Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP7894

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
17-03-2011
Datum publicatie
17-03-2011
Zaaknummer
24-000500-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte, die verminderd toerekeningsvatbaar wordt geacht, wordt ter zake van het medeplegen van drie overvallen op een supermarkt, het mishandelen, bedreigen en beledigen van twee opsporingsambtenaren van de Nederlandse Spoorwegen en het bedreigen en beledigen van een medewerkster mobiele controle van de Nederlandse Spoorwegen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren. Tevens wordt de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000500-10

Parketnummer eerste aanleg: 07-620333-08

Arrest van 17 maart 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 5 februari 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1986] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

preventief gedetineerd in P.I. Flevoland, HvB Lelystad te Lelystad,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. G.I. Roos, advocaat te Almere.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft maatregelen opgelegd en heeft op de vorderingen van de benadeelde partijen beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 23 september 2010, 7 oktober 2010 en 3 maart 2011, alsmede op het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 9 juni 2009, 2 juli 2009, 9 november 2009 en 22 januari 2010.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair vóór en ná "en/of", 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest, de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging zal opleggen, het in beslag genomen luchtdrukwapen zal onttrekken aan het verkeer, de in beslag genomen rol oranje ah-stickers zal teruggeven aan winkelketen [bedrijf 1] en de vorderingen van de benadeelde partijen geheel zal toewijzen met oplegging van schadevergoedingsmaatregelen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 06 januari 2009 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 263,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 1] (filiaal [filiaal 1]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen aldaar, meermalen, in elk geval éénmaal,

- een pistool, in ieder geval een soortgelijk voorwerp, op het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht, in ieder geval aan die [slachtoffer 1] dat pistool, in ieder geval dat soortgelijke voorwerp, heeft/hebben getoond, in ieder geval zichtbaar voor die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgehouden en/of

- (vervolgens) (met) dat pistool, in ieder geval (met) dat soortgelijke voorwerp, op/tegen/in de linkerwang, in ieder geval in het gezicht, van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd/gedrukt/geplaatst/gezet en/of

- (daarbij/daarna) die [slachtoffer 1] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: "Schiet op! Kassa open!" althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezicht (deels) had(den) bedekt en/of een bivakmuts droeg(en);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 06 januari 2009 in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 263,- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 1] (filiaal [filiaal 1]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] toen aldaar, meermalen, in elk geval éénmaal,

- een pistool, in ieder geval een soortgelijk voorwerp, op het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht, in ieder geval aan die [slachtoffer 1] dat pistool, in ieder geval dat soortgelijke voorwerp, heeft/hebben getoond, in ieder geval zichtbaar voor die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgehouden en/of

- (vervolgens) (met) dat pistool, in ieder geval (met) dat soortgelijke voorwerp, op/tegen/in de linkerwang, in ieder geval in het gezicht, van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd/gedrukt/geplaatst/gezet en/of

- (daarbij/daarna) die [slachtoffer 1] de volgende woorden heeft/hebben toegevoegd: "Schiet op! Kassa open!" althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking, terwijl die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] zijn/hun gezicht (deels) had(den) bedekt en/of een bivakmuts droeg(en),

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 06 januari 2009 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- samen met die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] de tactiek van voornoemd misdrijf door te nemen en/of te bespreken en/of

- aan die [medeverdachte 1] een pistool, in ieder geval een soortgelijk voorwerp, uit te lenen/geven en/of aan die [medeverdachte 1] uit te leggen hoe dat pistool, in ieder geval dat soortgelijke voorwerp, werkt en/of

- met die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] naar die de [benadeelde 1] (filiaal [filiaal 1] mee te gaan en/of

- (geringe tijd/enkele minuten voordat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] voornoemd misdrijf heeft/hebben gepleegd) die de [benadeelde 1] (filiaal [filiaal 1]) binnen te gaan om de situatie aldaar te observeren en/of deze (vervolgens) telefonisch door te geven aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2], door middel van de van te voren afgesproken woorden: "Het is aan.", althans woorden van gelijke aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 13 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 394,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijf 2] (filiaal [filiaal 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat zijn mededader, toen aldaar, meermalen, in ieder geval éénmaal,

- (met kracht) die [slachtoffer 2] (van achteren) bij een schouder, in ieder geval bij het lichaam, heeft vastgepakt en/of (vervolgens) naar achteren heeft getrokken en/of

- een pistool, in ieder geval een soortgelijk voorwerp, op het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft gericht, in ieder geval aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] dat pistool, in ieder geval dat soortgelijke voorwerp, heeft getoond, in ieder geval zichtbaar voor die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft vastgehouden en/of

- (vervolgens) dat pistool, in ieder geval dat soortgelijke voorwerp, op/tegen de linkerschouder en/of de nek/hals van die [slachtoffer 2] heeft geduwd/gedrukt/geplaatst/gezet en/of

- (daarbij/daarna) die [slachtoffer 2] de volgende woorden heeft toegevoegd: "Maak de kassa open." en/of "Doe je la open." en/of "Geef me het geld." en/of "Ik wil geld.", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl zijn mededader een bivakmuts/panty en/of een capuchon voor het gezicht/over het hoofd droeg;

en/of

hij op of omstreeks 13 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van 394,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijf 2] (filiaal [filiaal 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat zijn mededader, toen aldaar, meermalen, in ieder geval éénmaal,

- (met kracht) die [slachtoffer 2] (van achteren) bij een schouder, in ieder geval bij het lichaam, heeft vastgepakt en/of (vervolgens) naar achteren heeft getrokken en/of

- een pistool, in ieder geval een soortgelijk voorwerp, op het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft gericht, in ieder geval aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] dat pistool, in ieder geval dat soortgelijke voorwerp, heeft getoond, in ieder geval zichtbaar voor die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft vastgehouden en/of

- (vervolgens) dat pistool, in ieder geval dat soortgelijke voorwerp, op/tegen de linkerschouder en/of de nek/hals van die [slachtoffer 2] heeft geduwd/gedrukt/geplaatst/gezet en/of

- (daarbij/daarna) die [slachtoffer 2] de volgende woorden heeft toegevoegd: "Maak de kassa open." en/of "Doe je la open." en/of "Geef me het geld." en/of "Ik wil geld.", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl zijn mededader een bivakmuts/panty en/of een capuchon voor het gezicht/over het hoofd droeg;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 13 december 2008 in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 394,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijf 2] (filiaal [filiaal 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1], toen aldaar, meermalen, in ieder geval éénmaal,

- (met kracht) die [slachtoffer 2] (van achteren) bij een schouder, in ieder geval bij het lichaam, heeft vastgepakt en/of (vervolgens) naar achteren heeft getrokken en/of

- een pistool, in ieder geval een soortgelijk voorwerp, op het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft gericht, in ieder geval aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] dat pistool, in ieder geval dat soortgelijke voorwerp, heeft getoond, in ieder geval zichtbaar voor die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft vastgehouden en/of

- (vervolgens) dat pistool, in ieder geval dat soortgelijke voorwerp, op/tegen de linkerschouder en/of de nek/hals van die [slachtoffer 2] heeft geduwd/gedrukt/geplaatst/gezet en/of

- (daarbij/daarna) die [slachtoffer 2] de volgende woorden heeft toegevoegd: "Maak de kassa open." en/of "Doe je la open." en/of "Geef me het geld." en/of "Ik wil geld.", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl die [medeverdachte 1] een bivakmuts/panty en/of een capuchon voor het gezicht/over het hoofd droeg;

en/of

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 13 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van 394,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijf 2] (filiaal [filiaal 2]), in elk geval aan een ander of anderen dan die [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1], toen aldaar, meermalen, in ieder geval éénmaal,

- (met kracht) die [slachtoffer 2] (van achteren) bij een schouder, in ieder geval bij het lichaam, heeft vastgepakt en/of (vervolgens) naar achteren heeft getrokken en/of

- een pistool, in ieder geval een soortgelijk voorwerp, op het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft gericht, in ieder geval aan die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] dat pistool, in ieder geval dat soortgelijke voorwerp, heeft getoond, in ieder geval zichtbaar voor die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft vastgehouden en/of

- (vervolgens) dat pistool, in ieder geval dat soortgelijke voorwerp, op/tegen de linkerschouder en/of de nek/hals van die [slachtoffer 2] heeft geduwd/gedrukt/geplaatst/gezet en/of

- (daarbij/daarna) die [slachtoffer 2] de volgende woorden heeft toegevoegd: "Maak de kassa open." en/of "Doe je la open." en/of "Geef me het geld." en/of "Ik wil geld.", althans (telkens) woorden van gelijke aard of strekking,

terwijl die [medeverdachte 1] een bivakmuts/panty en/of een capuchon voor het gezicht/over het hoofd droeg,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks

