Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP3992

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
24-01-2011
Datum publicatie
11-02-2011
Zaaknummer
P10/0344
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

1. Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het ontbreken van de handtekening van de officier van justitie op de vordering, ingekomen ter griffie op 27 augustus 2010, niet afdoet aan de geldigheid van de vordering. Het verzoek van de raadsman om aan het ontbreken van de handtekening een strafprocessuele consequentie te verbinden wordt afgewezen, alleen al vanwege het feit dat niet gebleken is dat door het ontbreken van de handtekening de terbeschikkinggestelde ook maar enig moment in onzekerheid heeft verkeerd over het feit dat de officier van justitie, na afwijzing van de longstay aanvraag van de kliniek in juni 2010, wederom de verlenging van de terbeschikkingstelling zou gaan vorderen

2. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van twee jaar. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, echter met verbetering van voormelde grond met betrekking tot de geldigheid van de vordering, ingekomen ter griffie op 27 augustus 2010, en met aanvulling van een grond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P10/0344

Beslissing d.d. 24 januari 2011

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[Betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Arnhem van 22 oktober 2010, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van hoger beroep van de terbeschikkinggestelde d.d. 22 oktober 2010;

- de aanvullende informatie van [verblijfplaats] van 13 december 2010 met als bijlagen de wettelijke aantekeningen van het eerste, tweede en derde kwartaal van 2010.

Het hof heeft ter terechtzitting van 10 januari 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde bijgestaan door zijn raadsman mr S.O. Roosjen, advocaat te Drachten, en de advocaat-generaal, mr Y. Vermin.

Overwegingen:

Het standpunt van het openbaar ministerie

Er is sprake van een impasse bij de behandeling van de terbeschikkinggestelde. Beëindiging van de TBS-maatregel is echter niet aan de orde, nu er sprake is van een onverminderd hoog recidiverisico. Er dient een nieuwe poging te worden gedaan om de terbeschikkinggestelde te behandelen en de resocialisatie op te pakken. Niet kan worden verwacht dat dit binnen twee jaar kan worden afgerond. De advocaat-generaal vordert derhalve verlenging van de TBS-maatregel met een termijn van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

Op de verlengingsvordering ontbrak een handtekening van de officier van justitie. Dit verzuim is later hersteld door het indienen van een nieuwe vordering, maar deze vordering was te laat ingediend. Daardoor is de terbeschikkinggestelde in zijn belangen geschaad. Dit dient te worden gecompenseerd door de TBS-maatregel te verlengen met één jaar in plaats van twee jaar.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de terbeschikkinggestelde niet wordt behandeld en dat de kliniek hem niet overplaatst. De TBS-maatregel dient ook te worden verlengd met één jaar in plaats van twee jaar om daarmee een signaal af te geven aan de kliniek dat de overplaatsing op korte termijn dient te worden gerealiseerd.

Het oordeel van het hof

Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het ontbreken van de handtekening van de officier van justitie op de vordering, ingekomen ter griffie op 27 augustus 2010, niet afdoet aan de geldigheid van de vordering. Het verzoek van de raadsman om aan het ontbreken van de handtekening een strafprocessuele consequentie te verbinden wordt afgewezen, alleen al vanwege het feit dat niet gebleken is dat door het ontbreken van de handtekening de terbeschikkinggestelde ook maar enig moment in onzekerheid heeft verkeerd over het feit dat de officier van justitie, na afwijzing van de longstay aanvraag van de kliniek in juni 2010, wederom de verlenging van de terbeschikkingstelling zou gaan vorderen

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van twee jaar. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, echter met verbetering van voormelde grond met betrekking tot de geldigheid van de vordering, ingekomen ter griffie op 27 augustus 2010, en met aanvulling van de volgende grond.

Blijkens het verlengingsadvies van de kliniek en de verklaring van de deskundige Van der Vlist ter zitting van de rechtbank is de behandeling vast gelopen door gebrek aan medewerking van de terbeschikkinggestelde. De kliniek zag geen andere mogelijkheid meer dan plaatsing op een longstay voorziening aan te vragen. Deze aanvraag is echter afgewezen omdat er volgens de MD-rapporteurs in hun rapporten van november 2009 nog mogelijkheden voor behandeling en resocialisatie gezien werden. Mede gegeven het feit dat de tbs-maatregel is ingegaan op 30 september 2002 en het feit dat twee eerdere behandelingen niet tot het gewenste resultaat hebben geleid, acht het hof het van groot belang dat de beoogde overplaatsing van de terbeschikkinggestelde naar een andere kliniek thans met grote voortvarendheid wordt bewerkstelligd. Het hof verzoekt de advocaat-generaal daarop de aandacht te vestigen bij de kliniek.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, ziet het hof in de wens dat de overplaatsing met spoed plaats vindt geen aanleiding een extra signaal af te geven door de verlenging te beperken tot één jaar.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt met verbetering en aanvulling van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Arnhem van 22 oktober 2010 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [betrokkene].

Verzoekt de advocaat-generaal bij de kliniek de aandacht te vestigen op het belang van een spoedige overplaatsing van de terbeschikkinggestelde naar een andere kliniek.

Aldus gedaan door

mr J.M.J. Denie als voorzitter,

mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr. T.M.L. Wolters als raadsheren,

en drs. E. Harmsen en drs. M. van Weers als raden,

in tegenwoordigheid van mr R. Salet als griffier,

en op 24 januari 2011 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.