Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BO2531

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
01-10-2010
Datum publicatie
01-11-2010
Zaaknummer
24-001228-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich, samen met een medeverdachte, gedurende een korte periode schuldig gemaakt aan een vijftal (woning)inbraken en één poging daartoe.

De verweren van de raadsman met betrekking tot het bewijsminimum en de betrouwbaarheid van de - jegens verdachte belastende - verklaring van een medeverdachte, worden verworpen.

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, met aftrek van de tijd die hij in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001228-10

Parketnummer eerste aanleg: 07-660022-10

Arrest van 29 oktober 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 6 mei 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1982] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in P.I. Flevoland, HvB Lelystad te Lelystad,

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. M.C. Jonge Vos, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en beslist op vorderingen van benadeelde partijen en maatregelen opgelegd, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 3] zal toewijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk zal verklaren.

Ten aanzien van de in beslag genomen goederen heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het onder 1 op de beslaglijst vermelde geldbedrag aan verdachte zal worden teruggegeven en de onder 2 en 3 van de beslaglijst vermelde voorwerpen (ring en sleutel) aan de rechthebbende [benadeelde 1].

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 6 januari 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [straat 1]) heeft weggenomen (een) lcd-televisie(s) (merk: Sony en/of Philips) en/of een muurbeugel (voor een televisie) en/of één of meer CD's en/of DVD's, en/of een laptop (merk: Hewlett Packard) en/of kleding en/of schoenen en/of (een) horloge(s) (merk: Seiko en/of Jetset) en/of één of meer cosmetica-artikelen en/of een spelcomputer (merk: Sony) en/of een videocamera (merk: Sony) en/of (een) fotocamera('s) (merk: Sony en/of Canon) en/of een navigatiesysteem (merk: Tomtom) en/of (een) telefoon(s) (merk: Nokia en/of Motorola) en/of een radio/CD-speler (merk: JVC), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 6 januari 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [straat 2]) heeft weggenomen een fotocamera (merk: Canon) en/of een navigatiesysteem (merk: Cartrek) en/of een fiets (met (paarse) fietstassen) (type: Hybride) en/of een MP3-speler en/of een (auto)sleutel en/of (een) (gouden en/of zilveren) siera(a)d(en) en/of een handsfreeset (merk: Sony-Ericsson), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 11 januari 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [straat 3]) heeft weggenomen een computerbeeldscherm (merk: LG) en/of een MP3-speler (merk: Packard Bell), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 12 januari 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [straat 4]) heeft weggenomen een televisie (flatscreen) (merk: Philips) en/of een creditcard (betreft: een VISA-card), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij op of omstreeks 15 januari 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [straat 5]) heeft weggenomen een systeemkast (merk: Micromaxx), en/of een (film)camera (met bijbehorende hoes) (merk: Fujica) en/of een (heren)fiets (merk: Gazelle) en/of een (dames)fiets (merk: Union) en/of een digitale camera (met bijbehorende tas) (merk: Panasonic) en/of een geheugenkaart (type: SD-kaart) en/of een portemonnee en/of een ID-kaart (op naam van [naam] en/of een bankpas (van de SNS-bank) en/of twee museumjaarkaarten en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) geld (bedrag 80 euro) en/of handschoenen (merk: Nike) en/of een rugtas en/of ??n of meer (gouden en/of zilveren) siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2010 tot en met 13 januari 2010 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [straat 5]) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, bij die woning aangebeld (om te verifiëren of er iemand in de woning aanwezig was) en/of (vervolgens) getracht de (voor)deur open te breken/forceren door er (met kracht) (meermalen) tegen te trappen/schoppen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Bewijsverweren

Unus testis nullus testis

De raadsman heeft zich, onder verwijzing naar artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, primair op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de onder 1, 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten wegens een gebrek aan voldoende wettig bewijs.

De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat een bewezenverklaring ten aanzien van de feiten 1, 3, en 6, - zoals door de rechtbank is aangenomen - niet enkel kan berusten op de aangifte en de belastende verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1], nu de aangifte niet redengevend kan worden geacht voor het daderschap van zijn cli?nt bij deze inbraken. Dit geldt aldus de raadsman ook voor feit 4, met dien verstande dat ook de - door de rechtbank voor het bewijs gebezigde aanvullende - verklaring van [getuige] niet redengevend kan worden geacht omtrent het daderschap van zijn cli?nt bij deze inbraak. Derhalve is, aldus de raadsman, niet voldaan aan het vereiste wettelijke bewijsminimum zoals neergelegd in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Ingevolge het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering - dat ziet op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat een verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige.

De Hoge Raad heeft bij zijn arresten van 30 juni 2009 (LJN BH3704 en BG7746) het aangescherpt criterium aangelegd dat een aangifte in voldoende mate moet worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. De vraag of aan dit bewijsminimum is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval, zo blijkt uit HR 26 januari 2010 (LJN BK2094).

Voor de beoordeling ter zake de ten laste gelegde feiten onder 1, 3 en 6 is het hof van oordeel dat de aangiftes in voldoende mate ondersteund worden door andere bewijsmiddelen. Immers, de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] bevestigen op onderdelen van de tenlastelegging de aangiftes in ondersteunende zin zodat is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. Het hof merkt hierbij op dat (ook) de huidige interpretatie van de hiervoor bedoelde bewijsminimumregel er niet aan in de weg staat dat het daderschap van de verdachte wordt aangenomen op basis van één bewijsmiddel, nu het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering op de tenlastelegging in haar geheel ziet en niet op een onderdeel daarvan.

Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten 2, 4 en 5 merkt het hof op dat de aangiftes

- naast de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] - ook nog door andere bewijsmiddelen worden ondersteund, te weten het aantreffen van de gestolen fietssleutel en ring bij verdachte (feit 2), de voor verdachte belastende verklaring van [getuige] (feit 4) en de voor verdachte belastende verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] (feit 5). Aldus is voldaan aan het wettelijke bewijsminimum.

Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Betrouwbaarheid

De raadsman heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat zijn cliënt vrijgesproken dient te worden van alle hem ten laste gelegde feiten wegens het ontbreken van overtuigend bewijs. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] als onbetrouwbaar aangemerkt moeten worden nu [medeverdachte 1] een motief zou kunnen hebben om jegens verdachte belastende verklaringen af te leggen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Van enige onbetrouwbaarheid van de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] is het hof niet gebleken en dit is evenmin aannemelijk geworden. De verklaringen zijn consistent, zeer gedetailleerd en volledig. De verklaringen vinden bovendien steun in overige bewijsmiddelen, te weten in de aangiftes, de bij verdachte aangetroffen gestolen fietssleutel en ring, de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] en de verklaring van [getuige]. Ook zijn er geen aanwijzingen dat [medeverdachte 1] de schuld op verdachte afschuift, nu zij ook zichzelf in haar verklaringen belast. Daarnaast is - in tegenstelling tot hetgeen door de raadsman is betoogd - van een motief om verdachte ten onrechte te belasten het hof niet gebleken en dit is evenmin aannemelijk geworden.

Mitsdien acht het hof de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] betrouwbaar en als zondanig bruikbaar voor het bewijs.

Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 6 januari 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [straat 1], heeft weggenomen lcd-televisies (merk: Sony en Philips) en een muurbeugel voor een televisie en CD's en DVD's, en een laptop (merk: Hewlett Packard) en kleding en schoenen en horloges (merk: Seiko en Jetset) en cosmetica-artikelen en een spelcomputer en een videocamera (merk: Sony) en fotocamera's (merk: Sony en Canon) en een navigatiesysteem (merk: Tomtom) en telefoons (merk: Nokia en Motorola), toebehorende aan [benadeelde 3], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

2.

hij op 6 januari 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [straat 2], heeft weggenomen een fotocamera (merk: Canon) en een navigatiesysteem (merk: Cartrek) en een fiets met paarse fietstassen (type: Hybride) en een MP3-speler en gouden sieraden en een handsfreeset (merk: Sony-Ericsson), toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

3.

hij op 11 januari 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [straat 3], heeft weggenomen een computerbeeldscherm (merk: LG) en een MP3-speler (merk: Packard Bell), toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

4.

hij op 12 januari 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [straat 4], heeft weggenomen een televisie, flatscreen (merk: Philips) en een creditcard (betreft: een VISA-card), toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

5.

hij op 15 januari 2010 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [straat 5], heeft weggenomen een systeemkast (merk: Micromaxx), en een filmcamera met bijbehorende hoes (merk: Fujica) en een herenfiets (merk: Gazelle) en een damesfiets (merk: Union) en een digitale camera met bijbehorende tas (merk: Panasonic) en een geheugenkaart (type: SD-kaart) en een portemonnee en een ID-kaart op naam van [naam], en een bankpas van de SNS-bank en twee museumjaarkaarten en een hoeveelheid geld (bedrag 80 euro) en handschoenen (merk: Nike) en een rugtas en gouden en zilveren sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 3], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

6.

hij in de periode van 10 januari 2010 tot en met 13 januari 2010 in de gemeente [gemeente] - ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [straat 5], weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan [benadeelde 2], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en die weg te nemen goederen en/of geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededader - tezamen en in vereniging met een ander bij die woning heeft aangebeld om te verifiëren of er iemand in de woning aanwezig was en vervolgens getracht de voordeur open te breken/forceren door er tegen te trappen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

feit 1, 2, 3, 4 en 5, telkens:

diefstal gepleegd door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 6:

poging tot diefstal gepleegd door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang van de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, samen met een medeverdachte, gedurende een korte periode schuldig gemaakt aan een vijftal (woning)inbraken en een poging daartoe.

Verdachte heeft aldus meermalen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de slachtoffers en ernstig inbreuk gemaakt op hun privacy. Het gaat hier om feiten, die schade en hinder meebrengen voor de betrokkenen. Woninginbraken veroorzaken veel onrust en overlast voor de bewoners. Verdachte heeft slechts gehandeld vanuit het oogpunt van financieel gewin en heeft er blijk van gegeven weinig respect te hebben voor het eigendomsrecht van een ander.

Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 8 september 2010, waaruit blijkt dat verdachte vele malen eerder is veroordeeld voor (woning)inbraken. Dit heeft verdachte er echter kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan.

Het hof houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze uit het dossier naar voren komen en ter terechtzitting van het hof door de raadsman van verdachte naar voren zijn gebracht.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde en door de rechter in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf van na te melden duur een passende en noodzakelijke bestraffing is. Voor een andere, lichtere straf(modaliteit) zoals door de raadsman is verzocht ziet het hof, gelet op de ernst van de feiten en verdachtes strafrechtelijke verleden, geen aanleiding.

Benadeelde partij [benadeelde 3]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft door het onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte (en zijn medeverdachte) kan worden toegerekend.

Het hof zal de vordering van € 299,98 toewijzen nu deze niet inhoudelijk van de zijde van verdachte is bestreden en deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt, in dier voege, dat indien dit bedrag door zijn mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet hierop dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 299,98 die door het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij [benadeelde 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij heeft door het onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreekse schade geleden, welke schade aan de verdachte (en zijn medeverdachte) kan worden toegerekend.

Het hof zal de vordering van € 202,00 toewijzen nu deze niet inhoudelijk van de zijde van verdachte is bestreden en deze het hof niet onredelijk of ongegrond voorkomt, in dier voege, dat indien dit bedrag door zijn mededader geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet hierop dient de verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade van € 202,00 die door het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar feit is toegebracht en het belang van het slachtoffer ermee is gediend, zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dit schadebedrag ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat deze benadeelde partij in de eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard in de vordering en dat deze benadeelde partij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd.

Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Naar het oordeel van het hof is de vordering van de benadeelde partij niet op eenvoudige wijze vast te stellen, zodat zij zich niet leent voor behandeling in het strafgeding. Gelet op het bepaalde in artikel 361, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dient de benadeelde partij in de vordering dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard, met bepaling, dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelet op het vorenstaande dient de benadeelde partij, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Teruggave in beslag genomen goederen aan de rechthebbende

Het hof beveelt de teruggave van het onder 1 op de beslaglijst vermelde geldbedrag aan de rechthebbende, te weten [slachtoffer 3].

Teruggave in beslag genomen goederen aan rechtmatige eigenaren

Het hof zal ten aanzien van de in beslag genomen goederen, te weten de goederen met de nummers 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 zoals op de beslaglijst is weergegeven, de teruggave aan de rechtmatige eigenaren gelasten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 57 en 310, 311, van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van tweeëntwintig maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

gelast de teruggave aan [slachtoffer 3] van:

het onder 1 op de beslaglijst vermelde geldbedrag van € 262,92;

gelast de teruggave aan de rechthebbenden van de op de beslaglijst vermelde voorwerpen:

2. 1.00 stk sleutel, fiets Axa 747049

3. 1.00 stk zilver, ring met steen roze, inscriptie moeilijk leesbaar, 747050

4. 1.00 stk telefoontoestel kleur: brons, Nokia, 747051

5. 3.00 stk pandbrief sieraden stadsleenbank Amsterdam

6. 1.00 stk telefoontoestel kleur: roze, Motorola, 747874

7. 1.00 stk telefoontoestel kleur: wit, Nokia, 747641

8. 1.00 stk telefoontoestel kleur: rood, Nokia express, 748038

9. 1.00 stk sleutel, kleur: rood, Trelock, 756174 R72611

10. 1.00 stk sieraad, behoort bij pandbrief, Stadsbank van lening;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 3], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweehonderdnegenennegentig euro en achtennegentig cent, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf de dag waarop de schade is ontstaan, te weten 6 januari 2010, tot aan de dag van de voldoening;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweehonderdnegenennegentig euro en achtennegentig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 3], [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweehonderdtwee euro,vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf de dag waarop de schade is ontstaan, te weten 6 januari 2010, tot aan de dag van de voldoening;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweehonderdtwee euro, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier. Mr. Rietveld is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.