Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BO4673

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-11-2010
Datum publicatie
22-11-2010
Zaaknummer
24-003205-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mishandeling. Verdachte wordt wegens een geslaagd beroep op noodweer ontslagen van alle rechtsvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003205-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-481025-08

Arrest van 18 november 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 7 december 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. C.A. Boeve, advocaat te Putten.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op de vordering van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een voorwaardelijke geldboete van € 250,-, met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 25 maart 2008 te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]), meermalen (met kracht) met al dan niet tot vuist gebalde hand op/tegen het hoofd/gezicht heeft geslagen/gestompt en/of tegen het lichaam van die [benadeelde] heeft geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 25 maart 2008 te [plaats] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]), met een tot vuist gebalde hand tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling.

Strafbaarheid

Van de zijde van de verdachte is ter terechtzitting van het hof een beroep gedaan op noodweer. Hiertoe heeft de raadsman - kort gezegd - aangevoerd dat het voor verdachte feitelijk onmogelijk was om zich aan de aanval van aangever [benadeelde] te onttrekken en hij derhalve geen andere mogelijkheid had dan zichzelf te verdedigen op de wijze zoals die is bewezen verklaard.

Op grond van de processtukken en het verhandelde ter zitting stelt het hof het navolgende vast. Verdachte bevond zich op 25 maart 2008 in het bargedeelte van een manege te [plaats]. Op enig moment wilde hij naar het toilet gaan. Toen hij zich op weg daarnaar toe in een smalle (door)gang bevond, met zijn rug naar een glazen wand gericht, werd hij volkomen onverwachts door aangever [benadeelde] op zijn hoofd geslagen. In (het verlengde van) die (door)gang bevond zich een aantal personen en voorts stonden daar barkrukken en een tafel met stoelen. Nadat verdachte [benadeelde] had weggeduwd, kwam deze meteen weer op verdachte af. Hierop heeft verdachte [benadeelde] met de vuist tegen het hoofd geslagen.

Uit de hiervoor beschreven gang van zaken blijkt, dat op het moment dat verdachte [benadeelde] had weggeduwd nadat hij door hem was geslagen, [benadeelde] meteen weer op hem af kwam. Het hof acht aannemelijk geworden dat verdachte [benadeelde] daarop (met de vuist) heeft geslagen ter noodzakelijke verdediging van zijn lijf tegen de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van [benadeelde]. Gelet op de feitelijke situatie ter plaatse en het zeer korte tijdsbestek waarin een en ander zich afspeelde, kon in redelijkheid niet worden gevergd dat verdachte anders handelde dan hij heeft gedaan. Het door verdachte gebruikte geweld is niet als disproportioneel aan te merken.

Nu het beroep op noodweer slaagt, zal verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Vordering benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat de vordering van de benadeelde partij in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard en dat de benadeelde partij zich binnen de grenzen van de eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd.

De benadeelde partij dient in verband met het ontslag van alle rechtsvervolging van de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte als voormeld ten laste gelegde bewezen;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H. Heins, voorzitter, mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg en mr. J.A. Wiarda, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier, zijnde mr. J.A. Wiarda buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.