Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP5527

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-02-2011
Datum publicatie
23-02-2011
Zaaknummer
24-003227-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat de in eerste aanleg opgelegde straf en de door de advocaat-generaal in hoger beroep gevorderde straf geen recht doen aan de ernst van deze feiten.

Voor het misdrijf mensenhandel bestaan voor de rechtspraak geen specifieke oriëntatiepunten ten behoeve van de bepaling van de strafmaat. Nu echter sprake is geweest van veelvuldige afgedwongen seksuele handelingen die het minderjarige slachtoffer voor het financieel gewin van verdachte moest ondergaan en in aanmerking genomen dat het oriëntatiepunt voor de strafmaat voor een eenmalige verkrachting 24 maanden gevangenisstraf is, dient naar het oordeel van het hof een zwaardere gevangenisstraf opgelegd te worden dan de opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-003227-07

Parketnummer eerste aanleg: 07-607116-06

Arrest van 23 februari 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 december 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1963] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. H.E. van Zijll, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en een beslissing genomen op het beslag, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd de opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis. Ten aanzien van de inbeslaggenomen bankpasjes heeft de advocaat-generaal gevorderd dat deze dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbende(n).

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep, is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 20 maart 2006 in de gemeente(n) [gemeente 1] en/of [gemeente 2] en/of [gemeente 3] en/of [gemeente 4], in elk geval in Nederland, en/of in [gemeente 5], in elk geval in Litouwen en/of in Polen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A (sub 2)

[slachtoffer 1] (geboren op [1989]) en/of (een) andere(n) heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of die andere(n), terwijl die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt en/of

B (sub3)

[slachtoffer 1] (geboren op [1989]) en/of (een) andere(n) heeft/hebben aangeworven en/of medegenomen en/of ontvoerd met het oogmerk die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of

C (sub 5)

[slachtoffer 1] (geboren op [1989]) en/of (een) andere(n) ertoe heeft/hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 1] en/of (een) andere(n) enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) de leeftijd van achttien jaren nog niet had/hadden bereikt en/of

D (sub 8)

Opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit seksuele handelingen van [slachtoffer 1] (geboren [1989]) en/of (een) andere(n) met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) de leeftijd van achttien jaren nog niet had/hadden bereikt

immers heeft/hebben/is/zijn hij en/of zijn medeverdachte(n)

- die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) in een club in Litouwen benaderd en/of interesse in die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) getoond en/of tegen die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) gezegd dat hij, verdachte, met die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) gelukkig was en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) voorgesteld om mee te gaan naar Nederland en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of haar ouder(s) en/of andere(n) gezegd dat die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) in een bar/restaurant kon(den) werken en/of

- aan de ouders van die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) (een hoeveelheid) geld gegeven en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) met de auto naar Nederland vervoerd en/of (over)gebracht en/of gereden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) gehuisvest en/of opgenomen in zijn, verdachtes, woning ([adres] te [plaats]) en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) zijn, verdachtes, meisjes genoemd en/of met de [slachtoffer 1] en/of die andere(n) een (liefdes)relatie aangegaan en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) gezegd dat die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) in de prostitutie moest(en) gaan werken en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) gezegd dat die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) niet weg mocht(en)/zou(den) komen, voordat die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) het geld van de reis en/of het verblijf en/of het geld dat aan de ouder(s) van die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) en/of aan een andere(n) was gegeven terug had(den) verdiend en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) gezegd dat als die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) niet luisterde(n), hij en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) naar andere mensen zou(den) sturen en/of

- (een) advertentie(s) geplaatst en/of (een) visitekaartje(s) gemaakt en/of verspreid waarin escortservices werden aangeboden en/of

- voor die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) met (een) klant(en) (telefonisch) (een) afspra(a)k(en) gemaakt en/of

-die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) naar (een) klant(en) vervoerd en/of gebracht en/of

- die/(een) klant(en) in zijn, verdachtes, woning ontvangen en/of

- het geld van voornoemde klant(en) in ontvangst genomen en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) opgedragen haar/hen, die [slachtoffer 1] en/of die andere(n), verdiende geld aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) af te geven en/of aldus

- die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) uitgebuit,

- terwijl die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) de Nederlandse taal niet, althans onvoldoende, beheerste(n)/sprak(en) en/of onbekend was/waren in Nederland en/of bijna niemand kende(n) in Nederland en/of

- terwijl die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) niet over haar/hun eigen paspoort kon(den) beschikken en/of

