Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BO4325

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
24-000261-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep in verband met niet terugzenden volmacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000261-10

Parketnummer eerste aanleg: 07-490224-09

Arrest van 16 november 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 november 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn hoger beroep, nu dit niet op de voorgeschreven wijze is ingesteld.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Verdachte is bij vonnis van 20 november 2009 door de politierechter in de rechtbank Zwolle bij verstek veroordeeld. Op 14 januari 2010 is de mededeling uitspraak aan verdachte in persoon uitgereikt. Aan de mededeling uitspraak is een zgn. Bijsluiter Aanwenden rechtsmiddelen gehecht, waarin onder meer staat dat verdachte bij het verlenen van een schriftelijke bijzondere volmacht tot het aanwenden van een rechtsmiddel aan de griffier dient in te stemmen met het namens hem in ontvangst nemen van de oproeping voor de zitting. Het verlenen van instemming heeft, aldus de bijsluiter, tot gevolg dat de uitspraak van de rechter op de veertiende dag na de uitspraak onherroepelijk wordt.

Verdachte heeft vervolgens een brief geschreven waarin hij kenbaar heeft gemaakt in hoger beroep te willen gaan. Deze brief is op 19 januari 2010 bij het parket in Zwolle ingekomen.

Het hof stelt vast dat de inhoud van de door verdachte verleende schriftelijke bijzondere volmacht aan de medewerker ter griffie niet voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 450, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, omdat verdachte hierin niet heeft ingestemd met het namens hem in ontvangst nemen van de oproeping door de medewerker van de griffie en niet aangeeft naar welk adres een afschrift van de oproeping moet worden gezonden.

Met betrekking tot deze eis bevat de Memorie van Toelichting op de Wet Stroomlijning hoger beroep (Kamerstukken II, 2005-2006, 30 320, nr. 3, pagina 28 en pagina 53) de navolgende passages:

"Thans acht de regering het wenselijk, in het licht van de aan procespartijen redelijkerwijs te stellen eisen, te bepalen dat de verdachte die door middel van een brief een bijzondere volmacht verleent aan de griffier van een gerecht om een rechtsmiddel aan te wenden, dat slechts op deze wijze kan doen indien hij er mee instemt dat de oproeping voor de zitting aanstonds aan de griffie van dat gerecht kan worden uitgereikt en de verdachte een afschrift van de dagvaarding per post krijgt toegezonden op het door hem aangegeven adres, in welk geval de oproeping geldt als ware zij in persoon betekend. Op deze wijze wordt ondervangen, dat de verdachte door niet in persoon ter griffie te verschijnen zich onttrekt aan de uitreiking van een oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep."

"Het is de nadrukkelijke bedoeling van het nieuwe derde lid om de praktijk van het aanwenden van hoger beroep door middel van een bijzondere schriftelijke volmacht zodanig te formaliseren dat wordt voorkomen dat het aanwenden van rechtsmiddelen geschiedt in combinatie met het zich onbereikbaar houden voor gerechtelijke mededelingen ".

Vanuit de griffie wordt verdachte driemaal een brief gestuurd naar het adres waar hij ingevolge de GBA is ingeschreven, waarin verdachte op genoemd verzuim wordt gewezen. Verdachte reageert niet op deze brieven.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat het door verdachte ingestelde beroep weliswaar tijdig, doch niet op de in artikel 450 van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven wijze is ingesteld. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. F. Vellinga-Schootstra, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier. Mr. F. Vellinga-Schootstra buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.