Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP5056

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
07-02-2011
Datum publicatie
18-02-2011
Zaaknummer
ISD P10/0389
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders bevolen dient te worden omdat betrokkene de bij vonnis gestelde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Daarbij zal moeten worden bezien of het niet ten uitvoerleggen van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel naar verwachting zal leiden tot onveiligheid, ernstige (drugs)overlast en verloedering van het publiek domein.

Naar het oordeel van het hof vordert de beoogde strekking van de ISD-maatregel – te weten beveiliging van de maatschappij en het tegengaan van overlast – thans niet dat de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde maatregel alsnog wordt bevolen. De daartoe strekkende vordering van de officier van justitie zal derhalve worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ISD P10/0389

Beslissing d.d. 7 februari 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[Betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 9 augustus 2010, inhoudende het bevel dat de bij vonnis van 14 juli 2008 voorwaardelijk opgelegde maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het uittreksel uit de justitiële documentatie, betreffende betrokkene, gedateerd 24 januari 2011;

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van hoger beroep van de betrokkene d.d. 12 augustus 2010;

- het advies van D. Snelders, reclasseringswerker van Novadic-Kentron te Helmond, gedateerd 5 januari 2011;

- een brief van betrokkene, gedateerd 21 januari 2011, ter zitting aan het hof overgelegd.

Het hof heeft ter terechtzitting van 24 januari 2011 gehoord de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr N.A.F. van den Heuvel, advocaat te Helmond, en de advocaat-generaal, mr J.W. Rijkers.

Overwegingen:

Het advies van de reclassering

Uit het reclasseringsadvies van Novadic-Kentron te Helmond, gedateerd 20 juli 2010, blijkt dat betrokkene in de periode september tot en met november 2009 zesmaal niet controleerbare urine heeft ingeleverd. Tevens heeft hij twee urinecontroles gemist. In overleg met de officier van justitie is besloten betrokkene nog een kans te geven wanneer betrokkene zuchtremmende medicatie zou innemen en geen urinecontrole meer zou missen. Deze afspraken is betrokkene niet nagekomen waarna in februari 2010 het toezicht negatief retour is gezonden. Door Novadic-Kentron te Helmond is in voormeld rapport aan de rechtbank geadviseerd om de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel te bevelen.

Uit het advies van Novadic-Kentron te Helmond, gedateerd 5 januari 2011 blijkt dat betrokkene zich de laatste periode heeft gehouden aan de meldplichtafspraken met betrekking tot een nieuw toezicht dat is uitgesproken op 13 oktober 2010 (parketnummer 01.825477-10). De situatie met betrekking tot het middelengebruik van betrokkene is weinig stabiel.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel gerechtvaardigd is, omdat betrokkene zich niet aan essentiële afspraken en voorwaarden heeft gehouden. Recent is bij betrokkene een terugval in zijn gedrag waargenomen, hetgeen voldoende reden oplevert om de tenuitvoerlegging te vorderen.

Het standpunt van de betrokkene en zijn raadsman

Betrokkene heeft bezwaren tegen de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel. Gedurende een periode van ongeveer twee jaar heeft de betrokkene geen strafbare feiten gepleegd. Eerst 13 oktober 2010 is hij veroordeeld voor het aanwezig hebben van heroïne en een vernieling. Bij een politieactie tegen zijn dealer is betrokkene aangehouden nadat hij heroïne voor eigen gebruik had gehaald. De vernieling betreft de vernieling uit frustratie en onmacht van een ruitje op het politiebureau direct na zijn aanhouding. Betrokkene heeft zijn heroïnegebruik teruggebracht naar aanvaardbare proporties en heeft het gebruik vrij goed onder controle. Het gebruik is gelegen in psychische problemen. Die problemen overziet hij soms niet meer, waarop hij overgaat tot drugsgebruik. ISD is gericht op verslavingsproblematiek, terwijl de oorzaak bij betrokkene is gelegen in psychische problemen. Betrokkene heeft een vriendin, een vaste verblijfplaats en hij is op zoek naar werk. Indien de ISD-maatregel tenuitvoer wordt gelegd, verliest betrokkene alles. Verzocht wordt de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.

Het oordeel van het hof

Het hof dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders bevolen dient te worden omdat betrokkene de bij vonnis gestelde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Daarbij zal moeten worden bezien of het niet ten uitvoerleggen van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel naar verwachting zal leiden tot onveiligheid, ernstige (drugs)overlast en verloedering van het publiek domein.

Uit de adviezen van Novadic-Kentron van 20 juli 2010 en 5 januari 2011 blijkt dat betrokkene de bijzondere voorwaarden verbonden aan de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel niet is nagekomen. Desgevraagd geeft de betrokkene aan dat hij slechts een enkele keer heroïne heeft gebruikt. Het rapport van Novadic-Kentron bevat echter aanwijzingen dat betrokkene meer gebruikt dan hij heeft toegegeven.

Daar staat tegenover dat uit het advies van 20 juli 2010 blijkt dat de betrokkene zich eerst gedurende een aanmerkelijke periode wel aan de bijzondere voorwaarden heeft gehouden. Voorts is niet gebleken dat betrokkene overlast heeft bezorgd. Betrokkene is wel veroordeeld voor het aanwezig hebben van heroïne en voor een vernieling naar aanleiding van zijn aanhouding, maar niet is gebleken dat betrokkene door zijn drugsgebruik in de maatschappij overlast heeft veroorzaakt of strafbare feiten heeft gepleegd om in zijn drugsgebruik te kunnen voorzien.

Gelet hierop vordert naar het oordeel van het hof de beoogde strekking van de ISD-maatregel – te weten beveiliging van de maatschappij en het tegengaan van overlast – thans niet dat de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde maatregel alsnog wordt bevolen. De daartoe strekkende vordering van de officier van justitie zal derhalve worden afgewezen.

De beslissing, waarvan beroep

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, omdat het tot een andere beslissing komt.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 9 augustus 2010 met betrekking tot betrokkene [betrokkene].

Wijst af de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie in het arrondissement ’s-Hertogenbosch van 22 juni 2010 strekkende tot tenuitvoerlegging van de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, ten aanzien waarvan bevel was gegeven dat deze voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd.

Aldus gedaan door

mr Y.A.J.M. van Kuijck als voorzitter,

mr J.M.J. Denie en mr. T.M.L. Wolters als raadsheren,

en prof. dr. J. Schudel en dr. A. Verheugt als raden,

in tegenwoordigheid van mr R. Salet als griffier,

en op 7 februari 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.