Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BO4332

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
24-002755-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk alsmede tot een werkstraf voor de duur van 40 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002755-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-047401-09

Arrest van 16 november 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 19 oktober 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1990] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsman mr. I. Baardman, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake het haar ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren alsmede tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zij op of omstreeks 7 november 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meerdere malen, in elk geval éénmaal (met kracht) - in/op/tegen het gezicht/hoofd, in ieder geval op/tegen het lichaam heeft geslagen/gestompt en/of

- in/op/tegen het gezicht/hoofd, in ieder geval op/tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 7 november 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), in elk geval éénmaal (met kracht)

- tegen het hoofd heeft geschopt/getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Op 7 november 2008 probeert aangever [slachtoffer] twee dames, verdachte en haar toenmalige partner, die op de openbare weg in [plaats] met elkaar in gevecht zijn geraakt uit elkaar te halen. Als [slachtoffer] verdachte van haar toenmalige partner afhaalt, ontstaat er een worsteling waarbij [slachtoffer] door verdachte met geschoeide voet tegen zijn hoofd wordt geschopt/getrapt.

Verdachte heeft door aldus te handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer].

Door verdachtes gedrag is een omstander, die slechts de intentie heeft om twee vechtende personen uit elkaar te halen, zelf slachtoffer geworden van geweld.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met het verdachte betreffend uittreksel uit de justitie documentatie

d.d. 4 augustus 2010. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Het hof houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze uit het dossier en uit hetgeen door verdachte en haar raadsman ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht.

Hieruit blijkt dat zich inmiddels een positieve verandering heeft voorgedaan in het leven van verdachte. Zo heeft verdachte zich na het plegen van onderhavig feit niet opnieuw schuldig gemaakt aan het plegen van een strafbaar feit, is zij werkzaam bij [bedrijf] waar zij een jaarcontract aangeboden heeft gekregen en is zij voornemens om volgend jaar met een studie marketing en communicatie te beginnen.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf passend en geboden is. Deze wordt voorwaardelijk opgelegd om recidive in de toekomst te voorkomen. Daarnaast wordt een werkstraf opgelegd.

Voor een andere, lichtere strafmodaliteit zoals door de raadsman is verzocht ziet het hof gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan, geen aanleiding.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. F. Vellinga-Schootstra, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier. Mr. F. Vellinga-Schootstra is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.