Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP6982

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
04-03-2011
Datum publicatie
08-03-2011
Zaaknummer
21-003441-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen algehele vrijspraak indien de feitelijke omschrijving van een strafverzwarende omstandigheid onjuist is. Al dan niet foute straatnaamvermelding bij straatroof als bedoeld in artikel 312, lid 2, van het Wetboek van Strafrecht, op de openbare weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-003441-10

Uitspraak d.d.: 4 maart 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 20 september 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

volgens eigen opgave geboren te [geboorteplaats] op [1972],

thans uit anderen hoofde verblijvende in [plaats detentie].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is blijkens de akte rechtsmiddel uitsluitend gericht tegen dat deel van het vonnis waarvan beroep, waarbij verdachte ter zake van het onder 1 tenlastegelegde werd vrijgesproken. Het hoger beroep is derhalve niet gericht tegen dat deel van het vonnis waarvan beroep, waarbij verdachte ter zake van het onder 2 tenlastegelegde werd veroordeeld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 februari 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr M.G.W.M. Geurts, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. Het hof is in het bijzonder van oordeel dat de rechtbank verdachte in eerste aanleg op onjuiste gronden heeft vrijgesproken van de onder 1 tenlastegelegde beroving. De in de tenlastelegging vermelde straatnamen zijn in casu uitsluitend van belang voor een bewezenverklaring van de in de tenlastelegging opgenomen strafverzwarende omstandigheid als bedoeld in artikel 312, lid 2 onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht, te weten het delictsbestanddeel ‘op de openbare weg’. Indien bedoeld delictsbestanddeel niet bewezen kan worden verklaard, blijft als plaats waar het feit is gepleegd Nijmegen over. Er dient dan geen algehele vrijspraak van dat tenlastegelegde feit te volgen, maar een gedeeltelijke vrijspraak van het strafverzwarende delictsbestanddeel ‘op de openbare weg’ en de daarbij behorende feitelijke uitwerking.

De tenlastelegging

Aan verdachte is voor zover nog van toepassing tenlastegelegd, zoals deze tenlastelegging in hoger beroep is gewijzigd, dat:

hij op of omstreeks 24 mei 2010 te Nijmegen, op de openbare weg, te weten op de Van Diemerbroecksstraat en/of Van Oldenbarneveltstraat en/of Campusbaan, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een telefoon en/of een hoeveelheid geld (125 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, toen en daar onverhoeds die telefoon uit de hand van die [slachtoffer] heeft gerukt/getrokken en/of (vervolgens) tegen de wil van die [slachtoffer] diens broekzakken heeft doorzocht en/of (vervolgens) uit (één van) die zakken een hoeveelheid geld heeft weggenomen en/of (vervolgens) die [slachtoffer] (met kracht) (met tot vuist gebalde hand) in/op/tegen zijn maag, althans tegen zijn lichaam, heeft geslagen/gestompt;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Aangever [slachtoffer] heeft op 24 mei 2010 aangifte gedaan van diefstal met geweld te Nijmegen op 24 mei 2010 tussen 03.40 uur en 03.52 uur.

Uit het dossier blijkt het volgende:

Verbalisanten [naam] en [naam] kregen op 24 mei 2010, omstreeks 03.53 uur melding dat er even daarvoor een man was overvallen ter hoogte van een cafetaria op de Graafseweg met de Van Oldenbarneveltstraat te Nijmegen. De verdachte zou gekleed zijn in een zwart met roodkleurig jack en zwarte trainingsbroek. De verbalisanten zijn gelopen in de richting van het plaats delict. Omstreeks 04.00 uur liepen de verbalisanten op de Van Oldenbarneveltstraat te Nijmegen in de richting van de Graafseweg en zij zagen dat een man in hun richting kwam gelopen vanuit de richting van de Graafseweg.

