Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP1540

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-01-2011
Datum publicatie
20-01-2011
Zaaknummer
24-001021-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt ter zake van overtreding van de Opiumwet, gekwalificeerde diefstal, opzetheling en schuldheling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Hierbij stelt het hof de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich onder toezicht van de reclassering stelt. Verdachte wordt daarnaast veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001021-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-481150-07

Arrest van 20 januari 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 31 maart 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.A. van der Lem, advocaat te Deventer.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot straffen, heeft maatregelen opgelegd en op de vordering van de Officier van Justitie met betrekking tot de inbeslaggenomen goederen en de vorderingen van de benadeelde partijen beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van de onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 subsidiair ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, alsmede tot een werkstraf voor de duur van 135 uren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij [bedrijf] zal toewijzen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel, en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk zal verklaren. Ten slotte dient het inbeslaggenomen motorblok (merk Suzuki) aan de rechthebbende [benadeelde] te worden teruggegeven, aldus de advocaat-generaal.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 november 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in of bij een pand aan de [adres]) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 21, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 november 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan energiebedrijf [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel;

3.

hij in of omstreeks de periode van 09 april 2007 tot en met 10 april 2007 in de gemeente [gemeente 2], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een motorfiets (Suzuki GSX-R 750, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 09 april 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], in elk geval in Nederland, een motorframe (nummer [nummer]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat motorframe wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 09 april 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], in elk geval in Nederland, een motorframe (nummer [nummer]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat motorframe redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij op of omstreeks 25 juli 2007 in de gemeente [gemeente 1], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (Sym, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], in elk geval in Nederland, een bromfiets (Sym, kenteken [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die bromfiets wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], in elk geval in Nederland, een bromfiets (Sym, kenteken [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die bromfiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

5.

hij in of omstreeks de periode van 05 november 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een motorfiets (Kawasaki, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 05 november 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], in elk geval in Nederland, een motorframe (nummer [nummer]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat motorframe wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 05 november 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], in elk geval in Nederland, een motorframe (nummer [nummer]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat motorframe redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Vrijspraak

Het hof acht niet bewezen hetgeen onder 3 primair, 4 primair, 5 primair en subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 subsidiair,

4 subsidiair en 5 meer subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1

hij in de periode van 01 november 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk heeft geteeld in of bij een pand aan de [adres] in totaal 21 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2

hij in de periode van 01 november 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan energiebedrijf Essent, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

3 subsidiair

hij in de periode van 09 april 2007 tot en met 11 december 2007 in Nederland, een motorframe (nummer [nummer]) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van dat motorframe wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4 subsidiair

hij in de periode van 25 juli 2007 tot en met 11 december 2007 in de gemeente [gemeente 1], een bromfiets (Sym, kenteken [kenteken]) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van die bromfiets wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5 meer subsidiair

hij in de periode van 05 november 2007 tot en met 11 december 2007 in Nederland, een motorframe (nummer [nummer]) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van dat motorframe redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld 1, 2, 3 subsidiair,

4 subsidiair en 5 meer subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

2

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

3 subsidiair en 4 subsidiair, telkens

opzetheling;

5 meer subsidiair

schuldheling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een periode van ongeveer 8 maanden schuldig gemaakt aan een vijftal strafbare feiten. Naast het telen van hennep en het in dat kader illegaal aftappen van elektriciteit, heeft hij zich tweemaal schuldig gemaakt aan opzetheling door een motorframe (merk Suzuki) en een bromfiets te verwerven, terwijl hij wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof. Voorts heeft hij in de periode van 5 november 2007 tot en met 11 december 2007 een motorframe van het merk Kawasaki verworven, waarvan hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Met betrekking tot dit frame heeft verdachte zich aldus schuldig gemaakt aan schuldheling. Door voornoemd handelen heeft verdachte telkens bijgedragen aan het in standhouden van een afzetmarkt voor gestolen motoren en bromfietsen, met alle nadelen van dien voor de rechtmatige eigenaren.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 26 november 2010, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van (andersoortige) strafbare feiten. Hoewel hem in dat kader diverse straffen zijn opgelegd, waaronder gevangenisstraf, heeft dit verdachte er niet van kunnen weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Het hof heeft voorts de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gekomen, in aanmerking genomen. Verdachte lijkt zijn leven goed op orde te hebben. Zo heeft hij sinds november 2010 een voltijd baan en volgt hij daarnaast de opleiding Industriële Lakverwerking. Verdachte woont samen met zijn vriendin, met wie hij in 2009 een kind heeft gekregen. De schulden van verdachte, ter hoogte van ongeveer € 3000,-, heeft hij met behulp van de Kerninstelling Integraal Jongerenwerk en Jeugdzorg in kaart gebracht en worden door hem maandelijks afbetaald.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof de door de politierechter opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar, en - anders dan de advocaat-generaal - de werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, een passende en noodzakelijke bestraffing. Nu de berechting in hoger beroep echter niet heeft plaatsgevonden binnen 2 jaar - er is namelijk sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer 9 maanden - zal het hof op voormelde werkstraf 20 uren in mindering brengen. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient tevens als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten. Het hof stelt hierbij de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich onder toezicht van de reclassering stelt. De reclassering kan hem de nodige hulp en steun bieden bij het voorkomen van recidive.

Benadeelde partij [bedrijf]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij [bedrijf] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering (ter terechtzitting in eerste aanleg gesteld op een bedrag van € 525,-) geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Vast staat dat de benadeelde partij als direct gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde feit schade heeft geleden. Het hof zal de vordering ten bedrage van € 525,-, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel toewijzen, nu deze niet is bestreden en deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Aangezien verdachte jegens voornoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal het hof voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, tevens toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Benadeelde partij [benadeelde]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg deels is toegewezen. De benadeelde partij heeft zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw gevoegd.

Ten aanzien van verdachte is onder 3 subsidiair bewezen verklaard dat verdachte zich ten aanzien van een aan [benadeelde] toebehorend motorframe - afkomstig van diens gestolen motor- , schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. De vordering van [benadeelde] ziet op zijn gestolen motor (ter waarde van € 2500,-), een wielslot op die motor (ter waarde van € 90,-) en - ter vervanging van de motor - de aankoop van een auto (ter waarde van € 900,-). Het hof is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij geen betrekking heeft op schade die rechtstreeks is toegebracht door het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde feit.

Gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Beslag

Het hof beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen motorblok van het merk Suzuki (nr. [nummer]) aan de rechthebbende, te weten [benadeelde].

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op artikel 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 310, 311, 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 3 primair, 4 primair, 5 primair en 5 subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte 1, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 meer subsidiair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld 1, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 meer subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één maand;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderd uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [bedrijf] te Zwolle, tot een bedrag van vijfhonderdvijfentwintig euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 november 2007 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij [bedrijf] gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van vijfhonderdvijfentwintig euro, vermeerderd met de wettelijke rente van 1 november 2007 tot aan de dag van algehele voldoening, ten behoeve van [bedrijf] te Zwolle;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde], wonende te [woonplaats] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde], wonende te [woonplaats], in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil;

gelast de teruggave aan [benadeelde] van:

- Motorblok, merk Suzuki (nummer [nummer]).

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. W. Foppen en mr. H. Heins, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier, zijnde mr. P. Koolschijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.