Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP8658

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-03-2011
Datum publicatie
22-03-2011
Zaaknummer
24-000368-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld tot een gevangenisstraf van 47 dagen. Daarnaast wijst het hof de vordering tot herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling toe. Het hof is van oordeel dat de politierechter ten onrechte de beslissing herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling niet in het vonnis, waarvan beroep, heeft neergelegd, waardoor het hoger beroep zich formeel niet richt tegen deze beslissing. Het hof verstaat dat het hoger beroep mede is gericht tegen die beslissing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2011/111
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000368-10

Parketnummer eerste aanleg: 07-440263-09

VI-zaaknummer: 99-000005-16

Arrest van 18 maart 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 januari 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in PI Overijssel, HvB Karelskamp, Almelo te Almelo,

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. O. Bolluyt, advocaat te Almere, die heeft verklaard niet gemachtigd te zijn tot het ter terechtzitting voeren van de verdediging.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Omvang van het hoger beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 28 januari 2010 tevens beslist op de vordering van de officier van justitie om de voorwaardelijke invrijheidstelling van verdachte te herroepen in verband met het aangebrachte feit.

In artikel 15i lid 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is, voor zover hier van belang, bepaald: "Indien de veroordeelde wordt vervolgd wegens een strafbaar feit begaan voor het einde van de proeftijd en de vordering strekt tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in verband met dat strafbare feit is bevoegd de rechtbank die bevoegd is tot kennisneming van het strafbare feit."

Het zevende lid van dit artikel houdt in, dat in de gevallen waarin de behandeling van de zaak niet gelijktijdig geschiedt met de behandeling van een feit waarvoor de veroordeelde wordt vervolgd een aparte procedure is voorgeschreven in artikel 15e, derde tot en met zevende lid.

In artikel 15j lid 4 Sr is bepaald dat geen rechtsmiddel openstaat tegen de beslissing van de rechtbank op de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling die geen deel uitmaakt van een uitspraak ter zake van andere strafbare feiten.

Het hof leidt uit dit samenstel van bepalingen af dat de beslissing op een vordering die gebaseerd is op het overtreden van de algemene voorwaarde (het niet plegen van strafbare feiten) deel behoort uit te maken van het strafvonnis.

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft ten onrechte de beslissing herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling niet in het vonnis, waarvan beroep, neergelegd, waardoor het hoger beroep zich formeel niet richt tegen deze beslissing.

Het hof verstaat dat het hoger beroep mede is gericht tegen de beslissing herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling d.d. 28 januari 2010.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 47 dagen, met aftrek van het voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft ten onrechte de beslissing herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling niet in het vonnis neergelegd. Daarom zullen beide

beslissingen worden vernietigd en zal er opnieuw recht worden gedaan.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 22 november 2009 in de gemeente [gemeente] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde Maatman dreigend de woorden toegevoegd :"Steek me de gek niet aan, anders steek ik je neer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 22 november 2009 in de gemeente [gemeente] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde Maatman dreigend de woorden toegevoegd: "Steek me de gek niet aan, anders steek ik je neer".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 22 november 2009 schuldig gemaakt aan bedreiging van

[slachtoffer]. Door zijn handelen heeft verdachte bij aangever gevoelens van angst en onveiligheid teweeggebracht.

Ten nadele van verdachte spreekt dat hij, blijkens het Uittreksel uit de Justitiële documentatie van d.d. 23 december 2010, een 32 pagina's tellend stuk, al meerdere keren voor agressie- en geweldsdelicten veroordeeld is, onder meer tot gevangenisstraffen.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de - in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde - onvoorwaardelijke gevangenisstraf van

47 dagen een passende en noodzakelijke bestraffing is.

Herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling (99-000005-16)

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 16 september 2008 (parketnummer 07-440110-08) is verdachte veroordeeld tot - onder meer - een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan de tenuitvoerlegging met ingang van 1 oktober 2008 is gestart.

Op 26 juni 2009 is de veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie heeft d.d. 11 december 2009 gevorderd dat de rechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling herroept nu veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

Veroordeelde heeft het hiervoor bewezen verklaarde feit begaan vóór het einde van de proeftijd. Daarmee heeft hij zich niet gehouden aan de algemene voorwaarde welke is gekoppeld aan zijn voorwaardelijke invrijheidstelling. Het hof wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 15, 15a, 15b, 15c, 15g, 15i en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt de beslissing herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling, en

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zevenenveertig dagen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe;

gelast dat het gedeelte van de vrijheidstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel moet worden ondergaan, te weten voor de duur van 57 dagen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A. Dijkstra, voorzitter, mr. J.A.A.M. van Veen en mr. F.W.J. den Ottolander, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. F.W.J. den Ottolander buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.