Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP9022

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
24-03-2011
Datum publicatie
24-03-2011
Zaaknummer
24-000879-09
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZLY:2009:BH8910, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van diefstal en schuldheling, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000879-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-607395-08

Arrest van 24 maart 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 maart 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1972] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans - uit anderen hoofde - verblijvende in P.I. Midden Holland, HvB Haarlem,

te Haarlem,

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte mr. T.N. van Riel, advocaat te Amsterdam-Zuidoost.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De officier van justitie en de verdachte zijn op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep op 9 november 2010 en 10 maart 2011, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De omvang van het hoger beroep

Blijkens de appelschriftuur d.d. 21 april 2009 richt het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep zich niet tegen de vrijspraak van het onder 6 ten laste gelegde. Ter zitting van het hof heeft de advocaat-generaal dit standpunt bevestigd. Aldus is dit feit - bij gebrek aan belang bij het openbaar ministerie - niet aan de behandeling in hoger beroep onderworpen.

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof verklaard enkel hoger beroep te hebben willen instellen tegen het onder 1 en 5 ten laste gelegde. Nu verdachte niet tegen de gegeven vrijspraken ter zake van het aan hem onder 2, 3, 4, 6, 7 en 8 ten laste gelegde in hoger beroep kan komen, zal het hof verdachte in zoverre - wegens gebrek aan belang - niet ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van feit 1 en ter zake van de feiten 2, 3, 4, 5, 7 en 8, telkens subsidiair, zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de eerste rechter. Daarom zal het vonnis worden vernietigd en opnieuw recht worden gedaan.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na toewijzing van een vordering wijziging tenlastelegging in hoger beroep en voor zover aan hoger beroep onderworpen - ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 14 augustus 2008 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een groot aantal goederen (waaronder fruit en/of tandpasta en/of een tandenborstel en/of diverse diepvriesgoederen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

2.

hij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een groot aantal goederen (waaronder twee stuks Venus en/of Gillette en/of twee stuks Beverly Hills en/of drie stuks Stein Naturals en/of El Mare en/of Supradin en/of Vicks Vaporub en/of twee stuks Prodent en/of Sensodyne), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een groot aantal goederen (waaronder twee stuks Venus Gilette en/of twee stuks Beverly Hills en/of drie stuks Stein Naturals en/of El Mare en/of Supradin en/of Vicks Vaporub en/of twee stuks Prodent en/of Sensodyne) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist(en) of redelijkerwijze diende(n) te vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee flessen shampoo (merk Guhl) en/of twee potten haarcreme (merk John Frieda), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het [bedrijf 3],in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, twee flessen shampoo (merk Guhl) en/of twee potten haarcreme (merk John Frieda) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die shampoo en/of haarcrème wist(en) of redelijkerwijze diende(n) te vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles Smirnoff en/of een fles Grand Marnier en/of een fles Cointreau, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijf 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fles Smirnoff en/of een fles Grand Marnier en/of een fles Cointreau heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die flessen wist(en) of redelijkerwijze diende(n) te vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

5.

hij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen drie, althans een aantal, kostuums, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, drie, althans een aantal, kostuums heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kostuums wist(en) of redelijkerwijze diende(n) te vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

7.

hij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee jassen (eigen merk), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, twee jassen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die jassen wist(en) of redelijkerwijze diende(n) te vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

8.

hij op of omstreeks 2 december 2008 in de gemeente [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee kostuums (merk WE), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, ter zake dat

hij op of omstreeks 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, twee kostuums heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kostuums wist(en) of redelijkerwijze diende(n) te vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Partiële vrijspraken

Het hof acht niet bewezen hetgeen onder 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair,

7 primair en 8 primair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw van verdachte heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Voor zover van belang heeft zij ter onderbouwing hiervan aangevoerd dat geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is voor de ter zake van diefstal vereiste handeling van wegneming. Voorts heeft zij ten aanzien van de feiten 2, 3, 4, 5, 7 en 8, telkens subsidiair, bepleit dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de goederen redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig waren. Bovendien staat niet vast of de betreffende goederen van misdrijf afkomstig zijn, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt als volgt.

Anders dan de raadsvrouw acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 ten laste gelegde diefstal. Dat op de camerabeelden een wegnemingshandeling niet duidelijk waarneembaar is, doet hieraan niet af. Hierbij wordt opgemerkt dat verdachte vóór de daadwerkelijke diefstal meermalen om zich heen keek alsmede naar de camera's keek, kennelijk om te beoordelen of zijn handelen ook via de camera's waarneembaar was. Tijdens de wegneming had verdachte zich zo in de winkel gepositioneerd, dat hij met zijn rug naar de camera's stond. Het verweer van de raadsvrouw wordt op grond van het voorgaande verworpen.