- terwijl die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) minderjarig was/waren en/of voor de huisvesting en/of financieel van hem, verdachte, en/of zijn mededaders(s) afhankelijk was/waren, in welke afhankelijkheidssituatie die [slachtoffer 1] en/of die andere(n) zich telkens niet kon(den) en/of durfden te verzetten en/of onttrekken tegen/aan (die uitbuiting) (door) hem verdachte, en/of zijn mededader(s);

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 15 januari 2006 in [plaats 2], in elk geval in Litouwen en/of in Polen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[slachtoffer 2] heeft/hebben aangeworven en/of medegenomen en/of ontvoerd met het oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

immers heeft/hebben hij en/of zijn medeverdachte(n)

- die [slachtoffer 2] in een club in Litouwen benaderd en/of interesse in die [slachtoffer 2] getoond en/of

- die [slachtoffer 2] voorgesteld om mee te gaan naar Nederland en/of

- tegen die [slachtoffer 2] en/of haar moeder gezegd dat die [slachtoffer 2] in een restaurant kon werken en/of

- tegen die [slachtoffer 2] en/of haar moeder gezegd dat hij, verdachte, van die [slachtoffer 2] hield en/of met die [slachtoffer 2] wilde trouwen en/of

-die [slachtoffer 2] met de auto vanuit Litouwen naar Polen vervoerd en/of (over)gebracht en/of gereden.

Verweren van de raadsman

De raadsman heeft betoogd dat de verklaringen die zijn afgelegd door medeverdachte [medeverdachte] met betrekking tot [slachtoffer 1] onbetrouwbaar zijn. Dat haar verklaringen onbetrouwbaar zijn, volgt volgens de raadsman uit het feit dat [medeverdachte] ten onrechte heeft verklaard dat [medeverdachte] onvrijwillig in de prostitutie is gebracht en gehouden door verdachte.

Voorts zijn de eerste verklaringen die zijn afgelegd door aangeefster [slachtoffer 1] tot stand gekomen zonder tolk. Daardoor is zij op een spoor (namelijk dat zij onder dwang van verdachte in de prostitutie zat) gezet waar zij later niet meer van af kon wijken, te meer niet omdat de verbalisant die haar zonder tolk heeft verhoord later ook aanwezig was bij [slachtoffer 1]'s verhoor bij de rechter-commissaris op 7 april 2006. De desbetreffende verklaringen van [slachtoffer 1] kunnen daarom niet voor het bewijs worden gebruikt, aldus de raadsman.

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder 2 heeft de raadsman betoogd dat verdachte van dit feit vrijgesproken dien te worden, nu geen sprake is geweest van dwang en evenmin van een oogmerk om [slachtoffer 2] in de prostitutie te brengen.

Het hof overweegt dat het verwijt dat verdachte wordt gemaakt niet is mensenhandel gepleegd ten aanzien van [medeverdachte], maar mensenhandel gepleegd ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Hetgeen [medeverdachte] heeft verklaard over hetgeen [slachtoffer 1] is overkomen, vindt steun in de verklaringen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], alsmede in de in de woning van verdachte aangetroffen bescheiden (agenda, visitekaartjes). [medeverdachte] heeft hier consistent over verklaard. Het hof zal haar verklaringen daarom gebruiken voor het bewijs.

Eveneens zal het hof de verklaringen van [slachtoffer 1] gebruiken voor het bewijs. De verbalisant heeft een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt naar aanleiding van het gesprek dat zij had met [slachtoffer 1]. Dat gesprek, waarin [slachtoffer 1] voor het eerst in het algemeen heeft meegedeeld dat zij in de prostitutie werkzaam is, heeft plaatsgevonden zonder tolk. In het proces-verbaal en ook ter zitting van het hof heeft de verbalisant verklaard dat zij in gebrekkig Engels sprak met [slachtoffer 1], maar dat zij elkaar dankzij gebaren en tekeningen goed konden begrijpen. [slachtoffer 1] heeft bevestigd1 dat zij de verbalisant begreep tijdens het gesprek. Indien er onduidelijkheden bleven bestaan, heeft de verbalisant daar in haar proces-verbaal ook melding van gemaakt.

