Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP8661

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-03-2011
Datum publicatie
22-03-2011
Zaaknummer
24-002041-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van mishandeling veroordeeld tot een geldboete van 150 euro. Verder wordt verdachte vrijgesproken van bedreiging nu uit de bewijsmiddelen niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden afgeleid dat het gebruik van de koevoet van dien aard is geweest en/of onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij aangevers de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zouden kunnen verliezen of zwaar lichamelijk letsel zouden kunnen oplopen. Het bezigen van het woord 'oprotten' leidt op zichzelf noch in samenhang met het gebruik van de koevoet tot een ander oordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002041-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-602503-09

Arrest van 18 maart 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 10 augustus 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1965] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een geldboete van 500 euro subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, waarvan 250 euro subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 30 mei 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]), (met kracht) op/tegen/in diens gelaat/hoofd heeft gestompt/geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 30 mei 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een koevoet, althans een dergelijk langwerpig metalen voorwerp, welke hij in zijn hand(en) hield, opgeheven en/of opgeheven gehouden en/of (vervolgens) deze koevoet/dit metalen voorwerp (met kracht) op de grond geslagen voor/nabij de voet(en) van die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) deze [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden toegevoegd: "Oprotten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Vrijspraak

Het hof acht niet bewezen hetgeen onder 2 aan verdachte is ten laste gelegd.

Uit de bewijsmiddelen kan niet met een voldoende mate van zekerheid worden afgeleid dat het gebruik door verdachte van de koevoet van dien aard is geweest en/of onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zouden kunnen verliezen of zwaar lichamelijk letsel zouden kunnen oplopen. Het bezigen door verdachte van het woord 'oprotten' leidt, op zichzelf noch in samenhang met het gebruik van de koevoet, tot een ander oordeel. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 30 mei 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 1], in dier gelaat heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

feit 1: mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer 1] door haar in haar gezicht te slaan. Door zijn handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van het slachtoffer aangetast.

Het hof heeft een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiƫle documentatie van

4 januari 2011 in aanmerking genomen. Daaruit is gebleken dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande acht het hof oplegging van een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden. Daarbij heeft het hof gelet op verdachtes financiƫle draagkracht, voor zover daarvan ter zitting is gebleken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van honderdvijftig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van drie dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. E. de Witt, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. W.M. van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Zomer als griffier.