13 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- samen met die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] de tactiek van voornoemd(e) misdrijf/misdrijven en/of de looproute(s) naar die [bedrijf 2] (filiaal [filiaal 2]) door te nemen en/of te bespreken en/of

- aan die [medeverdachte 1] een pistool, in ieder geval een soortgelijk voorwerp, uit te lenen/geven en/of

- aan die [medeverdachte 3] zijn/een mobiele telefoon uit te lenen, zodat die [medeverdachte 3], zoals hij, verdachte, had voorgesteld, aan die [medeverdachte 1] telefonisch kon doorgeven dat de situatie veilig was door middel van de van te voren afgesproken woorden: "Het is aan.", althans woorden van gelijke aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 27 oktober 2008 in de gemeente [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 400,- euro, in ieder geval enig geldbedrag en/of statiegeldbonnen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de J[bedrijf 3] (filiaal [filiaal 3]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader toen aldaar, meermalen, in ieder geval éénmaal, plotseling en/of onverhoeds over de kassa is/zijn gaan hangen (waarachter die [slachtoffer 4] zich bevond);

4.

hij op of omstreeks 16 november 2008 te [plaats 1], opzettelijk mishandelend (een) ambtena(a)r(en), te weten [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3], beiden buitengewoon opsporingsambtenaar van de Nederlandse Spoorwegen, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, (met kracht) meermalen, in elk geval éénmaal

- in/op/tegen het gezicht in elk geval op/tegen het hoofd van die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] een elleboogstoot heeft gegeven en/of heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of

- tegen de/een be(e)n(en) van die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] heeft getrapt/geschopt en/of - in/op/tegen de buik in elk geval op/tegen het lichaam van die [benadeelde 2] heeft getrapt/geschopt,

waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

5.

hij op of omstreeks 16 november 2008 te [plaats 1] [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3], beiden buitengewoon opsporingsambtenaar van de Nederlandse Spoorwegen en/of

[benadeelde 4], medewerker mobiele controle van de Nederlandse Spoorwegen, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte meerdere malen, in elk geval éénmaal opzettelijk voornoemde [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] dreigend de woorden toegevoegd:

- "Als je mij er niet door laat maak ik je dood" en/of

- "ik maak je af" en/of

- "als je me nu los laat sla ik jullie dood" en/of

- "ik maak jullie af" en/of

- "ik sla je kop er af" en/of

- "ik ga je slaan",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6.

hij op of omstreeks 16 november 2008 te [plaats 1] opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3], beiden buitengewoon opsporingsambtenaar van de Nederlandse Spoorwegen en/of [benadeelde 4], medewerker mobiele controle van de Nederlandse Spoorwegen, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, [benadeelde 2] en/of

[benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Kut, kut, kut, konjo", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of heeft gespuugd op/tegen het lichaam en/of in de richting van die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4].

Het hof leest het onder 4 ten laste gelegde, gelet op de eerste twee regels, als volgt verbeterd. De woorden "zijn/haar bediening" in de vierde regel leest het hof verbeterd in "zijn/haar/hun bediening". De woorden "voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden" in de laatste regel leest het hof verbeterd in "voornoemde ambten(a)r(en) letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden". Hier is telkens sprake van een kennelijke misslag. Door de verbeterde lezing wordt verdachte telkens niet in zijn belangen geschaad.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1 primair:

hij op 06 januari 2009 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 263,- euro, toebehorende aan de [benadeelde 1] (filiaal [filiaal 1]), welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat één van verdachtes mededaders toen aldaar,

- een pistool op het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gericht en

- vervolgens dat pistool tegen de linkerwang van die [slachtoffer 1] heeft geduwd

en

- daarbij die [slachtoffer 1] de volgende woorden heeft toegevoegd: "Schiet op!

Kassa open!",

terwijl verdachtes mededaders hun gezicht (deels) hadden bedekt;

2 primair:

hij op 13 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 394,- euro, toebehorende aan de [bedrijf 2] (filiaal [filiaal 2]), welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat één van verdachtes mededaders, toen aldaar,

- met kracht die [slachtoffer 2] van achteren bij een schouder heeft vastgepakt

en vervolgens naar achteren heeft getrokken en

- een pistool op het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft gericht en

- vervolgens dat pistool tegen de linkerschouder van die [slachtoffer 2] heeft

geplaatst en

- daarbij die [slachtoffer 2] de volgende woorden heeft toegevoegd: "Doe je la

open.",

terwijl die mededader een bivakmuts/panty en een capuchon voor het gezicht/over het hoofd droeg;

3.

hij op 27 oktober 2008 in de gemeente [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig geldbedrag, toebehorende aan de J[bedrijf 3] (filiaal [filiaal 3]), welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededader toen aldaar plotseling en onverhoeds over de kassa zijn gaan hangen waarachter die [slachtoffer 4] zich bevond;

4.

hij op 16 november 2008 te [plaats 1], opzettelijk mishandelend ambtenaren, te weten [benadeelde 2] en [benadeelde 3], beiden buitengewoon opsporingsambtenaar van de Nederlandse Spoorwegen, gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening,

- in het gezicht van die [benadeelde 2] en [benadeelde 3] een elleboogstoot heeft gegeven en

- tegen de benen van die [benadeelde 2] heeft geschopt en

- in de buik van die [benadeelde 2] heeft geschopt,

waardoor voornoemde ambtenaren pijn hebben ondervonden;

5.

hij op 16 november 2008 te [plaats 1] [benadeelde 2] en [benadeelde 3], beiden buitengewoon opsporingsambtenaar van de Nederlandse Spoorwegen en

[benadeelde 4], medewerker mobiele controle van de Nederlandse Spoorwegen, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde 2] en [benadeelde 3] en [benadeelde 4] dreigend de woorden toegevoegd:

- "Als je mij er niet door laat maak ik je dood" en/of

- "ik maak je af" en/of

- "als je me nu los laat sla ik jullie dood" en/of

- "ik maak jullie af" en/of

- "ik sla je kop er af" en/of

- "ik ga je slaan";

6.

hij op 16 november 2008 te [plaats 1] opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten

[benadeelde 2] en [benadeelde 3], beiden buitengewoon opsporingsambtenaar van de Nederlandse Spoorwegen, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid heeft beledigd door in de richting van die [benadeelde 2] en die [benadeelde 3] te spugen;

en

hij op 16 november 2008 te [plaats 1] opzettelijk beledigend [benadeelde 4], medewerker mobiele controle van de Nederlandse Spoorwegen, in haar tegenwoordigheid heeft beledigd door in de richting van die [benadeelde 4] te spugen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair,

2 primair, 3, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

onder 1 primair:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

onder 2 primair:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

onder 3:

diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

onder 4:

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

onder 5:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

onder 6:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd (t.a.v. [benadeelde 2] en [benadeelde 3])

en

eenvoudige belediging (t.a.v. [benadeelde 4]).

Strafbaarheid

Omtrent verdachte is door drs. R.S. Turk, vast gerechtelijk deskundige, GZ psycholoog, op 30 september 2009 een (aanvullend) psychologisch rapport uitgebracht. Dat rapport houdt als conclusie onder meer in dat het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend.

Omtrent verdachte is door dr. T.W.D.P. van Os, vast gerechtelijk deskundige, psychiater, op 4 oktober 2009 een psychiatrisch rapport uitgebracht. Dat rapport houdt als conclusie onder meer in dat het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde verdachte minimaal in licht verminderde mate kan worden toegerekend.

Het hof verenigt zich met voormelde conclusies van de deskundigen en maakt die tot de zijne, met dien verstande dat de onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5 en 6 bewezen verklaarde feiten de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op verschillende tijdstippen in de periode van 27 oktober 2008 tot en met 6 januari 2009 samen met een of meer anderen drie verschillende supermarkten op zeer brutale wijze tijdens openingstijden overvallen. De buit van de drie overvallen heeft bestaan uit geldbedragen van respectievelijk € 263,=, € 394,= en ongeveer

€ 400,=. Twee overvallen zijn voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld en een is vergezeld van bedreiging met geweld, alle gericht tegen caissières, die op dat moment bezig waren hun werk te doen. Verdachte en zijn mededader(s) hebben uit hun kassa's geld weggegraaid. Bij twee van de drie overvallen is een pistool gebruikt. Bij een van de caissières is het pistool tegen de schouder geplaatst en bij de andere caissière is het pistool tegen de wang geduwd. Voorts zijn die caissières met het pistool bedreigd.