In haar latere verhoren bij de politie en bij de rechter-commissaris (waarbij wel een tolk aanwezig was) heeft [slachtoffer 1] steeds hetzelfde verklaard als zij verklaarde tegenover deze verbalisant, zij het dat pas in deze latere verhoren de feitelijkheden aan de orde zijn gekomen. Van enige druk door de aanwezigheid van de verbalisant bij de verhoren bij de rechter-commissaris is niet gebleken. Het hof neemt daarbij tevens in overweging dat niemand bezwaar heeft gemaakt tegen de aanwezigheid van de verbalisant, almede op de verklaring van de verbalisant ter zitting van het hof, dat zij bij de rechter-commissaris aanwezig was, omdat [slachtoffer 1] dat aan de verbalisant als vertrouwenspersoon had gevraagd. Het hof acht daarom in het geheel niet aannemelijk geworden dat [slachtoffer 1] aanvankelijk onjuist heeft verklaard en niet terug durfde te komen op haar eerdere verklaringen. De verklaringen van [slachtoffer 1] vinden voorts steun in de verklaringen van [medeverdachte], [slachtoffer 2] alsmede in de in de woning van verdachte aangetroffen bescheiden.

Gelet op het voorgaande verwerpt het hof de verweren van de raadsman.

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder 2, overweegt het hof dat voor bewezenverklaring van dit feit geen dwangmiddelen zijn vereist2. [slachtoffer 2] is voorgehouden dat zij in een restaurant in Nederland zou gaan werken, terwijl [medeverdachte] heeft verklaard dat het werkelijke plan was van verdachte en zijn medeverdachten was om [slachtoffer 2] in de prostitutie te brengen, zoals met haar medepassagier [slachtoffer 1] is gebeurd. [slachtoffer 2] was echter van tevoren gewaarschuwd en uit het feit dat zij geen vragen mocht stellen over het doel van haar reis, heeft zij op goede gronden kunnen concluderen dat zij zou worden uitgebuit. Dat het plan om haar in de prostitutie te brengen uiteindelijk niet is voltooid, omdat [slachtoffer 2] onderweg uit de auto is ontsnapt, is anders dan de raadsman heeft betoogd, niet relevant voor bewezenverklaring van dit feit, nu verdachte en zijn medeverdachten wel het oogmerk hadden om haar in de prostitutie te brengen3.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 20 maart 2006 in Nederland, en in Litouwen en in Polen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

A (sub 2)

[slachtoffer 1] (geboren op [1989]) heeft geworven en vervoerd en overgebracht en gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1], terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en

B (sub3)

[slachtoffer 1] (geboren op [1989]) heeft aangeworven en medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en

C (sub 5)

[slachtoffer 1] (geboren op [1989]) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt en

D (sub 8)

Opzettelijk voordeel hebben getrokken uit seksuele handelingen van [slachtoffer 1] (geboren [1989]) met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

immers hebben hij en/of zijn medeverdachte(n)

- die [slachtoffer 1] voorgesteld om mee te gaan naar Nederland en

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat die [slachtoffer 1] in een bar/restaurant kon werken en

- aan de ouders van die [slachtoffer 1] geld gegeven en

- die [slachtoffer 1] met de auto naar Nederland vervoerd en (over)gebracht en gereden en

- die [slachtoffer 1] gehuisvest en opgenomen in zijn, verdachtes, woning ([adres] te [plaats]) en

- die [slachtoffer 1] gezegd dat die [slachtoffer 1] in de prostitutie moest gaan werken en

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat die [slachtoffer 1] niet weg mocht/zou komen, voordat die [slachtoffer 1] het geld van de reis en het verblijf en het geld dat aan de ouder(s) van die [slachtoffer 1] was gegeven terug had verdiend en

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat als die [slachtoffer 1] niet luisterde, hij die [slachtoffer 1] naar andere mensen zou sturen en

- een advertentie geplaatst en visitekaartje gemaakt en verspreid waarin escortservices werden aangeboden en

- voor die [slachtoffer 1] met klanten (telefonisch) afspraken gemaakt en

- die [slachtoffer 1] naar klanten vervoerd en gebracht en

- klanten in zijn, verdachtes, woning ontvangen en

- het geld van voornoemde klanten in ontvangst genomen en

- die [slachtoffer 1] opgedragen haar, die [slachtoffer 1], verdiende geld aan hem, verdachte af te geven en aldus

- die [slachtoffer 1] uitgebuit,

- terwijl die [slachtoffer 1] taal niet, beheerste/sprak en onbekend was in Nederland en bijna niemand kende in Nederland en

- terwijl die [slachtoffer 1] niet over haar eigen paspoort kon beschikken en

- terwijl die [slachtoffer 1] minderjarig was en voor de huisvesting en financieel van hem, verdachte, en/of zijn mededaders(s) afhankelijk was, in welke afhankelijkheidssituatie die [slachtoffer 1] zich telkens niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan (die uitbuiting) (door) hem verdachte, en/of zijn mededader(s);

2.

