Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BO4382

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
18-11-2010
Zaaknummer
24-000979-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is ter zake van overtreding van artikel 184 Sr vrijgesproken. Voorts is verdachte ter zake van lokaalvredebreuk, eenvoudige belediging van politieagenten en wederspannigheid veroordeeld tot een werkstraf van 45 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000979-10

Parketnummer eerste aanleg: 07-681004-10

Arrest van 16 november 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 2 april 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. C. Niens, advocaat te Joure.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaren en een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 08 januari 2010 in de gemeente [gemeente] wederrechtelijk vertoevende in een besloten lokaal gelegen op/aan de [adres] en in gebruik bij [bedrijf], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;

2.

hij op of omstreeks 08 januari 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.3.1.7. en/of 2.1.1.1. Algemene Plaatselijke Verordening van de Gemeente [gemeente], in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2], beiden (hoofd)agent bij de Regiopolitie IJsselland, die was/waren belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was/waren belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaren hem hadden bevolen, althans van hem hadden gevorderd dat hij (met verbalisanten) mee moest lopen en/of dat hij de toiletruimte van [bedrijf] diende te verlaten, geen gevolg gegeven aan deze bevelen of die vorderingen;

3.

hij op of omstreeks 08 januari 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4], beiden (hoofd)agent bij de Regiopolitie IJsselland, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, hen (meermalen) in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Stomme kut", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 08 januari 2010 in de gemeente [gemeente], toen (een) aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en) verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en) had(den) aangehouden en had(den) vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden.

Vrijspraak ter zake van feit 2

Aan verdachte is onder 2 ten laste gelegd dat hij opzettelijk een bevel of vordering krachtens artikel 2.3.1.7. en/of 2.1.1.1. van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente [gemeente] (hierna: APV), in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, niet heeft opgevolgd.

Het in artikel 184, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) beschreven misdrijf vereist een krachtens wettelijk voorschrift gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering. Het hof overweegt dat de artikelen 2.3.1.7. en 2.1.1.1. van de APV niet uitdrukkelijk een dergelijke bevoegdheid bevatten. Derhalve zijn deze artikelen geen "wettelijk voorschrift" in de zin van artikel 184, eerste lid, Sr.

Voorts kan ook artikel 2 van de Politiewet 1993 niet worden aangemerkt als een wettelijk voorschrift op basis waarvan vorderingen of bevelen kunnen worden gegeven, waaraan op straffe van overtreding van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht moet worden voldaan.

Gelet op het vorenstaande acht het hof niet bewezen hetgeen onder 2 aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 08 januari 2010 in de gemeente [gemeente] wederrechtelijk vertoevende in een besloten lokaal gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [bedrijf], zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;

3.

hij op 08 januari 2010 in de gemeente [gemeente] opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden (hoofd)agent bij de Regiopolitie IJsselland, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, hen meermalen in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Stomme kut";

4.

hij op 08 januari 2010 in de gemeente [gemeente], toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekte strafbare feiten hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

wederrechtelijk in het besloten lokaal vertoevende zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen;

3.

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

4.

wederspannigheid.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 8 januari 2008 schuldig gemaakt aan lokaalvredebreuk, doordat hij - nadat herhaaldelijk was gevorderd het [bedrijf] te [plaats] te verlaten - niet heeft voldaan aan die vordering. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging van politieagenten en zich vervolgens hevig verzet tegen aanhouding door de politieagenten. Verdachte heeft door zijn handelen blijk gegeven van een gebrek aan respect jegens de gebruiker(s) van het café en de politiefunctionarissen.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 14 september 2010, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Alles overwegende acht het hof de oplegging van een werkstraf van na te melden duur passend en geboden. De duur van de werkstraf valt lager uit dan die door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is geëist, nu het hof tot een andere bewezenverklaring komt. Voor de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals gevorderd door de advocaat-generaal, ziet het hof geen aanleiding.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 138, 180, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van vijfenveertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van tweeëntwintig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier.