Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP9016

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
24-03-2011
Datum publicatie
24-03-2011
Zaaknummer
24-002505-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van - kort gezegd - het medeplegen van een beroving van een willekeurige voorbijganger veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. Verdachte wordt tevens vrijgesproken van een nog hem ten laste gelegde beroving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002505-10

Parketnummer eerste aanleg: 07-653138-10 (zaak A) en 07-653202-10 (zaak B)

Arrest van 24 maart 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 6 oktober 2010 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 07-653138-10 en 07-653202-10 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen:

[verdachte],

geboren op [1990] te [geboorteplaats],

thans verblijvende in P.I. Overijssel - Huis van Bewaring Zwolle te Zwolle,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.M. Maanicus, advocaat te Utrecht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft beslist op de vorderingen van benadeelde partijen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 17 januari 2011 en 10 maart 2011, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen, met uitzondering van de bij de (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegde bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, in die zin dat het hof zal bepalen dat dit reclasseringstoezicht mede dient in te houden een (ambulante) behandeling bij De Tender.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen, nu het hof tot een andere bewezenverklaring komt in zaak A dan de rechtbank in het bestreden vonnis en het hof verdachte - anders dan de rechtbank - zal vrijspreken van hetgeen hem in zaak B ten laste is gelegd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

in zaak A

hij op of omstreeks 15 mei 2010 in de gemeente [gemeente], op de openbare weg de [straat 1] althans enige openbare weg, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een sporttas en/of kleding en/of voedsel en/of een oplader en/of een randomreader en/of een hoofdtelefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [benadeelde 1] bij de nek/hals heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) naar de grond heeft/hebben gewerkt, en/of

- die [benadeelde 1] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft/hebben gestompt/geslagen, en/of

- die [benadeelde 1] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of de borst en/of de rug, althans het lichaam, heeft/hebben geschopt, en/of

- opzettelijk dreigend heeft/hebben geroepen/gezegd: "Pak z'n geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 mei 2010 in de gemeente [gemeente], op de openbare weg de [straat 1] althans enige openbare weg, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een sporttas en/of kleding en/of voedsel en/of een oplader en/of een randomreader en/of een hoofdtelefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [benadeelde 1] bij de nek/hals heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) naar de grond heeft/hebben gewerkt, en/of

- die [benadeelde 1] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft/hebben gestompt/geslagen, en/of

- die [benadeelde 1] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of de borst en/of de rug, althans het lichaam, heeft/hebben geschopt, en/of

- opzettelijk dreigend heeft/hebben geroepen/gezegd: "Pak z'n geld", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

in zaak B

hij op of omstreeks 02 januari 2010 in de gemeente [gemeente 2], op de openbare weg de [straat 2], althans op enige openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk HTC, type Touch Diamond 2), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [benadeelde 2] (van de fiets) heeft/hebben geduwd en/of op de fiets van die [benadeelde 2] is/zijn gaan staan en/of tegen (de achterband van) de fiets van die [benadeelde 2] heeft/hebben geschopt/getrapt, en/of

- tegenover en/of achter die [benadeelde 2] is/zijn gaan staan en/of tegen die [benadeelde 2] heeft/ hebben geschreeuwd/geroepen en/of gezegd: "De volgende keer als we je tegenkomen dan pakken we je";

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 januari 2010 in de gemeente [gemeente 2], op de openbare weg de [straat 2], althans op enige openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (merk HTC, type Touch Diamond 2), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [benadeelde 2] (van de fiets) heeft/hebben geduwd en/of op de fiets van die [benadeelde 2] is/zijn gaan staan en/of tegen (de achterband van) de fiets van die [benadeelde 2] heeft/hebben geschopt/getrapt, en/of

- tegenover en/of achter die [benadeelde 2] is/zijn gaan staan en/of tegen die [benadeelde 2] heeft/hebben geschreeuwd/geroepen en/of gezegd: "De volgende keer als we je tegenkomen dan pakken we je".

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Verdachte bekent het hem in zaak A onder primair ten laste gelegde feit te hebben begaan. Verdachte ontkent echter hetgeen hem in zaak B ten laste is gelegd, te weten - kort gezegd - de beroving van [benadeelde 2] van een mobiele telefoon.

Het hof stelt op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting van het hof van 10 maart 2011 in zaak B de volgende feiten vast.

In de avond van 2 januari 2010 fietst aangever [benadeelde 2] over de [straat 3] te [plaats] als hij op een gegeven moment een groep van vier jongens passeert, waartoe ook verdachte behoort. [benadeelde 2] wordt vervolgens door een van die jongens van zijn fiets geduwd. Volgens die jongen zou [benadeelde 2] tegen een andere jongen van de groep zijn aangefietst waardoor de jas van deze laatstgenoemde jongen kapot is gegaan. [benadeelde 2] belandt op de grond, waarna er tegen hem wordt gezegd dat hij de schade aan de jas moet vergoeden en er tegen zijn fiets wordt getrapt. Als de jongens aangever [benadeelde 2] uiteindelijk met rust laten, wil hij de politie bellen. Op dat moment merkt [benadeelde 2] dat zijn mobiele telefoon weg is.

Deze telefoon blijkt achteraf te zijn weggenomen door iemand van de groep. De verklaringen van de vier jongens over de vraag wie dit heeft gedaan lopen uiteen. Vast staat dat verdachte degene is geweest die [benadeelde 2] van zijn fiets heeft geduwd en die uiteindelijk de telefoon van [benadeelde 2] heeft verkocht.

Verdachte verklaart [benadeelde 2] te hebben geduwd omdat hij ervan overtuigd was dat hij de jas van medeverdachte [medeverdachte 1] kapot had gemaakt. Dit geweld is volgens verdachte echter nimmer gericht geweest op de daarop volgende diefstal van de mobiele telefoon, waarvan verdachte pas achteraf begrijpt dat die heeft plaatsgevonden. Verdachte vermoedt dat medeverdachte [medeverdachte 2] degene is geweest die de telefoon op enig moment heeft gestolen.

Medeverdachte [medeverdachte 2] verklaart echter dat verdachte degene is geweest die de telefoon van [benadeelde 2] op een gegeven moment zou hebben gepakt. In de woning van [medeverdachte 2] zou zijn gebleken dat verdachte aangever [benadeelde 2] had bestolen.

Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaart dat hij eveneens bij het betreffende incident betrokken is geweest. Volgens hem zou verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 3] met [benadeelde 2] bezig zijn geweest. [medeverdachte 1] verklaart bovendien dat [medeverdachte 3] op een gegeven moment een voorwerp bij zich heeft gehad, dat ook iets zou kunnen zijn geweest dat van [benadeelde 2] gestolen is. [medeverdachte 1] bekent daarenboven tegen de fiets van [benadeelde 2] te hebben getrapt.

Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 3] blijkt dat hij na afloop van voornoemd incident de gestolen telefoon van hand tot hand heeft zien gaan. Op de vraag wie als eerste na het incident de telefoon heeft laten zien, verklaart hij dat dit volgens hem verdachte of medeverdachte [medeverdachte 2] is geweest.

Gelet op de discrepanties in de verklaringen van de medeverdachten aangaande de vraag wie de betreffende telefoon van [benadeelde 2] heeft afgepakt, heeft het hof - op grond van wettige bewijsmiddelen - niet de overtuiging bekomen dat verdachte degene is geweest die de telefoon op een gegeven moment gedurende het incident van [benadeelde 2] heeft weggenomen. Verdachte zal derhalve als pleger worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde (gekwalificeerde) diefstal, dan wel afpersing. Nu het hof op grond van vorenstaande evenmin de overtuiging heeft bekomen dat verdachte aangever [benadeelde 2] van zijn fiets heeft geduwd - kort gezegd - slechts met het oog op de daaropvolgende wegneming van de mobiele telefoon, kan verdachte ook niet als medepleger van het hem ten laste gelegde worden aangemerkt.

Verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van hetgeen hem in zaak B ten laste is gelegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

Zaak A

hij op 15 mei 2010 in de gemeente [gemeente], op de openbare weg de [straat 1] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een sporttas en kleding en voedsel en een oplader en een randomreader en een hoofdtelefoon, toebehorende aan [benadeelde 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en zijn mededaders

- die [benadeelde 1] bij de nek/hals hebben vastgepakt en naar de grond hebben gewerkt, en

- die [benadeelde 1] in het gezicht of tegen het hoofd hebben gestompt, en

- die [benadeelde 1] tegen het hoofd en de borst en de rug hebben geschopt, en

- opzettelijk dreigend heeft geroepen/gezegd: "Pak z'n geld".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Zaak A: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid

Er zijn omtrent verdachte door C.J.F. Kemperman, psychiater, en H.E.W. Koornstra, psycholoog, d.d. 2 september 2010 respectievelijk 10 september 2010 Pro Justitia rapporten uitgebracht.