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 15 januari 2006 Litouwen en in Polen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

[slachtoffer 2] heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

immers hebben hij en/of zijn medeverdachte(n)

- tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat die [slachtoffer 2] in een restaurant kon werken en

- die [slachtoffer 2] met de auto vanuit Litouwen naar Polen vervoerd en (over)gebracht en gereden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

feit 1 en 2: telkens: mensenhandel in vereniging.

Strafbaarheid

Verdachte is strafbaar. Strafuitsluitingsgronden zijn niet aanwezig.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan mensenhandel gepleegd ten aanzien van twee jonge vrouwen (waarvan één minderjarig) uit Litouwen. Verdachte en zijn mededaders hebben de meisjes in hun land van herkomst een toekomst als medewerker van een horecagelegenheid voorgespiegeld. Nadat de meisjes misleid waren, heeft hij hen meegenomen in zijn auto naar Nederland. Onderweg zijn hun paspoorten ingenomen door zijn medeverdachte. In Polen is het meerderjarige meisje uit de auto gevlucht, omdat het haar duidelijk was geworden wat het daadwerkelijk doel was van hun reis naar Nederland: de prostitutie. Het minderjarige meisje kwam daar pas in Nederland achter. Zij durfde echter geen weerstand te bieden aan verdachte en zijn medeverdachten, omdat zij afhankelijk was geworden van hen omdat zij haar vertelden dat zij haar reis en verblijf eerst moest terugbetalen. Vervolgens heeft zij onder controle van verdachte en zijn medeverdachten meerdere weken in Nederland als prostituee gewerkt, waarbij al het verdiende geld is ingenomen door verdachte.

Door aldus te handelen heeft verdachte op mensonterende wijze misbruik gemaakt van een jong meisje dat in een vreemd land seksuele handelingen met derden diende te ondergaan.

Het hof is van oordeel dat de in eerste aanleg opgelegde straf en de door de advocaat-generaal in hoger beroep gevorderde straf geen recht doen aan de ernst van deze feiten.

Voor het misdrijf mensenhandel bestaan voor de rechtspraak geen specifieke oriëntatiepunten ten behoeve van de bepaling van de strafmaat. Nu echter sprake is geweest van veelvuldige afgedwongen seksuele handelingen die het minderjarige slachtoffer voor het financieel gewin van verdachte moest ondergaan en in aanmerking genomen dat het oriëntatiepunt voor de strafmaat voor een eenmalige verkrachting 24 maanden gevangenisstraf is, dient naar het oordeel van het hof een zwaardere gevangenisstraf opgelegd te worden dan de opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Het hof is van oordeel dat, mede in aanmerking genomen de na het vonnis van de rechtbank gewijzigde regeling omtrent de voorwaardelijke invrijheidsstelling, in beginsel een gevangenisstraf van 36 maanden dient te worden opgelegd. Nu in hoger beroep echter sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, zal het hof de korting voor een overschrijding van de redelijke termijn toepassen. Het hof ziet geen enkele aanleiding om aan verdachte een deel van die gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

Het hof zal verdachte daarom veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden.

Voorlopige hechtenis

De advocaat-generaal heeft de opheffing van het (geschorste) bevel voorlopige hechtenis gevorderd. Het hof zal de advocaat-generaal daarin niet volgen. Bij afzonderlijk geminuteerde beslissing heeft het hof de gevangenneming van verdachte gelast, om redenen als genoemd in die afzonderlijke beslissing.

Inbeslaggenomen voorwerpen

Onder verdachte zijn diverse bankpassen aangetroffen, die niet aan hem toebehoren.

Omdat het belang van strafvordering zich hiertegen niet verzet, gelast het hof dat deze voorwerpen worden teruggeven aan de rechthebbenden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 5, 57 en 273a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van de bewezen verklaarde feiten.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van tweeëndertig maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan rechthebbende van:

2 bankpassen Rabobank 1 bankpas ABN AMRO.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. L.T. Wemes, voorzitter, mr. G. Dam en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier.

1 Zie de verklaring van [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris op 3 september 2010,

2 Zie HR 6 juli 1999, NJ 1999,701.

3 Zie HR 19 september 2006, NJ 2006, 525.