Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP5802

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
21-02-2011
Datum publicatie
25-02-2011
Zaaknummer
P10/0346
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van een jaar. Daarom wordt de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden bevestigd, met aanvulling van het volgende. Ondanks het meest recent door het FPC ingenomen standpunt (dat het FPC zich gezien de huidige omstandigheden ook zou kunnen vinden in een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging), zal het hof op dit moment nog niet overgaan tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, omdat mede doordat een maatregelrapport ontbreekt de voorwaarden waaraan de terbeschikkinggestelde zich bij voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zou dienen te houden, nog niet zijn vastgesteld en ook nog niet duidelijk met de terbeschikkinggestelde zijn besproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P10/0346

Beslissing d.d. 21 februari 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[Betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Assen van 12 augustus 2010, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van hoger beroep van de terbeschikkinggestelde d.d. 13 augustus 2010;

- de aanvullende informatie van [verblijfplaats] van 10 januari 2011.

Het hof heeft ter terechtzitting van 7 februari 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr L.R. van Vliet, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal, mr M. van Leent.

Overwegingen:

Het standpunt van het openbaar ministerie

[verblijfplaats] geeft in de aanvullende informatie aan dat kan worden overgegaan tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Gelet op de omstandigheid dat thans geen maatregelrapport voorhanden is, dient op dit moment niet te worden overgegaan tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Nu de verlenging van de maatregel opnieuw aan de orde zal zijn in augustus 2011, dient uit pragmatisch oogpunt het verzoek om aanhouding teneinde een maatregelrapport op te laten maken, te worden afgewezen. De TBS-maatregel dient te worden verlengd met een termijn van een jaar.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

Primair wordt beëindiging van de maatregel bepleit, subsidiair de voorwaardelijke beëindiging. Uit de aanvullende informatie blijkt dat de kliniek zich nu kan vinden in voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Voorwaardelijke beëindiging is haalbaar en verantwoord. Het belang van ondersteuning van betrokkene wordt onderschreven. Een maatregelrapport kan op korte termijn gerealiseerd zijn en voor betrokkene geldt dat iedere maand dat de dwangverpleging eerder kan worden beëindigd er één is. Met het oog op een voorwaardelijke beëindiging kan eventueel het onderzoek worden aangehouden teneinde een maatregelenrapport op te laten maken.

De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven dat hij zijn kinderen achttien jaar lang niet heeft gezien en dat hij zijn vrijheid terug wil. Hij is ziek en zijn kinderen kunnen hem niet komen opzoeken in Nederland.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van een jaar. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met aanvulling van het volgende.

Uit de aanvullende informatie van [verblijfplaats] blijkt dat er recent met betrekking tot de zorgpunten weinig is veranderd, maar dat er betreffende de hulpverleningscontacten en het overdragen van de zorg en begeleiding wel duidelijke vorderingen zijn gemaakt. Zowel de AFPN als de reclassering speelt een steeds belangrijkere rol bij het risicomanagement, het FPC in steeds mindere mate. Gebleken is dat betrokkene in een situatie waarin sprake is van voldoende begeleiding, ondersteuning en structuur, zich op adequate wijze kan handhaven. Een volgende stap welke inmiddels is gezet, is het aanvragen van proefverlof.

Daar betrokkene al geruime tijd stabiel functioneert, zich aan de afspraken houdt en de verwachting is dat hij dit – binnen een zeker juridisch kader – zal blijven doen, zou het FPC zich gezien de huidige omstandigheden ook kunnen vinden in een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Ondanks het meest recent door het FPC ingenomen standpunt, zal het hof op dit moment nog niet overgaan tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, omdat mede doordat een maatregelrapport ontbreekt de voorwaarden waaraan de terbeschikkinggestelde zich bij voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zou dienen te houden, nog niet zijn vastgesteld en ook nog niet duidelijk met de terbeschikkinggestelde zijn besproken. Gelet op de problematiek van betrokkene en de bestaande taalbarrière is het hof van oordeel dat juist het goed met betrokkene doornemen van op te leggen voorwaarden essentieel is. Om die reden is een onmiddellijk ingaande voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging thans onverantwoord. Bovendien zal voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging slechts een voor de terbeschikkinggestelde marginaal merkbare verandering teweegbrengen. De terbeschikkinggestelde verblijft immers reeds buiten de kliniek en het reeds ingezette resocialisatietraject kan worden voortgezet. Het verzoek om aanhouding van het onderzoek teneinde alsnog een maatregelrapport op te laten maken, zal, gelet op de relatief korte termijn waarbinnen een nieuwe vordering tot verlenging van de maatregel aan de orde zal zijn, worden afgewezen. Het hof acht evenwel wenselijk dat voor de behandeling van de volgende verlengingsvordering door de rechtbank Assen tijdig een maatregelrapport zal worden opgemaakt.

Beslissing

Het hof:

Wijst af het verzoek tot aanhouding.

Bevestigt met aanvulling zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Assen van 12 augustus 2010 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [Betrokkene].

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr E. van der Herberg en mr. T.M.L. Wolters als raadsheren,

en drs. T. van Iersel en drs. M. van Weers als raden,

in tegenwoordigheid van mr R. Salet als griffier,

en op 21 februari 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.