Door aldus te handelen hebben verdachte en zijn mededader(s) niet alleen meermalen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van anderen, maar hebben zij ook de drie caissières grote angst en overlast bezorgd. Het is bekend dat slachtoffers van dit soort traumatische ervaringen nog gedurende langere tijd in hun functioneren kunnen worden belemmerd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de schriftelijke slachtofferverklaring d.d. 6 september 2010 van [slachtoffer 2], een van de drie caissières. Zij heeft verklaard de eerste tijd na de overval moeite te hebben gehad om in slaap te komen en vaak onrustig te hebben geslapen. Zij lag dan te piekeren over hetgeen haar was overkomen. Zij is door de overval veranderd. Ze is onevenwichtig geworden: ze heeft een "kort lontje" gekregen, is snel geïrriteerd en kan om kleine dingen huilen.

Tevens hebben verdachte en zijn mededader(s) door hun handelen de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving versterkt.

Voorts heeft verdachte op 16 november 2008 op het station in Almere de buitengewoon opsporingsambtenaren van de Nederlandse Spoorwegen, [benadeelde 2] en [benadeelde 3],

mishandeld, bedreigd met de dood en beledigd en de medewerkster mobiele controle van de Nederlandse Spoorwegen, [benadeelde 4], bedreigd met de dood en beledigd. Deze ambtenaren en medewerkster hadden verdachte aangesproken, omdat hij geen geldig vervoersbewijs had. De mishandelingen hebben bestaan in het geven van een elleboogstoot in de gezichten van die [benadeelde 2] en [benadeelde 3] en het schoppen tegen de benen en in de buik van die [benadeelde 2]. Hierdoor hebben [benadeelde 2] en [benadeelde 3] pijn ondervonden. Door deze mishandelingen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van die ambtenaren geschonden. De bedreigingen dienen te worden aangemerkt als ernstige bedreigingen van de lichamelijke integriteit van die ambtenaren en die medewerkster. De belediging heeft bestaan in het spugen in de richting van die [benadeelde 2], [benadeelde 3] en [benadeelde 4].

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 maart 2011 blijkt, dat verdachte, pas 24 jaar oud, een 11 pagina's tellend strafblad heeft. Het vermeldt dat verdachte vóór 27 oktober 2008 meermalen ter zake van het plegen van strafbare feiten, waaronder gekwalificeerde diefstal, mishandeling en pogingen tot zware mishandeling, onherroepelijk tot taakstraffen, een deels voorwaardelijke jeugddetentie, een onvoorwaardelijke jeugddetentie, een voorwaardelijke PIJ-maatregel en een voorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld. Bij voormelde (deels) voorwaardelijke straffen en maatregel is telkens reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde opgelegd. Bovendien blijkt uit dat uittreksel, dat in het recente verleden de tenuitvoerlegging is gelast van voormelde voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Desondanks heeft een en ander verdachte er niet van weerhouden de hiervoor bewezen verklaarde feiten te begaan. Verdachte blijkt zich niets van een opgelegde straf, maatregel en bijzondere voorwaarden aan te trekken.

Verdachte ziet het strafwaardige van zijn handelen niet in en heeft geen spijt van zijn daden. Veelzeggend in dit verband is het feit dat verdachte geen verantwoordelijkheid neemt voor hetgeen hij en zijn mededader(s) de slachtoffers hebben aangedaan.

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel, dat niet (meer) kan worden volstaan met de oplegging van een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur.

De rechtbank heeft 3 jaren gevangenisstraf opgelegd. De advocaat-generaal heeft de oplegging van 4 jaren gevangenisstraf gevorderd. Het hof zal de rechtbank volgen, nu de bewezen verklaarde feiten de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend en het hof aan deze omstandigheid meer gewicht toekent dan - kennelijk - de advocaat-generaal.

Motivering van de op te leggen maatregel

Voormeld psychologisch rapport van drs. Turk d.d. 30 september 2009 houdt, naast het eerder overwogene, - zakelijk weergegeven - in:

Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van alcoholafhankelijkheid en aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een gemengde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en psychopathische trekken.

Er dient rekening te worden gehouden met de gemengde persoonlijkheidsstoornis van verdachte. Die maakt dat hij veel sneller dan anderen tot grensoverschrijdend gedrag komt. De gewetensfunctie is lacunair. Verdachte verplaatst zich niet in anderen en hij is uit op directe behoeftebevrediging. Hij benadeelt en gebruikt anderen als het hem uitkomt en heeft geen last van gewetenswroeging. De gemengde persoonlijkheidsstoornis van verdachte heeft een diepgaande invloed op zijn handelen, zoals ook uit zijn levensgeschiedenis kan worden opgemaakt.

