Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP6636

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
03-03-2011
Datum publicatie
03-03-2011
Zaaknummer
24-002099-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van gekwalificeerde diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002099-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-460209-08

Arrest van 3 maart 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 21 mei 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1989] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring Zwolle te Zwolle,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. T.H. Dijkstra, advocaat te Zwolle.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 24 mei 2007 althans in of omstreeks de maand mei 2007 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bouwkeet op of aan de [adres] heeft weggenomen een boormachine en/althans gereedschap en/of een lasertoestel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, een valse sleutel en/of inklimming.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 24 mei 2007 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bouwkeet aan de [adres] heeft weggenomen gereedschap en een lasertoestel, toebehorende aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met zijn mededader op 24 mei 2007 in een bouwkeet gereedschap en een lasertoestel weggenomen. Zij hebben zich daartoe de toegang verschaft door met een stuk ijzer de deur van die bouwkeet open te breken. Door het plegen van dit feit hebben verdachte en zijn mededader niet alleen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander, maar hebben zij die ander ook financieel nadeel berokkend.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 februari 2011 blijkt, dat verdachte vóór 24 mei 2007 meermalen ter zake van het plegen van strafbare feiten, waaronder soortgelijke diefstallen (en een poging daartoe) als bewezen verklaard, onherroepelijk tot voorwaardelijke en (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen en werkstraffen is veroordeeld. Bovendien blijkt uit dat uittreksel, dat in het recente verleden de tenuitvoerlegging is gelast van een deel van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, die is omgezet in een werkstraf, en dat voor het andere deel van die voorwaardelijk opgelegde straf de proeftijd is verlengd. Desondanks heeft een en ander verdachte er niet van weerhouden het hiervoor bewezen verklaarde feit te begaan.

Op grond van het vorenstaande en mede in aanmerking nemende de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting is het hof van oordeel, dat niet (meer) kan worden volstaan met het opleggen van een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van gelijke duur als door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd.

Hetgeen door en namens verdachte ter zitting over zijn persoonlijke omstandigheden naar voren is gebracht, dient naar het oordeel van het hof niet te leiden tot de oplegging van een andere, mildere strafmodaliteit, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot het strafrechtelijk verleden van verdachte.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Hielkema, voorzitter, mr. Koolschijn en mr. Van Veen, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier.