Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP2271

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
27-01-2011
Datum publicatie
27-01-2011
Zaaknummer
24-000290-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake belediging van twee politiefunctionarissen in functie en wederspannigheid veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000290-10

Parketnummer eerste aanleg: 07-082713-09

Arrest van 27 januari 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 15 januari 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1986] te [geboorteplaats],

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. R.P.A. Kint, advocaat te Almere.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie weken.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 18 september 2009 in de gemeente [gemeente], toen een aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1], hoofdagent bij de regiopolitie Flevoland en/of [verbalisant 2], hoofdagent bij de regiopolitie Flevoland verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit (belediging van een ambtenaar in functie), had(den) aangehouden en had(den) vastgegrepen, althans vast had(den), teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen genoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn of hun bediening, heeft verzet terwijl die ambtena(a)r(en) verdachte's polsen vasthad(den) / vasthield(en) hij, verdachte, die met opzet en kracht trachtte los te trekken en/of door te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden;

2.

hij op of omstreeks 18 september 2009 in de gemeente [gemeente] opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten, [verbalisant 1] (hoofdagent bij de regiopolitie Flevoland) en/of [verbalisant 2] (hoofdagent bij de regiopolitie Flevoland), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, belast met noodhulpserveillance en in uniform gekleed in diens/dier tegenwoordigheid mondeling (meermalen) heeft toegevoegd de woorden "kankerstakkers" en/of "jullie zijn kanker stakkers" en/of "je moeder op de zeedijk" en/of "jullie moeder op de zeedijk is een hoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 18 september 2009 in de gemeente [gemeente], toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren, te weten [verbalisant 1], hoofdagent bij de regiopolitie Flevoland en [verbalisant 2], hoofdagent bij de regiopolitie Flevoland verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit (belediging van een ambtenaar in functie), hadden aangehouden en hadden vastgegrepen teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen genoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet terwijl die ambtenaren verdachte's polsen vasthadden, hij, verdachte, die met opzet en kracht trachtte los te trekken en door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden;

2.

hij op 18 september 2009 in de gemeente [gemeente] opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten, [verbalisant 1], hoofdagent bij de regiopolitie Flevoland en [verbalisant 2], hoofdagent bij de regiopolitie Flevoland, gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, belast met noodhulpserveillance en in uniform gekleed in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "kankerstakkers" en "jullie zijn kankerstakkers" en "je moeder op de Zeedijk" en "jullie moeder op de Zeedijk is een hoer".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

wederspannigheid;

2.

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Op 18 september 2009 worden verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] opgeroepen om naar de [straat] in [plaats] te gaan, alwaar een vechtpartij gaande zou zijn.

Aldaar aangekomen treffen zij een onrustig straatbeeld en zien zij ondermeer twee mannen die erg luidruchtig zijn. Een van deze mannen, verdachte, roept vervolgens in de richting van verbalisant [verbalisant 2]: "kankerstakker". [verbalisant 2] loopt naar verdachte toe om hem aan te spreken en hem aan te sporen weg te gaan. Dan roept verdachte naar verbalisant de [verbalisant 2]: "kankerstakker" en " je moeder op de Zeedijk".

Verdachte wordt vervolgens op verdenking van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht aangehouden en verbalisanten willen hem overbrengen naar het politiebureau. Verdachte verzet zich hevig bij zijn aanhouding door te schoppen en zich los te rukken en te trekken. Verdachte roept dan tegen de verbalisanten: "jullie zijn kankerstakkers" en "jullie moeder op de Zeedijk is een hoer". Voorts blijkt als omstandigheid uit het dossier dat verdachte zich - na overbrenging naar het politiebureau - nog recalcitrant heeft gedragen en zich tijdens de insluitingsfouillering nog heeft verzet.

De verdachte heeft door zijn handelen blijk gegeven van een gebrek aan respect jegens deze politieambtenaren, heeft het gezag van de politie ondermijnd en de agenten in hun eer en goede naam aangetast. Het hof acht het handelen van verdachte zeer verwerpelijk.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 8 november 2010, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Op grond van het vorenstaande acht het hof de oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde straf en de in eerste aanleg opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, passend en geboden. Voor oplegging van een andere, lichtere strafmodaliteit zoals door de raadsman is verzocht, ziet het hof - gelet op de ernst van de feiten - geen ruimte.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 63, 180, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van drie weken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. H.K. Elzinga, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier.

Mr. Elzinga is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.