Het recidiverisico is verhoogd. Verdachte dient te leren wat sociaal aanvaardbaar gedrag is en deze norm te gebruiken als richtinggevend voor zijn doen en laten. In het geval van verdachte is daarvoor zeer veel sturing en controle nodig. Ambulant kan een dergelijke vorm van begeleiding niet worden geboden. Daar komt bij dat verdachte in het recente verleden heeft laten zien niet in staat te zijn zich aan afspraken met hulpverleners te houden, waardoor toezicht in het kader van bijzondere voorwaarden werd geretourneerd. Onderzoeker ziet geen andere mogelijkheid het recidiverisico te verlagen dan door klinische behandeling in een gesloten kader. Voor de maatregel van TBS met voorwaarden is verdachte te onbetrouwbaar. Geadviseerd wordt om de maatregel van TBS met bevel tot verpleging op te leggen.

Drs. Turk is op de terechtzittingen van de rechtbank d.d. 9 november 2009 en 22 januari 2010 als getuige-deskundige gehoord. Zijn diagnostiek verschilt niet van die van mederapporteur Van Os. Hij blijft bij zijn advies van 30 september 2009, inhoudende de maatregel van TBS met bevel tot verpleging op te leggen. Hij acht de kans van het mislukken van een TBS met voorwaarden vrij groot.

Voormeld psychiatrisch rapport van dr. Van Os d.d. 4 oktober 2009 houdt, naast het eerder overwogene, - zakelijk weergegeven - in:

Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van alcohol- en cannabisafhankelijkheid en aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een gemengde persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale kenmerken. De verstandelijke vermogens van verdachte zijn beperkt. Het is met name de combinatie van de gemengde persoonlijkheidsstoornis en de verstandelijke beperking die een rol hebben gespeeld bij het hem ten laste gelegde. De narcistische stoornis leidt gemakkelijk tot zelfoverschatting, evenals de verstandelijke beperkingen.

Er is een groot risico dat verdachte zal recidiveren met een agressief delict. Bij verdachte is sprake van vele risicofactoren. Met name is van belang de verslaving, de gebrekkige daginvulling en het onvoldoende ingebed zijn binnen een prosociaal netwerk.

Mederapporteur Turk heeft een TBS met dwangverpleging geadviseerd. Onderzoeker kan de gedachtegang van mederapporteur goed volgen. Verdachte heeft tot nu toe de verschillende toezichten van de reclassering en de verschillende behandelingen van de geestelijke gezondheidszorg afgewimpeld dan wel niet gevolgd.

Onderzoeker geeft echter de voorkeur aan een TBS met voorwaarden boven een TBS met dwangverpleging. Enerzijds, omdat een dergelijke maatregel een volgende stap is qua intensiteit na de toezichten van de afgelopen jaren en anderzijds, om tegemoet te komen aan de autonomie behoefte van verdachte behorend bij de huidige levensfase waarin hij zelf aan het stuur zit van het slagen van een dergelijke maatregel.

Dr. Van Os is op de terechtzitting van de rechtbank d.d. 22 januari 2010 als getuige-deskundige gehoord. Zijn toen afgelegde verklaring komt er op neer dat zijn diagnostiek niet verschilt van die van mederapporteur Turk, dat verdachte een dusdanige kwetsbaarheid heeft dat hij levenslange begeleiding nodig heeft, en dat hij blijft bij zijn advies van 4 oktober 2009, inhoudende de maatregel van TBS met voorwaarden op te leggen.

Omtrent verdachte is door S.P. Sneep, reclasseringswerker bij Tactus Verslavingszorg op 13 januari 2010 een aanvullend voorlichtingsrapport uitgebracht. Dat rapport

houdt - zakelijk weergegeven - in:

