Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP5773

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
21-02-2011
Datum publicatie
25-02-2011
Zaaknummer
P10/0091
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beroep tegen de beslissing van de rechtbank van 10 februari 2010, houdende verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een termijn van één jaar.

Uit de verschillende verlengingsadviezen blijkt dat het recidivegevaar afhankelijk is van de controle en begeleiding van betrokkene. Het hof is van oordeel dat een abrupte beëindiging van de PIJ-maatregel niet wenselijk is en een geleidelijk resocialisatietraject aangewezen is. Een verlenging van de maatregel is in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige. Het resocialisatietraject is door toedoen van betrokkene zelf gefrustreerd en moet weer opnieuw aanvangen. Nu reeds één jaar is verstreken sedert de expiratiedatum, biedt naar het oordeel van het hof, mede gelet op het laatste advies van de inrichting waar betrokkene verblijft, een verlenging van de PIJ-maatregel met één jaar onvoldoende tijd om een nieuw resocialisatietraject te realiseren. Gelet hierop is het hof van oordeel dat een verlenging van de maatregel voor de duur van twee geïndiceerd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

PIJ P10/0091

Beslissing d.d. 21 februari 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats betrokkene].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Groningen van 10 februari 2010, houdende verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een termijn van één jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte beroep van de betrokkene d.d. 12 februari 2010;

- de processen-verbaal van de terechtzittingen van dit hof, respectievelijk van 26 juli 2010 en 11 oktober 2010;

- een voortgangsverslag van Reclassering Nederland, unit Toezicht & Interventie, van 19 oktober 2010;

- de aanvullende informatie van [verblijfplaats betrokkene] van 19 oktober 2010, met als bijlage een SAVRY-risicotaxatie;

- een voortgangsverslag van Reclassering Nederland, unit Toezicht & Interventie, van 24 december 2010;

- de aanvullende informatie van [verblijfplaats betrokkene] van 28 december 2010;

- de beslissing van de rechtbank Groningen van 26 januari 2011, zijnde de beslissing op de vordering van de officier van justitie te Groningen van 30 november 2010, houdende verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een termijn van één jaar.

Het hof heeft ter terechtzitting van 7 februari 2011 gehoord de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr A. Allersma, advocaat te Groningen, en de advocaat-generaal, mr M. van Leent.

Overwegingen:

Het advies van [verblijfplaats betrokkene]

Uit het verlengingsadvies van 19 november 2009 volgt dat gezien het recidiverisico een hoge mate van begeleiding en controle tijdens het resocialisatieproces noodzakelijk is. Door [verblijfplaats betrokkene] wordt dan ook geadviseerd om de PIJ-maatregel met één jaar te verlengen. In dat jaar zou betrokkene door middel van proefverlof in staat kunnen worden gesteld om het positieve beeld dat hij in [verblijfplaats betrokkene] had laten zien, ook buiten te kunnen laten zien. Verlenging van de PIJ-maatregel zou een kader bieden, waarbinnen controle en zicht op de voortgang van de resocialisatie van betrokkene gewaarborgd zouden zijn.

Op 19 oktober 2010 is opnieuw een verlengingsadvies uitgebracht. Hieruit blijkt dat de doelen van het verlengingsadvies van eind 2009, te weten behandeling bij de AFPN, deelname aan het Buitenprogramma en controle door de reclassering tijdens proefverlof, niet zijn bereikt. Controle is van belang om de kans op recidive te verlagen. [verblijfplaats betrokkene] vindt het daarom belangrijk dat het gestarte proefverlof in het kader van de PIJ-maatregel kan worden afgemaakt en adviseert de maatregel te verlengen met vier maanden (na verlenging met één jaar, conform advies 19 november 2009).

Het meest recente advies van [verblijfplaats betrokkene], gedateerd 28 december 2010, laat een verontrustend beeld zien van de verdere ontwikkelingen. Betrokkene heeft geen dagbesteding meer, een belangrijke voorwaarde voor het proefverlof. Als gevolg van een gebrek aan motivatie kan hij zijn opleiding niet voortzetten. Ook op financieel gebied stelt betrokkene zich onverantwoordelijk op. De reclassering ziet op dit moment dan ook geen mogelijkheden om haar toezichthoudende taak nog langer uit te voeren. [verblijfplaats betrokkene] heeft daarom besloten betrokkene (opnieuw) voor een time-out terug te laten komen naar de inrichting. Betrokkene had zich op 16 december 2010 moeten melden bij [verblijfplaats betrokkene]. Dit heeft hij niet gedaan. Betrokkene heeft zich derhalve niet gehouden aan de afspraken omtrent het proefverlof. [verblijfplaats betrokkene] verwacht niet dat de vervolgbehandeling en een nieuw resocialisatietraject binnen een termijn van vier maanden (na de verlenging met één jaar, zoals thans gevorderd) zal kunnen worden afgerond.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de PIJ-maatregel met twee jaar moet worden verlengd. Uit de verschillende adviesrapportages blijkt dat betrokkene controle nodig heeft om de kans op recidive te verminderen. Sinds het vonnis waarvan beroep is bijna een jaar verstreken waarin veel gebeurd is, maar uiteindelijk door de houding van betrokkene niets bereikt. Een termijn van één jaar biedt onvoldoende tijd om de risicofactoren zoveel mogelijk in te perken en betrokkene op een verantwoorde manier te laten terugkeren in de maatschappij, temeer nu deze termijn door het tijdsverloop van de onderhavige procedure reeds is verstreken.

Het standpunt van betrokkene en diens raadsman

Betrokkene verzet zich tegen de verlenging van de PIJ-maatregel. Niet gezegd kan worden dat er bij betrokkene niets is bereikt met de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. De negatieve ontwikkelingen van de laatste maanden doen niet af aan de positieve ontwikkelingen die hij daarvoor reeds heeft doorgemaakt. Voortzetting van de PIJ-maatregel zal behalve bescherming van de maatschappij geen effect meer sorteren bij betrokkene. Hij is niet gemotiveerd.

Het oordeel van het hof

In het bijzonder gelet op de advisering door de [verblijfplaats betrokkene] is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat. Het gedrag van betrokkene geeft daartoe ook aanleiding en het hof acht verlenging van de maatregel ook in het belang van de ontwikkeling van betrokkene.

Uit de verschillende verlengingsadviezen blijkt dat het recidivegevaar afhankelijk is van de controle en begeleiding van betrokkene. Het hof is van oordeel dat een abrupte beëindiging van de PIJ-maatregel niet wenselijk is en een geleidelijk resocialisatietraject aangewezen is. Een verlenging van de maatregel is in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige. Het resocialisatietraject is door toedoen van betrokkene zelf gefrustreerd en moet weer opnieuw aanvangen. Nu reeds één jaar is verstreken sedert de expiratiedatum, biedt naar het oordeel van het hof, mede gelet op het laatste advies van [verblijfplaats betrokkene], een verlenging van de PIJ-maatregel met één jaar onvoldoende tijd om een nieuw resocialisatietraject te realiseren. Gelet hierop is het hof van oordeel dat een verlenging van de maatregel voor de duur van twee geïndiceerd is.

De beslissing waarvan beroep

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen, daar het tot een andere beslissing komt.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Groningen van 10 februari 2010 met betrekking tot de [betrokkene].

Verlengt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een termijn van twee jaar.

Aldus gedaan door

mr E. van der Herberg als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr T.M.L. Wolters als raadsheren,

en drs. T. van Iersel en drs. M. van Weers als raden,

in tegenwoordigheid van mr B.P. Snijder als griffier,

en op 21 februari 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.