Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BO2647

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
02-11-2010
Datum publicatie
02-11-2010
Zaaknummer
24-003194-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is ter zake van rijden onder invloed van alcohol veroordeeld tot een werkstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-003194-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-301256-08

Arrest van 2 november 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 27 november 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1956] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

M. Zwennes, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot dezelfde straf en bijkomende straf als de politierechter aan verdachte heeft opgelegd.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zij op of omstreeks 27 mei 2008 te [plaats] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 2,37 milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

zij op 27 mei 2008 te [plaats] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 2,37 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 27 mei 2008 een personenauto bestuurd, terwijl zij verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank. Verdachtes bloedalcoholgehalte bleek bij onderzoek 2,37 ? te zijn. Door het plegen van dit feit heeft verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justiti?le Documentatie d.d. 4 augustus 2010 blijkt, dat verdachte op 10 februari 2004 onder meer ter zake van een soortgelijk feit onherroepelijk tot een deels voorwaardelijke geldboete en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid is veroordeeld. Deze straffen hebben verdachte er niet van kunnen weerhouden het hiervoor bewezen verklaarde feit te begaan.

Op grond van het vorenstaande en mede in aanmerking nemende de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten straftoemeting "Artikel 8 WVW1994 rijden onder invloed auto's en motoren", acht het hof de door de eerste rechter opgelegde werkstraf van

36 uren, subsidiair 18 dagen hechtenis, welke straf eveneens door de advocaat-generaal is gevorderd, passend en geboden. Het hof zal die straf dan ook aan verdachte opleggen.

Daarnaast zal het hof verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van 15 maanden. Deze duur is in overeenstemming met voormelde landelijk gehanteerde oriëntatiepunten straftoemeting als het gaat om het bij verdachte geconstateerde alcoholgehalte en er sprake is van recidive binnen vijf jaar na onherroepelijke veroordeling. Dat laatste is in het geval van verdachte eenmaal aan de orde. Het hof volgt dan ook de vordering van de advocaat-generaal op dit punt.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zesendertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van achttien dagen zal worden toegepast;

ontzegt aan de veroordeelde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van vijftien maanden;

beveelt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest, op de duur van de ontzegging geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. Lam?ris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. Greve en mr. Dam, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier.