Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BO4323

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
16-11-2010
Datum publicatie
17-11-2010
Zaaknummer
24-002235-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak mishandeling.

Het hof heeft door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002235-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-481037-08

Arrest van 16 november 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 27 april 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1952] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.A. van der Lem, advocaat te Deventer.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake het hem ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis, waarvan 40 uren voorwaardelijk, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis, met een proeftijd van 2 jaar.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 30 november 2008 in de gemeente Deventer opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer], geboren op [1995]), met een fles op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of met een kapotte fles in het hoofd heeft gesneden/geprikt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Vrijspraak

Het hof stelt vast dat er met de verklaring van [slachtoffer] die hij tegenover de politie heeft afgelegd, de verklaring van zijn zus, [getuige] en het proces-verbaal van aanhouding voldoende wettig bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Uit de inhoud van deze bewijsmiddelen, in samenhang bezien met de verklaring die [slachtoffer] ter terechtzitting van het hof heeft afgelegd, heeft het hof niet de overtuiging heeft bekomen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. F. Vellinga-Schootstra, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier. Mr. F. Vellinga-Schootstra is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.