Verdachte is in 2009 onderzocht door Turk en Van Os. Beide deskundigen komen nagenoeg tot dezelfde conclusie dat er een (langdurig klinische) behandeling is vereist om de kans op recidive enigszins te verminderen. Zij verschillen slechts in hun advies. Van Os adviseert verdachte een voorwaardelijke TBS op te leggen. Hij stelt dat er met betrekking tot het advies een verschil van mening is met Turk. De reclassering zou zich volgens Van Os ondanks enige twijfel wel in zijn conclusie kunnen vinden. Dit is niet in overeenstemming met ons advies van juni 2009, toen Tactus Reclassering Flevoland adviseerde betrokkene een maatregel TBS met dwangverpleging op te leggen. Verdachte heeft een lange delictgeschiedenis waarin met name vermogens- en geweldsdelicten de boventoon voeren. Het lijkt hierin bij de geweldsdelicten voor verdachte niet uit te maken of deze tegen voor hem onbekende personen of familie- dan wel gezinsleden worden begaan. Ook bij de huidige verdenkingen spelen de gewelds- en vermogensaspecten een prominente rol. Zorgelijk in het geheel is dat verdachte in gesprek aangeeft geen problemen te hebben die hij naar zijn idee dient aan te pakken. Hij heeft geen hulpvragen en zijn kijk op zijn eigen problemen, zoals bijvoorbeeld zijn alcoholgebruik en zijn agressie, is ongunstig wat betreft de kans van slagen van interventies. Bijkomend nadeel hierin is dat de verstandelijke vermogens van verdachte beperkt zijn. Gezien het verloop van de hulpverleningscontacten in het verleden bij Tactus Reclassering Flevoland (twee toezichten zijn negatief retour gezonden en een Taakstraf Alcohol Delinquentie heeft hij niet afgerond), het ambulante hulpverleningsteam van Tactus (na de intake is hij niet meer op zijn afspraken verschenen) en de Waag Flevoland (in 2007 is hij twee keer aangemeld, beide keren is het contact gestopt, omdat verdachte zijn afspraken niet nakwam) kan gezegd worden dat verdachte een notoire vermijder lijkt te zijn wat betreft het nakomen van afspraken en het aanvaarden van hulp en begeleiding. Nadat er echter door zowel Turk als Tactus Reclassering Flevoland is geadviseerd verdachte de maatregel van TBS met dwangverpleging op te leggen, heeft verdachte bij Van Os aangegeven in te zijn voor verandering en mee te zullen werken aan een TBS met voorwaarden. Hij zou dan kunnen bewijzen dat hij zich kan houden aan de voorwaarden. Van Os omschrijft dit als gemotiveerd, maar hieruit blijkt meer het berekenende karakter van verdachte. Verdachte heeft zich tot dusverre nooit voldoende aan aanwijzingen kunnen houden, ook niet wanneer deze hem waren opgelegd in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Vorenstaande in ogenschouw nemende, met daarbij de conclusie van Turk dat de gemengde persoonlijkheidsstoornis van verdachte sterk therapieresistent is, geeft dat verdachte niet voldoende begeleidbaar en betrouwbaar is binnen welke vorm van voorwaardelijke straf of maatregel dan ook. Behandeling en begeleiding in het kader van een voorwaardelijke TBS is wat Tactus Reclassering Flevoland betreft dan ook niet passend en haalbaar. Geadviseerd wordt verdachte de maatregel van TBS met dwangverpleging op te leggen.

Nu gebleken is, dat bij verdachte tijdens het begaan van de hiervoor onder 1 primair,

2 primair, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde feiten een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, terwijl:

- de onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten misdrijven betreffen,

waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is

gesteld,

- de onder 5 bewezen verklaarde feiten behoren tot een der misdrijven omschreven in

artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht en

- de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen

van de maatregel van terbeschikkingstelling eist, zulks gelet op voormeld groot

recidivegevaar, welk recidivegevaar ook het hof aanwezig acht,

zal het hof - naast voormelde gevangenisstraf - de maatregel van terbeschikkingstelling

opleggen. Het hiervoor vermelde eist tevens, dat verdachte van overheidswege zal worden

verpleegd.

Het hof heeft bij zijn beraadslaging uiteraard uitgebreid stilgestaan bij de vraag of, overeenkomstig het daartoe strekkend verzoek van de verdachte, met oplegging van de als minder 'zwaar' aan te merken maatregel van TBS met voorwaarden kon worden volstaan. Die vraag beantwoordt het hof ontkennend. Daarvoor is in de eerste plaats van belang dat het hof niet de overtuiging heeft gekregen dat de verdachte zich daadwerkelijk bewust is van het strafwaardige van zijn handelen, van de psychische problematiek - en de daaruit voortvloeiende gevaarzetting voor anderen - waarmee hij is behept en van de inzet en discipline die voltooiing van een TBS met voorwaarden-traject van hem zou vergen. Deze vaststelling relativeert in sterke mate de door de verdachte ter terechtzitting uitgesproken bereidheid nu wel zijn medewerking te willen verlenen aan een door de reclassering in te richten behandeltraject.

