Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP5194

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
21-02-2011
Datum publicatie
21-02-2011
Zaaknummer
24-002274-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezen verklaard is overtreding van de rijbewijsplicht van artikel 107 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994.

Opgelegd is een geldboete van € 100,-, subsidiair 2 dagen vervangende jeugddetentie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 24-002274-10

parketnummer eerste aanleg: 07-580857-09

Arrest van 21 februari 2011 van het gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 augustus 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1992] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De kantonrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het hierboven genoemde vonnis wegens een overtreding veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een geldboete van € 100,- subsidiair twee dagen vervangende jeuddetentie.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 08 januari 2009 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, het [straat], zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 8 januari 2009 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) heeft gereden op de weg, het [straat], zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op de overtreding:

overtreding van artikel 107 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht de verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het rijden op een bromfiets zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs. De verdachte heeft daarmee de rijbewijsplicht met voeten getreden, welke plicht strekt tot bescherming van de veiligheid op de weg en in het verkeer.

Uit het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 december 2010 is gebleken dat de verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van het plegen van enig verkeersfeit. Dit pleit in het voordeel van de verdachte.

Het hof heeft voorts rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gekomen.

Het hof is - met de advocaat-generaal - van oordeel dat de gevorderde geldboete in het geval van de verdachte recht doet aan de ernst van het bewezen verklaarde feit.

Daarbij heeft het hof rekening gehouden met de (beperkte) financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken, alsmede met de omstandigheid dat het ruim twee jaren is geleden dat het strafbare feit is gepleegd.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 77a, 77g, 77h en 77l van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 107 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waartegen het beroep is gericht, en opnieuw recht doende:

verklaart het aan de verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en de verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte [verdachte] tot een geldboete van honderd euro;

beveelt dat vervangende jeugddetentie voor de duur van twee dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling, noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van H. Kingma als griffier. Mr. Wiarda is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

-