Door beide deskundigen wordt geconcludeerd - zakelijk weergegeven - dat bij verdachte ten tijde van het plegen van het bewezen verklaarde feit een zodanige ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens (in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met paranoïde trekken en cannabismisbruik) bestond dat dit feit hem slechts in enige mate kunnen worden toegerekend.

Het hof neemt deze conclusie over en maakt die tot de zijne.

Nu niet is gebleken dat verdachte het ten laste gelegde in het geheel niet valt toe te rekenen en er ook anderszins geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht het hof verdachte strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met anderen op de openbare weg een willekeurige voorbijganger beroofd van zijn jas en (sport)tas met inhoud. Deze beroving had een gewelddadig karakter; het slachtoffer is - terwijl hij op de grond lag - gestompt en geschopt, onder meer tegen zijn hoofd. Verdachte heeft aldus een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en zijn eigendomsrechten. Het plegen van een dergelijk gewelddadig feit op de openbare weg draagt daarenboven bij aan de versterking van de in de maatschappij bestaande gevoelens van onrust, angst en onveiligheid.

De raadsman heeft bepleit dat het hof bij het bepalen van een op te leggen straf aansluiting zoekt bij de LOVS-oriëntatiepunten voor eenvoudige tasjesroof en zakkenrollerij. Het hof zal dit pleidooi niet volgen omdat de mate van toegepast geweld ver uitstijgt boven het in het LOVS-oriëntatiepunt voor eenvoudige tasjesroof verdisconteerde niveau van geweld, namelijk een verbale bedreiging en/of een enkele ruk.

Het hof hanteert ter zake van het bewezen verklaarde feit ressortelijke oriëntatiepunten die onder de omstandigheden van dit geval in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden impliceren. Nu verdachte de beroving heeft gepleegd op de openbare weg met twee mededaders zal het hof bij de straftoemeting in onderhavige zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden als uitgangspunt nemen. Het hof is van oordeel dat de rechtbank, door deze gevangenisstraf tevens als uitgangspunt te nemen ter zake van twee bewezen verklaarde overtredingen van artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht, de ernst van de feiten heeft miskend.

Het hof heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 14 februari 2011 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. Het hof houdt tevens rekening met het feit dat het bewezen verklaarde feit verdachte slechts in enige mate kan worden toegerekend.

Mede gelet op de inhoud van de genoemde Pro Justitia rapporten en het reclasseringsadvies van Jeugdzorg & Reclassering d.d. 20 september 2010 zal het hof - zoals in voornoemde rapporten is geadviseerd - een deel van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf voorwaardelijk aan verdachte opleggen. Alles afwegende zal dit voorwaardelijke deel 12 maanden bedragen. Nu zowel de Reclassering als voornoemde psychiater en psycholoog een ambulante behandeling van verdachte noodzakelijk achten, zal het hof bij deze (deels) voorwaardelijke straf bepalen dat verdachte zich stelt onder reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt dat hij dient mee te werken aan een (ambulante) behandeling bij De Tender.

Benadeelde partijen

Benadeelde partij [benadeelde 1] (zaak A)

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij,

[benadeelde 1], wonende te [woonplaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering in eerste aanleg is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft schadevergoeding gevorderd wegens materiële en immateriële schade als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte. Deze schade wordt door de benadeelde partij gewaardeerd op € 675,-.

De vordering is van de zijde van verdachte niet weersproken. Nu de vordering het hof niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, kan deze worden toegewezen tot een bedrag van € 675,-, vermeerderd met de wettelijke rente, gerekend vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit, te weten 15 mei 2010. Eén en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door een mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Het hof zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Benadeelde partij [benadeelde 2] (zaak B)

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is tevens gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [woonplaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat hij zich binnen de grenzen van zijn eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd.

Nu aan verdachte ter zake het hem in zaak B ten last gelegde geen straf of maatregel wordt opgelegd, terwijl evenmin artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, met veroordeling van de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte in zaak B ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte in zaak A ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van twaalf maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling, ook als dit inhoudt dat hij dient mee te werken aan een (ambulante) behandeling bij De Tender;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van zeshonderdvijfenzeventig euro, vermeerderd met de wettelijke rente, gerekend vanaf de datum van het schade veroorzakende feit;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van zeshonderdvijfenzeventig euro, vermeerderd met de wettelijke rente, gerekend vanaf de datum van het schade veroorzakende feit ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde 1], [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van dertien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2], wonende te [woonplaats], niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt die benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde mr. Wiarda voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.