Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP8660

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-03-2011
Datum publicatie
22-03-2011
Zaaknummer
24-002371-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Na het blussen van een woningbrand hebben brandweerlieden verbalisanten gewezen op een in de woning aanwezige hennepkwekerij. Verbalisanten zijn vervolgens op onrechtmatige wijze de woning binnengetreden. Dit laat onverlet dat de enkele mededeling van de brandweerlieden voldoende grondslag bood om over te gaan tot aanhouding van verdachte, zodat hierin geen aanleiding kan worden gevonden om de na de aanhouding afgelegde verklaringen van verdachte van het bewijs uit te sluiten. Naast de verklaring van verdachte baseert het hof de bewezenverklaring op de aangifte van de Nuon. Daaruit blijkt dat door de Nuon onderzoek in de woning is gedaan nadat verdachte toestemming had verleend de woning te betreden.

Verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 20 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002371-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-602643-08

Arrest van 18 maart 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 15 september 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte,

mr. S.C. Scherpenhuysen, advocaat te Dronten.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het hem onder 1 en 3 ten laste gelegde en hem ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 1 en 3 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van het hem onder 2 ten laste gelegde.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep van belang, ten laste gelegd, dat:

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 29 mei 2008 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of valse sleutel.

Verweren

De raadsvrouw heeft betoogd dat verbalisanten onrechtmatig de woning zijn binnengetreden en dat als gevolg daarvan de bewijsmiddelen die uit dat binnentreden zijn voortgevloeid van het bewijs dienen te worden uitgesloten.

De raadsvrouw heeft hiertoe het volgende aangevoerd:

* Verbalisanten zijn onrechtmatig de woning binnengetreden omdat zij geen toestemming van de bewoner hadden gekregen de woning te betreden en een schriftelijke machtiging tot binnentreden ontbrak. Ook was er geen sprake van een situatie waarbij terstond de woning moest worden betreden ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen.

* Er was geen sprake van een situatie in de zin van artikel 8, tweede lid, van de Politiewet, op grond waarvan de verbalisanten de woning mochten binnentreden.

* Op 30 mei 2008 hebben verbalisanten de woning nogmaals betreden. Op die dag heeft een fraudespecialist van de [bedrijf] op verzoek van een politieambtenaar ook een onderzoek in de woning ingesteld. Nu uit het verslag van de fraudespecialist niet volgt op welk tijdstip het onderzoek heeft plaatsgevonden en niet vast staat dat dit onderzoek plaats heeft gevonden nadat verdachte zijn toestemming had gegeven om de woning te betreden, moet ook dit binnentreden als onrechtmatig worden beoordeeld. Voor zover verdachte hiervoor wel toestemming mocht hebben gegeven dan is dit het directe gevolg van het onrechtmatige binnentreden, zodat ook deze toestemming als niet gegeven moet worden beschouwd.

De advocaat-generaal heeft ter zitting een aanvullend proces-verbaal overgelegd, waaruit blijkt dat de brandweerlieden, bij het blussen van de brand in de woning van verdachte, een hennepplantage hadden aangetroffen en deze, na het blussen van de brand, wilden laten zien aan verbalisanten. Uit de inhoud van het aanvullend proces-verbaal volgt dat verbalisanten de woning vervolgens hebben betreden zonder schriftelijke machtiging.

De advocaat-generaal heeft naar aanleiding van dit proces-verbaal gevorderd verdachte vrij te spreken van het hem onder 2 ten laste gelegde omdat verbalisanten onrechtmatig de woning binnengetreden zijn en het daardoor verkregen bewijs onrechtmatig is verkregen.

Het hof overweegt het volgende.

Het binnentreden in de woning van verdachte door verbalisanten is, gelet op de inhoud van het dossier en in het bijzonder het door de advocaat-generaal overgelegde aanvullend proces-verbaal, onrechtmatig geweest nu de grondslag daarvoor ontbrak.

Dit laat echter onverlet dat de enkele verklaring van de brandweerlieden aan de verbalisanten, inhoudende dat er zich een hennepkwekerij op de zolder van verdachtes woning bevond, voldoende grondslag bood om op 29 mei 2008 over te gaan tot aanhouding van verdachte wegens een verdenking van een strafbaar feit, zodat hierin geen aanleiding kan worden gevonden om de na de aanhouding afgelegde verklaringen van verdachte van het bewijs uit te sluiten.

Verdachte heeft op 30 mei 2008 verklaard dat hij wist dat er illegaal stroom werd afgenomen ten behoeve van de plantage en dat hij er bij is geweest toen iemand bezig was de elektriciteit om te leiden.

Voorts baseert het hof de bewezenverklaring op de aangifte van [bedrijf]. Het hof houdt het ervoor dat verdachte in het kader van de aanhouding, op 30 mei 2008, om 12.30 uur, toestemming heeft verleend aan de politie om de woning te betreden. Op verzoek van politieambtenaar [verbalisant] heeft de fraudespecialist van de [bedrijf] vervolgens blijkens de werktijden tussen 14.00 en 16.00 uur die dag onderzoek gedaan in de woning. In de op basis daarvan tot stand gekomen aangifte is opgenomen dat er op 30 mei 2008 onderzoek aan de elektrische installatie van verdachtes woning heeft plaatsgevonden. Uit dat onderzoek is gebleken dat er een illegale aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:

2.

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 29 mei 2008 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan [bedrijf], waarbij verdachte en/of zijn mededader het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

In verdachtes woning is bij een brand een hennepkwekerij ontdekt. Om de hennepkweek te faciliteren is illegaal elektriciteit afgetapt. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit en heeft door aldus te handelen een inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de [bedrijf].

Uit een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiƫle documentatie van 4 januari 2011 is gebleken dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk delict is veroordeeld.

Gelet op het bovenstaande acht het hof de door de politierechter opgelegde werkstraf passend en geboden en zal deze aan verdachte opleggen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van twintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. E. de Witt, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Zomer als griffier.