Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BO5077

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
28-10-2010
Datum publicatie
25-11-2010
Zaaknummer
200.073.994/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen beëindiging van de schuldsarnering met 'schone lei'. Wel verlenging van de termijn met twee jaren, waarbij mede is gelet op mededeling van de bewindvoerder dat de vorige bewindvoerder zijn controlerende taak niet goed heeft uitgeoefend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 28 oktober 2010

Zaaknummer 200.073.994

HET GERECHTSHOF ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest in de zaak van

[verzo[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [verzoeker],

advocaat: mr. D.H. Sloof, kantoorhoudende te Almere.

Het geding in eerste aanleg

Bij vonnis van 16 september 2010 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, de sedert 10 juli 2007 ten aanzien van [verzoeker] van toepassing zijnde schuldsaneringsregeling beëindigd, met vaststelling dat hij toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen (onthouding 'schone lei').

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 22 september 2010, heeft [verzoeker] verzocht voornoemd vonnis te vernietigen en opnieuw beslissende te bepalen dat op hem de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing zal zijn gedurende een door het hof nader te bepalen termijn.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van 8 oktober 2010, met bijlagen, van mevrouw mr. M.C.C. Ording, namens de bewindvoerder Sociaal.nl Schuldsanering B.V.

Ter zitting van 20 oktober 2010 is de zaak behandeld. Verschenen zijn [verzoeker], bijgestaan door mr. A. Benamar (een kantoorgenoot van mr. Sloof), en mevrouw N.L. van Schijndel namens de bewindvoerder.

De beoordeling

Inleiding

1. De rechtbank heeft de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] beëindigd met onthouding van de 'schone lei' op grond van haar oordeel dat [verzoeker] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Daartoe heeft de rechtbank - kort gezegd - overwogen dat er tijdens de schuldsaneringsregeling een achterstand in de boedelafdracht van € 5.722,13 is ontstaan. Volgens de rechtbank heeft [verzoeker] erkend dat hij tot januari 2010 van zijn salaris niets heeft afgedragen aan de boedel, hoewel hij vanaf juli 2009 wel op de hoogte was van de afdrachtverplichting. Voorts is de rechtbank van oordeel dat [verzoeker] blijk geeft van een niet-saneringsgezinde houding, nu hij weigert in te stemmen met elke verlenging van de regeling ongeacht de duur van de verlenging.

2. [verzoeker] kan zich met deze beslissing niet verenigen en is hiertegen in hoger beroep gekomen.

Het oordeel

3. Uitgangspunt bij de beantwoording van de vraag of aan een schuldenaar de schone lei kan worden verleend is of deze in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en, indien er sprake is van een tekortkoming, of deze aan de schuldenaar kan worden toegerekend (artikel 354, eerste lid, van de Faillissementswet (hierna: Fw)). In geval van een toerekenbare tekortkoming, kan de rechter daarbij bepalen dat de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing blijft (artikel 354, tweede lid, Fw).

4. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is gebleken dat [verzoeker] tot en met januari 2010 nooit een boedelbijdrage heeft betaald, ook niet nadat Sociaal.nl Schuldsanering B.V. in juli 2009 tot zijn bewindvoerder is benoemd en hem toen op zijn afdrachtverplichting heeft gewezen. Vanaf februari 2010 heeft [verzoeker] maandelijks een bedrag van € 150,-- naar de boedel overgemaakt en in juli 2010 een bedrag van € 683,--. De bewindvoerder heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat de achterstand in de boedelafdracht thans (na herberekening ter zitting) € 4.534,28 bedraagt. [verzoeker] heeft ter zitting in hoger beroep erkend dat er een boedelachterstand is. Hij betwist echter dat de boedelachterstand aan hem te wijten is. Volgens [verzoeker] is de boedelachterstand ontstaan doordat zijn vorige bewindvoerder jegens hem is tekortgeschoten.

5. Het hof merkt allereerst op dat bij de toepassing van de schuldsaneringsregeling het belang van de schuldeisers voorop dient te worden gesteld. Naar het oordeel van het hof staat in de onderhavige zaak vast dat er een achterstand in de boedelafdracht van € 4.534,28 is ontstaan. [verzoeker] heeft derhalve een verplichting jegens zijn schuldeisers om zijn afdrachtverplichting jegens de boedel te voldoen en de (gehele) achterstand in de boedelafdracht in te lopen. Los van de vraag of het ontstaan van de achterstand aan de bewindvoerder te wijten is, is de achterstand naar het oordeel van het hof in elk geval tevens aan [verzoeker] te wijten. Uit de stukken blijkt namelijk dat [verzoeker] reeds in juli 2009 (na de benoeming van de nieuwe bewindvoerder) bekend was met de afdrachtverplichting, maar pas in februari 2010 voor het eerst een bedrag heeft overgemaakt naar de boedelrekening. Ook na de zitting bij de rechtbank van 23 november 2009 heeft [verzoeker] tot februari 2010 geen enkele afdracht verricht. Evenmin blijkt dat hij in die periode heeft gespaard om op een later moment ineens aan de afdrachtverplichting te kunnen voldoen.

6. Het hof is op grond van bovenstaande van oordeel dat [verzoeker] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Naar het oordeel van het hof staat tevens vast dat het (mede aan) [verzoeker] kan worden toegerekend dat deze achterstand is ontstaan. Volgens het hof zijn geen, althans onvoldoende gronden aangevoerd op grond waarvan gesteld moet worden dat de toerekenbare tekortkoming, te weten het laten ontstaan van een achterstand in de boedelafdracht, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing dient te blijven. Het hof is derhalve van oordeel dat de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] thans niet kan worden beëindigd met verlening van een 'schone lei'.

7. Ter zitting in hoger beroep heeft [verzoeker] subsidiair verzocht de termijn van de toepassing van de schuldsaneringsregeling te verlengen. De bewindvoerder heeft ter zitting in hoger beroep aangegeven dat, nu de vorige bewindvoerder zijn controlerende taak jegens [verzoeker] niet goed heeft uitgeoefend, tijdens een eventuele verlenging van de termijn van de toepassing van de schuldsaneringsregeling [verzoeker] alleen het bewindvoerdersalaris hoeft te betalen en niet het verschil tussen het inkomen en het vrij te laten bedrag. [verzoeker] kan op deze wijze zijn gehele inkomen gebruiken om de achterstand in de boedelafdracht in te lopen.

8. Gelet op het vorenstaande acht het hof termen aanwezig om de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] te verlengen met een termijn van twee jaren, derhalve tot 10 juli 2012, opdat [verzoeker] zijn achterstand in de bedoelachterstand in zijn geheel kan voldoen. Alsdan kan de rechtbank beoordelen of hem alsnog een 'schone lei' kan worden gegund.

Slotsom

9. Op grond van het voorgaande dient het vonnis waarvan beroep te worden vernietigd. Er zal opnieuw worden beslist als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

en opnieuw beslissende:

bepaalt dat de op 10 juli 2007 uitgesproken wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] van toepassing zal blijven en dat de termijn zal worden verlengd voor de duur van 2 jaren, derhalve tot 10 juli 2012.

Dit arrest is gewezen door mrs. H. de Hek, G.M. van der Meer en J.P. Evenhuis, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 28 oktober 2010 in bijzijn van de griffier.