Bovendien kent het hof veel betekenis toe aan het feit dat de instantie die met de uitvoering van zo'n traject zou moeten worden belast, de reclassering, uitgesproken weinig vertrouwen heeft in het welslagen daarvan.

Alles afwegend is het hof van oordeel dat het primaat dan ook moet liggen bij de beveiliging van de samenleving boven het (opnieuw) geven van een kans aan de verdachte. Om die redenen acht het hof (alleen) de oplegging van de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege passend en geboden.

Onttrekking aan het verkeer

Het door het hof aan het verkeer te onttrekken luchtdrukwapen is daarvoor vatbaar. Immers, dit wapen, dat blijkens de verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van het hof van 3 maart 2011 aan hem toebehoort en dat van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, is bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane hiervoor onder 1 primair,

2 primair en 3 bewezen verklaarde feiten aangetroffen, terwijl dit wapen kan dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.

Benadeelde partij [benadeelde 1]

Gebleken is dat de benadeelde partij zich ter zake van het onder 1 primair ten laste gelegde feit in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Vaststaat dat door het onder 1 primair bewezen verklaarde feit door de benadeelde partij rechtstreeks schade is geleden, voor welke schade verdachte jegens genoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Van de zijde van verdachte is de vordering van de benadeelde partij niet bestreden. De vordering van de benadeelde partij ad € 899,50 is dan ook toewijsbaar. Het komt het hof gepast voor om dit bedrag tevens toe te wijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij [benadeelde 3]

Gebleken is dat de benadeelde partij zich ter zake van de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Vaststaat dat door de onder 4 en 5 bewezen verklaarde feiten door de benadeelde partij rechtstreeks schade is geleden, voor welke schade verdachte jegens genoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Van de zijde van verdachte is de vordering van de benadeelde partij niet bestreden. De vordering van de benadeelde partij ad € 200,= is dan ook toewijsbaar. Het komt het hof gepast voor om dit bedrag tevens toe te wijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

Gebleken is dat de benadeelde partij zich ter zake van de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Vaststaat dat door de onder 4 en 5 bewezen verklaarde feiten door de benadeelde partij rechtstreeks schade is geleden, voor welke schade verdachte jegens genoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Van de zijde van verdachte is de vordering van de benadeelde partij niet bestreden. De vordering van de benadeelde partij ad € 200,= is dan ook toewijsbaar. Het komt het hof gepast voor om dit bedrag tevens toe te wijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Benadeelde partij [benadeelde 4]

Gebleken is dat de benadeelde partij zich ter zake van de onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft een vergoeding gevorderd ter zake van immateriële schade ten bedrage van in totaal € 200,=.

Vaststaat dat door de onder 5 bewezen verklaarde feiten door de benadeelde partij rechtstreeks schade is geleden, voor welke schade verdachte jegens genoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Naar het oordeel van het hof is komen vast te staan dat de benadeelde partij ter zake van die feiten immateriële schade heeft geleden tot in ieder geval een bedrag van € 100,=, welke schade van de zijde van verdachte niet is bestreden. Evenwel is niet komen vast te staan dat de benadeelde partij door de onder 6 bewezen verklaarde feiten schade heeft geleden. De vordering van de benadeelde

partij behoort derhalve te worden toegewezen tot voormeld bedrag van € 100,=, met afwijzing van het meer of anders gevorderde. Het komt het hof gepast voor om dit bedrag tevens toe te wijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36d, 36f, 37a, 37b, 57, 63, 266, 267, 285, 300, 304, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van drie jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd;

verklaart aan het verkeer onttrokken:

een luchtdrukwapen met balletjes, merk/type Game Shadow 640 (nummer 34);

gelast de teruggave aan winkelketen [bedrijf 1], hoofdkantoor gevestigd te [vestigingsplaats], van:

een rol oranje stickers voorzien van de tekst "ah betaald" (nummer 12);

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], gevestigd te [vestigingsplaats], tot een bedrag van achthonderdnegenennegentig euro en vijftig cent, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van achthonderdnegenennegentig euro en vijftig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], gevestigd te [vestigingsplaats], met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zeventien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde of één of meer van diens mededaders heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde of één of meer van diens mededaders aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 3], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweehonderd euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweehonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 3], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweehonderd euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweehonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 4], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van honderd euro;

wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van honderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 4], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van twee dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Koolschijn, voorzitter, mr. Foppen en mr. Hielkema, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier.