Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2011:BP1186

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-01-2011
Datum publicatie
19-01-2011
Zaaknummer
24-000705-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezen verklaard is schuldheling.

Opgelegd is tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van vijftig uren, met het bevel dat, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van vijfentwintig dagen zal worden toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 24-000705-10

parketnummer eerste aanleg: 07-460499-09

Arrest van 18 januari 2011 van het gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 4 maart 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1970] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde preventief gedetineerd in het Huis van Bewaring Zwolle te Zwolle,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het hierboven genoemde vonnis vrijgesproken ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde en heeft de verdachte ter zake van de onder 1 subsidiair, 2 meer subsidiair en 3 primair bewezen verklaarde misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal vrijspreken ter zake van het onder 1, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde en hem ter zake van het onder 2 meer subsidiair en 3 primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, met aftrek van de tijd die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij geheel zal toewijzen en daarbij de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de eerste rechter.

Reeds daarom zal het vonnis worden vernietigd en opnieuw recht worden gedaan.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg - ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 07 juli 2008 te [plaats 1], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf het bedrijfsterrein van autobedrijf [bedrijf], op of aan de [adres] een personenauto, merk Citroën, type XM, kleur zwart heeft weggenomen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

althans, voor zover (ter zake van) het vorenstaande onder primair geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair ter zake dat hij op of omstreeks 7 juli 2008 in de gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland, een personenauto, merk Citroën, type XM, kleur zwart heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van genoemde personenauto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij in of omstreeks de periode van 20 juni 2008 tot 22 juni 2008 te [plaats 2], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (schuur) op of aan de [adres], een aanhangwagen/boottrailer en/of een (roei)boot en/of meerdere buitenboordmotoren (Johnson 6 pk en/of een Tomos 4 pk en/of Yamaha 9.9 pk en/of een of meer (ketting)zaagmachines en/of enig handgereedschap en/of meerdere boormachines en/of een schaafmachine en/of schuurmachine en/of een zaag heeft weggenomen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 21 juni 2008 te [plaats 2], gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een aanhangwagen/boottrailer en/of een (roei)boot en/of meerdere buitenboordmotoren (Johnson 6 pk en/of een Tomos 4 pk en/of Yamaha 9.9 pk en/of een of meer (ketting)zaagmachines en/of enig handgereedschap en/of meerdere boormachines en/of een schaafmachine en/of schuurmachine en/of een zaag heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 21 juni 2008 te [plaats 2], gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een aanhangwagen/boottrailer en/of een (roei)boot en/of meerdere buitenboordmotoren (Johnson 6 pk en/of een Tomos 4 pk en/of Yamaha 9.9 pk) en/of een of meer (ketting)zaagmachines en/of enig handgereedschap en/of meerdere boormachines en/of een schaafmachine en/of schuurmachine en/of een zaag heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde goederen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op of omstreeks 11 november 2008 te [plaats 3], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een zitgrasmaaier, merk Husqvarna, type LT151, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 20], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 november 2008 te [plaats 3], gemeente [gemeente],, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een zitgrasmaaier, merk Husqvarna, type LT151 heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die zitgrasmaaier wist(en) dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Vrijspraak ter zake van het onder 1, 2 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde

Het hof acht - evenals de advocaat-generaal en de verdachte en diens raadsman - niet bewezen hetgeen onder 1, 2 primair en 2 subsidiair aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Het hof acht - anders dan de advocaat-generaal - niet bewezen hetgeen onder 3 aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hiertoe dat het wettig bewijs ter zake van het onder 3 primair ten laste gelegde weliswaar aanwezig is, maar dat het overtuigend bewijs ontbreekt.

Dit laatste vanwege de stellige ontkenning van de verdachte dat hij het onder 3 primair ten laste gelegde heeft gepleegd. De verdachte heeft gesteld dat hij op 11 november 2008 weliswaar een zitgrasmaaier heeft vervoerd, maar dat dit niet de Husqvarna zitgrasmaaier van [slachtoffer 20] was, maar de Honda zitgrasmaaier van ene [naam] uit [plaats 4]. Deze stelling van de verdachte is niet in strijd met de bewijsmiddelen en kan - gelet op de gebrekkige, weinig specifieke wijze van herkenning van de zitgrasmaaier door [slachtoffer 20] en diens vrouw, te weten enkel vanaf een onscherpe foto-afdruk, alsmede gelet op de door de verdachte ter terechtzitting van het hof overgelegde afbeelding van een Husqvarna zitgrasmaaier - niet als onwaarschijnlijk terzijde worden gesteld.