Vervolgens zagen zij dat de man ergens afsloeg, vermoedelijk om zich te verstoppen. Zij liepen in zijn richting en zagen ter hoogte van huisnummer 32 op de Van Oldenbarnevelt-straat de man voor de voordeur op de grond zitten. Ze zagen dat de man een zwart met roodkleurig jack droeg en dat de man twee telefoons naast zich op de grond had liggen. Vervolgens werd verdachte op heterdaad aangehouden. De verbalisanten hoorden van collega’s dat van de aangever een mobiele telefoon van het merk Samsung was gestolen. Een van de telefoons die bij verdachte werden aangetroffen was een Samsung telefoon. Beide telefoons zijn door de politie inbeslaggenomen.

Bij het narijden van de route die aangever had gelopen, wees aangever als plaats van de beroving aan de hoek van de Van Oldebarneveltstraat en de Campusbaan, welke laatste straat parallel loopt aan de Van Diemerbroeckstraat, hetwelk blijkt uit een plattegrond van Nijmegen op Google.

Aangever [slachtoffer] heeft op 24 mei 2010 de door de politie inbeslaggenomen Samsung telefoon herkend als zijn gsm. De door de aangever opgegeven code stelde de telefoon in werking.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 24 mei 2010 te Nijmegen, op de openbare weg, te weten op de Van Diemerbroecksstraat en/of Van Oldenbarneveltstraat en/of Campusbaan, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een telefoon en/of een hoeveelheid geld (125 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, toen en daar onverhoeds die telefoon uit de hand van die [slachtoffer] heeft gerukt/getrokken en/of (vervolgens) tegen de wil van die [slachtoffer] diens broekzakken heeft doorzocht en/of (vervolgens) uit (één van) die zakken een hoeveelheid geld heeft weggenomen en/of (vervolgens) die [slachtoffer] (met kracht) (met tot vuist gebalde hand) in/op/tegen zijn maag, althans tegen zijn lichaam, heeft geslagen/gestompt;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd op de openbare weg.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in eerste aanleg verdachte van het onder 1 tenlastegelegde feit vrijgesproken.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep te kennen gegeven het onder 1 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen te achten en heeft gevorderd dat er een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest wordt opgelegd.

De raadsman heeft in hoger beroep primair gepleit voor vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde feit.

Het hof komt anders dan de rechtbank in eerste aanleg tot een bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde feit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweldpleging.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden - dat verdachte midden in de nacht op de openbare weg het slachtoffer [slachtoffer] heeft beroofd, waarbij hij een mobiele telefoon heeft buitgemaakt. Deze beroving is op een gewelddadige wijze uitgevoerd. Het behoeft geen betoog dat een dergelijke gebeurtenis een grote indruk maakt op het slachtoffer, omdat door het gewelddadige karakter een inbreuk wordt gemaakt op het persoonlijke en geestelijke welzijn van de overvallene. Tevens heeft verdachte zich blijkens het uittreksel uit het documentatieregister eerder schuldig gemaakt aan vermogens- en geweldsdelicten.

Het hof heeft voorts op grond van het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening gehouden onder meer met de veroordeling van verdachte wegens als ongewenst verklaarde vreemdeling in Nederland te verblijven bij het vonnis van de rechtbank Arnhem van 20 september 2010, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 225. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag in verband met immateriële schade. Het hof stelt het schadebedrag naar redelijkheid en billijkheid vast op 100 euro. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is de vordering niet voor toewijzing vatbaar. Voor wat betreft de gevorderde schade ter hoogte van 125 euro is naar het oordeel van het hof niet vast komen te staan dat deze schade door het tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit is veroorzaakt.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 63, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verstaat dat het door de officier van justitie ingestelde rechtsmiddel niet is gericht tegen dat deel van het vonnis waarvan beroep, waarbij verdachte ter zake van het onder 2 tenlastegelegde werd veroordeeld.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [slachtoffer], te betalen een bedrag van EUR 100 (honderd euro).

Wijst de vordering voor het overige af.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd, een bedrag te betalen van EUR 100 (honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr R. de Groot, voorzitter,

mr H. Abbink en mr J.D. den Hartog, raadsheren,

in tegenwoordigheid van P. Heinst, griffier,

en op 4 maart 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.