Ten aanzien van het ontbreken van de voor schuldheling vereiste culpa, overweegt het hof het volgende.

In de auto van medeverdachte [medeverdachte] zijn op 2 december 2008 grote hoeveelheden (luxe) goederen aangetroffen, waaronder etenswaren, drank, drogisterijartikelen en verschillende kledingstukken. Op 10 maart 2009 heeft verdachte bij de rechtbank verklaard dat hij de kleding die in de auto van [medeverdachte] is aangetroffen eerder die dag heeft gekocht van ene [naam 1] die hij toevallig was tegengekomen op de markt in Amsterdam-Zuidoost. Voor de kleding vroeg [naam 1] € 300,-- en hij had niet gevraagd waar de kleding vandaan kwam. Alle tassen (met inhoud), zo heeft verdachte verklaard, die in de auto zijn aangetroffen heb ik van [naam 1] gekregen. In die tassen zat van alles. Ik heb ene [naam 2] gebeld om een afspraak. Met [naam 2] heb ik afgesproken te [plaats].

Gelet op de hoeveelheid (luxe) goederen, de combinatie en de totale waarde van deze goederen, had verdachte redelijkerwijs kunnen vermoeden dat de goederen van misdrijf afkomstig waren. Nu hij niet tot nader onderzoek met betrekking tot de herkomst van deze goederen is overgegaan, is verdachte in grote mate tekortgeschoten in zijn onderzoeksplicht. Het hof verwerpt ook dit verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 14 augustus 2008 in de gemeente [gemeente 1], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig goed, toebehorende aan [bedrijf 1];

2.

hij op 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, een groot aantal goederen (waaronder twee stuks Venus Gilette en twee stuks Beverly Hills en drie stuks Stein Naturals en El Mare en Supradin en Vicks Vaporub en twee stuks Prodent en Sensodyne) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die goederen redelijkerwijze diende te vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

3.

hij op 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, twee flessen shampoo (merk Guhl) en twee potten haarcreme (merk John Frieda) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die shampoo en haarcrème redelijkerwijze diende te vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

4.

hij op 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, een fles Smirnoff en een fles Grand Marnier en een fles Cointreau voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die flessen redelijkerwijze diende te vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

5.

hij op 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, drie kostuums voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die kostuums redelijkerwijze diende te vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

7.

hij op 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, twee jassen voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die jassen redelijkerwijze diende te vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

8.

hij op 2 december 2008 te [plaats], in elk geval in Nederland, twee kostuums voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die kostuums redelijkerwijze diende te vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3, 4, 5, 7 en 8 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1: diefstal

2, 3, 4, 5, 7 en 8, telkens subsidiair: schuldheling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor winkeliers hinder en schade oplevert. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van het betreffende winkelbedrijf. Tevens heeft verdachte een partij goederen gekocht, waarvan hij redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig waren. Door het kopen van deze goederen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen.

Blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 30 december 2010 is verdachte eerder meermalen veroordeeld ter zake van vermogensdelicten.

Voorts is in aanmerking genomen hetgeen ter terechtzitting namens verdachte omtrent zijn persoonlijke omstandigheden naar voren is gebracht.

Voor dit samenstel van feiten is, gelet op de forse documentatie van verdachte, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden zal opleggen. Het hof komt tot een andere strafduur en heeft daarbij in aanmerking genomen dat weliswaar meermalen sprake is van heling, maar dat alle goederen in een keer zijn gekocht, zodat met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten onder 2, 3, 4, 5, 7 en 8 geen sprake is van meerdere wilsbesluiten. Het hof acht voor het bewezenverklaarde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 63, 310 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit zich richt tegen het onder 6 ten laste gelegde;

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraken ter zake van het onder 2, 3, 4, 6, 7 en 8 ten laste gelegde, zoals de tenlastelegging luidde ten tijde van de berechting in eerste aanleg;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

spreekt verdachte vrij van het onder 2, 3, 4, 5, 7 en 8, telkens primair, ten laste gelegde;

verklaart het verdachte onder 1 en 2, 3, 4, 5, 7 en 8, telkens subsidiair, ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2, 3, 4, 5, 7 en 8, telkens subsidiair, meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. M.F.H.M. van Haastert, in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse als griffier, zijnde mr. M.F.H.M. van Haastert buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.