Voorts ontbreekt met betrekking tot het onder 3 subsidiair ten laste gelegde het bewijs voor de omstandigheid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden hebben van een zitgrasmaaier wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Bewezenverklaring

Het hof acht - evenals de advocaat-generaal en de verdachte en diens raadsman - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 21 juni 2008 in Nederland een aanhangwagen/boottrailer en een roeiboot en meerdere buitenboordmotoren (Johnson 6 pk en een Tomos 4 pk en Yamaha 9.9 pk) en kettingzaagmachines en enig handgereedschap en boormachines en een schaafmachine en schuurmachine en een zaag voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van voornoemde goederen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte als voormeld onder 2 meer subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

schuldheling.

Strafbaarheid

Het hof acht de verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een vermogensdelict. Door het plegen van dit delict heeft de verdachte bijgedragen aan het instandhouden en faciliteren van het circuit van vermogenscriminaliteit.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 17 november 2010 reeds meerdere keren is veroordeeld ter zake van andersoortige vermogensdelicten. Kennelijk hebben eerdere bestraffingen ter zake van die delicten de verdachte er niet van kunnen weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan een vermogensdelict. Dit pleit niet in zijn voordeel.

Het hof heeft echter ook gelet op het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland van 21 oktober 2009. Daaruit blijkt dat de verdachte tevergeefs al talloze jaren aan het proberen is om inkomen, een baan en een woning te krijgen en moeite heeft zich staande te houden.

Een gebrek aan vaardigheden, met name een gebrek aan assertiviteit, belemmert hem in het slagen daarin, waardoor een stabiele leef-situatie hem ontbreekt. De verdachte heeft in het verleden een gedragstraining cognitieve vaardigheden, de budgetteringstraining en de sociale vaardigheidstraining gevolgd.

De verdachte lijkt thans - zo is ter terechtzitting van het hof gebleken - gemotiveerd te zijn om zijn leven een andere wending te geven, door middel van een aanmelding voor het begeleidingsprogramma van Exodus in Leiden, waar hij vanaf juni 2011, na het verstrijken van zijn huidige detentie, geplaatst kan worden.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting van het hof een voorlopig begeleidingsplan van 30 maart 2010 overgelegd dat door de Stichting Exodus Leiden is opgesteld met betrekking tot de verdachte. De raadsman heeft aangevoerd dat het in de situatie waarin de verdachte verkeert van wezenlijk belang is dat hij het Exodus-traject gaat doorlopen. In het verlengde daarvan heeft de raadsman een werkstraf van beperkte duur bepleit.

Het hof wil de huidige positieve voornemens van de verdachte ondersteunen en hem de kans bieden te bewijzen dat er sprake is van een kentering en zal derhalve de door de raadsman bepleite strafsoort opleggen, temeer omdat de verdachte bij de leden van het hof de indruk heeft gewekt serieus met zijn toekomst bezig te zijn.

Het hof is op grond van het bovenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van het door de verdachte begane strafbare feit van oordeel dat thans kan worden volstaan met de oplegging van een taakstraf, in de vorm van een werkstraf van hierna te noemen duur.

Vordering van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij inzake feit 3 zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij dient in verband met de vrijspraak van de verdachte ter zake van het feit waarop de vordering betrekking heeft niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 63 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waartegen het beroep is gericht, en opnieuw recht doende:

verklaart het aan de verdachte onder 1, 2 primair, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het aan de verdachte onder 2 meer subsidiair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en de verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 meer subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van vijftig uren, met het bevel dat, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van vijfentwintig dagen zal worden toegepast;

verstaat dat verdachte eerst een aanvang maakt met het verrichten van de werkstraf na ommekomst van zijn huidige detentie;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van H. Kingma als griffier. Mr. Keulen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.