan [adres] (even), en

- op of omstreeks 16 augustus 2006 een geldbedrag van euro 15.000,-- en

- op of omstreeks 22 augustus 2006 een geldbedrag van euro 18.000,--, toebehorende aan de Coöperatieve Vereniging van Eigenaren in het winkelcentrum [adres] 42 Apeldoorn, en

- op of omstreeks 22 augustus 2006 een geldbedrag van euro 51.823,63, toebehorende aan De mandeligheid [naam] te Emmen,

welke geldbedrag verdachte telkens uit hoofde van zijn beroep, te weten als directeur van [bedrijf 2], zijnde de gemachtigde om namens de voornoemde rechthebbenden de bankrekeningen van die rechthebbenden te beheren telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Oplichting, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Oplichting.

ten aanzien van het onder 4 primair bewezenverklaarde:

Witwassen, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 5 subsidiair bewezenverklaarde:

Verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bewezen is verklaard dat de verdachte zich gedurende een langere periode heeft schuldig gemaakt aan een fors aantal gevallen van valsheid in geschrifte en ander frauduleus handelen.

Valsheid in geschrift is een ernstig delict, ook hier, in de context waarin deze telkens heeft plaatsgevonden. Vertrouwd werd op de juistheid van die stukken. Op basis daarvan werden door kredietverstrekkers de door hen te nemen risico's beoordeeld en een juiste beoordeling van de risico's werd nu juist door die stukken gesaboteerd.

Het argument van de verdediging dat niet of niet goed aanwijsbaar is dat deze kredietverstrekkers daardoor schade hebben opgelopen, heeft in de ogen van het hof maar een zeer beperkte betekenis. Als dat aanwijsbaar in alle gevallen het geval zou zijn geweest zou dat de kwestie ernstiger hebben gemaakt, maar nu niet minder ernstig, vooral ook omdat de valsheid in geschrifte telkens stond aan het begin van de specifieke relatie met de kredietverstrekker die het betrof. Feiten of omstandigheden op grond waarvan mag worden aangenomen dat verdachte op dat moment in redelijkheid kon en mocht menen dat het met eventuele schade wel mee zou vallen zijn niet gesteld of gebleken. In ieder geval heeft de [benadeelde] door verdachtes handelen schade geleden.

Uit de feiten spreekt voorts dat verdachte [naam] heeft gefaciliteerd om voor te wenden dat [naam] op een ordentelijke manier, alsof hij regelmatig inkomen had, zijn leven leidde.

Van in elk geval feit 3 staat vast dat verdachte van zijn handelwijze daar direct eigen profijt kon verwachten; hij kreeg een door hem profijtelijk gevonden aankoop van onroerend goed op grond van valse gegevens gefinancierd. Het is verder onaannemelijk dat de valsheden waarom het bij de feiten 1 en 2 gaat geen eigen profijt zal hebben gehad. Het betrof transacties bij het doorgaan waarvan hij (ook) belang had, al was het maar in zijn relatie tot de daar genoemde personen

Dat verdachte eigenlijk niet meer of anders deed dan waartoe de hypotheekverstrekkers hem min of meer uitnodigden of, met een eigen gretigheid om tot een transactie te komen, prikkelden, is (in elk geval impliciet) wèl gesteld maar niet gebleken. De verklaringen van de ter zitting van het hof van 9 maart 2011 gehoorde getuigen [getuige 1] en [getuige 2] wijzen anders uit.

Het aantal en de ernst van al die verschillende gevallen van valsheid in geschrift rechtvaardigen een flinke onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een straf van 30 maanden onvoorwaardelijk zou bij deze feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte in beginsel een passende zijn. Daarbij betrekt het hof dat het, anders dan de rechtbank, komt tot een bewezenverklaring van meer feiten.

Het hof neemt evenwel hier ook in aanmerking dat het gaat om feiten van geruime tijd geleden en dat de afwikkeling van deze zaak geruime tijd in beslag heeft genomen. Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep is de redelijke termijn overschreden met enige maanden. Dat moet zijn effect hebben op de uiteindelijk op te leggen straf.

Nu verdachte een relatief korte tijd in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht kan het evenwel toch niet anders zijn dan dat verdachte opnieuw gedetineerd zal moeten raken en de gevolgen daarvan betrekt het hof bij deze beschouwing.

Het hof zal echter, gelet op de ter terechtzitting gebleken overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, lid 1, van het Europees verdrag tot de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, op grond waarvan er reden is tot matiging van de op te leggen straf, en gelet op de omstandigheid dat de feiten geruime tijd geleden zijn gepleegd, de straf beperken tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 118.391,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. De benadeelde partij heeft bij fax-bericht van 10 september 2009 de vordering verlaagd tot een bedrag van EUR 79.049,55.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het hof acht de vordering van de benadeelde partij niet onrechtmatig en gegrond. Bovendien is de vordering of de hoogte daarvan door de verdediging niet betwist. Verdachte is tot vergoeding van deze schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. Om te bevorderen dat verdachte deze schade betaalt volgt de maatregel van 36f Wetboek van strafrecht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 57, 63, 225, 321, 322, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde]:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [benadeelde], te betalen een bedrag van EUR 79.049,55 (negenenzeventigduizend negenenveertig euro en vijfenvijftig cent).

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [benadeelde], een bedrag te betalen van EUR 79.049,55 (negenenzeventigduizend negenenveertig euro en vijfenvijftig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De voorlopige hechtenis

Heft op het geschorste, tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis

(in de zaak met parketnummer 710311-06).

Aldus gewezen door

mr R. de Groot, voorzitter,

mr B.P.J.A.M. van der Pol en mr B.W.M. Hendriks, raadsheren,

in tegenwoordigheid van P. Heinst, griffier,

en op 23 maart 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.