Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BO2049

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-10-2010
Datum publicatie
28-10-2010
Zaaknummer
200.024.282/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij een exploit hoger beroep ingesteld in twee verschillende zaken tussen (deels) verschillende partijen, waarin de rechtbank een vonnis had gewezen. Hoger beroep ontvankelijk; de situatie van HR 9 juli 2007, LJN: BM 4088, verzoeken tot faillietverklaring,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 26 oktober 2010

Zaaknummer 200.024.282/01

HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

1. Neon Weka B.V.,

gevestigd te Duivendrecht,

2. Paradise by the Dashboardlight B.V.,

gevestigd te Duivendrecht,

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: Neon Weka c.s.,

advocaat: mr. H.P. Wellenberg, kantoorhoudende te Amsterdam,

tegen

[naam] Accountants en Belastingadviseurs B.V.,

gevestigd te Deventer,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. E. Nijhoff, kantoorhoudende te Almelo.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen uitgesproken op 16 januari 2008 en 24 december 2008 door de rechtbank Zwolle-Lelystad.

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 29 januari 2009 is door Neon Weka c.s. hoger beroep ingesteld van het vonnis d.d. 24 december 2008 met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 17 maart 2009.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 24 december 2008 tussen partijen gewezen, te vernietigen en opnieuw rechtdoende geïntimeerde niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, dan wel de vordering van geïntimeerde af te wijzen, zulks onder veroordeling van geïntimeerde tot terugbetaling van uit hoofde van het vonnis van 24 december 2008 en de daaraan voorafgaande verstekvonnissen d.d. 16 januari 2008 aan geïntimeerde betaalde bedragen en onder veroordeling van geïntimeerde van de kosten van dit geding en het geding in eerste aanleg."

Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde] verweer gevoerd met als conclusie:

"bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de Rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 24 december 2008 te bekrachtigen, alles met veroordeling van Neon Weka c.s. in de kosten van het geding in beiden instanties."

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

Neon Weka c.s. hebben twee grieven opgeworpen.

Ontvankelijkheid

1. Neon Weka c.s. hebben bij één exploot verzet ingesteld tegen het vonnis van 16 januari 2008, gewezen in de zaak met rolnummer 140234/07-1993 tussen [geïntimeerde] en Neon Weka B.V. en tegen het vonnis van 16 januari 2008, gewezen in de zaak met rolnummer 140234/07-1992 tussen Paradise by the Dashboardlight B.V., met dagvaarding van [geïntimeerde] in beide zaken tegen de zitting van 5 maart 2008. De rechtbank heeft vervolgens beide zaken tegelijk behandeld en beoordeeld zonder dat formeel voeging plaatsvond. Uit de stukken kan het hof niet opmaken of de partijen bij de behandeling van de zaak voor de rechtbank voeging van de twee zaken ter sprake hebben gebracht. De rechtbank heeft zich daar in het vonnis van 24 december 2008 niet expliciet over uitgelaten. Uit het vonnis is op te maken dat het verzet tijdig en op de juiste wijze is ingesteld. De rechtbank wijst uiteindelijk tussen partijen in beide zaken één vonnis.

2. Nu de rechtbank tussen de partijen één vonnis in verzet heeft gewezen, gaat het hof er vanuit dat de rechtbank de zaken wegens verknochtheid (stilzwijgend) heeft gevoegd; de partijen en de vorderingen houden immers een zodanig verband met elkaar dat gelijktijdige berechting door dezelfde rechter is aangewezen. Zoals in eerdere arresten van de Hoge Raad is overwogen, is het hof van oordeel dat in het onderhavige geval een goede procesorde zich er niet tegen verzet dat het hoger beroep bij één exploot is ingesteld (zie HR 7 maart 1980, LJN: AO0973). Het betreft hier immers niet een beroep waarop gewoonlijk bij afzonderlijke uitspraak wordt beslist (vgl. HR 9 juli 2007, LJN: BM4088, waar het ging om een verzoek tot faillietverklaring). Het hof concludeert dan ook dat Neon-Weka c.s. in het beroep ontvankelijk zijn.

De beoordeling

3. De rechtbank heeft in het verzetvonnis van 24 december 2008 onder 2 (2.1 tot en met 2.10) een aantal feiten als vaststaand aangemerkt. Daarover bestaat tussen partijen geen geschil, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan. Aangevuld met hetgeen in hoger beroep nog is komen vast te staan, gaat het, voor zover relevant,

om het volgende.

3.1 [geïntimeerde] drijft een accountants- en belastingadvieskantoor.

3.2 Sinds 1996 hebben [geïntimeerde] en haar rechtvoorganger [rechtsvoorganger geïntimeerde] (hierna: [rechtsvoorganger geïntimeerde]) een overeenkomst gesloten met het oog op door [rechtsvoorganger geïntimeerde] in opdracht van Neon Weka c.s. te verrichten werkzaamheden. In de overeenkomst, met dagtekening 7 februari 2000 (hierna: de overeenkomst) is onder meer het volgende opgenomen:

"(…) De werkzaamheden m.b.t. deze prijsopgave hebben betrekking op Neon Weka B.V. en op B.V. Paradise B.D.L.

De werkzaamheden bestaan uit de volgende zaken:

- Het jaarlijks samenstellen en bespreken van de jaarrekening t.a.v. bovengenoemde bedrijven in de situatie, zoals deze per heden bestaat.

- Het jaarlijks samenstellen van een geconsolideerde Balans en Verlies en Winst rekening.

- Het verzorgen van aangifte Vennootschapsbelasting.

- Het maandelijks verzorgen van de salarisadministratie voor 8 personeelsleden in vaste dienst, waaronder de directeur.

- Het maandelijks verzorgen van aangiften loonbelasting.

- Het verzorgen van het jaarwerk salarissen voor de belastingdienst.

- Het verzorgen c.q. controleren van de suppletie btw ten behoeve van de jaarrekening en de belastingdienst.

- Het verzorgen van de aangifte IB van de heer [naam]

- Het verzorgen van de aangifte IB van mevrouw [naam]

Alle hierboven genoemde werkzaamheden zullen door ons worden verricht voor een jaarbedrag van f. 24.500,-- exclusief BTW. Indien blijkt dat de werkelijke kosten hoger uitvallen, zullen we hierover voor aanvang van de werkzaamheden t.a.v. het volgende jaar contact met u opnemen. Daarnaast zijn wij natuurlijk bereid u op elk gewenst moment van advies te voorzien, op zowel administratief en fiscaal gebied als ook op bedrijfseconomisch gebied. De in deze alinea genoemde adviezen zullen wij belasten op basis van bestede uren. Naar aanleiding van uw verzoek zullen wij m.b.t. uitgebreide adviezen eerst een raming van de kosten doorgeven. (…) De extra werkzaamheden zullen wij per kwartaal aan u factureren. Dit alles om duidelijkheid te verschaffen aan de cliënt en onnodige discussies te voorkomen.

3.3 Neon Weka c.s. hebben bij brief van 24 november 2005 de overeenkomst opgezegd. Zij hebben [geïntimeerde] in deze brief de opdracht gegeven de jaarstukken 2005 op te maken en de controle en andere werkzaamheden over 2005 af te ronden.

3.4 [geïntimeerde] heeft bij Neon Weka c.s. na de opzegging van de overeenkomst door Neon Weka c.s. een viertal facturen ingediend:

- Op 10 juli 2006 een factuur aan Neon Weka B.V. (met kenmerk 26265) voor vaste werkzaamheden (volgens) afspraak incl. inflatiecorrecties voor geheel jaarwerk 2005 ten belope van € 9.850,08 (incl. BTW).

- Op 10 juli 2006 een factuur aan Paradise by the Dashboardlight (met kenmerk 26266) vaste werkzaamheden (volgens) afspraak incl. inflatiecorrecties voor geheel jaarwerk 2005 ten belope van € 5.058,96 (incl. BTW)

- Op 10 juli 2006 een factuur aan Neon Weka B.V. (met kenmerk 26268) voor extra werkzaamheden inzake het samenstellen van de jaarrekening 2005 van Neon Weka B.V. zoals beschreven in bijgaande brief d.d. 10 juli 2006 ten belope van € 2.499,00 (incl. BTW).

- Op 10 juli 2006 een factuur aan Paradise by the Dashboardlight (met kenmerk 26269) voor extra werkzaamheden inzake het samenstellen van de jaarrekening 2005 van Paradise by the Dashboardlight zoals beschreven in bijgaande brief d.d. 10 juli 2006 ten belope van € 2.499,00 (incl. BTW).

3.5 Neon Weka c.s. hebben deze facturen onbetaald gelaten.

3.6 [geïntimeerde] heeft Neon Weka c.s. aangemaand en gesommeerd om tot betaling over te gaan.

3.7 Bij verstekvonnissen van 16 januari 2008 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad Neon Weka c.s. veroordeeld tot betaling van een geldsom ad. € 14.092,39 en Paradise by the Dashboardlight B.V. veroordeeld tot betaling van een geldsom ad. € 6.737,21. Neon Weka c.s. zijn van beide vonnissen - als gemeld bij één exploot - tijdig in verzet gekomen. Beide vonnissen zijn door de rechtbank Zwolle-Lelystad in haar vonnis in oppositie op 24 december 2008 bekrachtigd. De rechtbank verwerpt in dit vonnis de stelling van Neon Weka c.s. dat de gefactureerde werkzaamheden deel uitmaakten van de met [geïntimeerde] overeengekomen vaste prijsafspraak.

Met betrekking tot de grieven

4. Deze grieven zijn, in essentie, gericht tegen de door de rechtbank gegeven uitleg van de overeenkomst terzake van de omvang van de daarin opgenomen reguliere werkzaamheden (grief II) en de inhoud van de prijsafspraak (grief I).

5. Meer concreet gaat het bij grief I om het antwoord op de vraag of het door partijen overeengekomen en door [geïntimeerde] in een kalenderjaar aan Neon Weka c.s. te declareren bedrag geacht wordt betrekking te hebben op de in dat kalenderjaar te verrichten werkzaamheden, zoals door [geïntimeerde] wordt verdedigd, dan wel of het ziet op werkzaamheden die betrekking hebben op dat jaar, ongeacht of de werkzaamheden in dat jaar worden verricht, zoals door Neon Weka c.s. wordt verdedigd. Dit verschil in visie komt in het bijzonder tot uitdrukking bij de werkzaamheden met betrekking tot de samenstelling van de jaarrekeningen, werkzaamheden die (voor een belangrijk deel) worden verricht na afloop van het betreffende (boek)jaar.

6. Voor de beantwoording van de vraag wat partijen geacht moeten worden te zijn overeengekomen, stelt het hof voorop dat het voor vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld, aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij zijn telkens van beslissende betekenis alle concrete omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen en dient rekening gehouden te worden met de wordingsgeschiedenis van het contract.

7. Met betrekking tot de wordingsgeschiedenis van de overeenkomst, is het naar het oordeel van het hof van belang dat uit de gedingstukken blijkt dat de voor

Neon Weka c.s moeilijk te begroten facturering op regiebasis voor partijen aanleiding was een vaste prijsafspraak overeen te komen met betrekking tot een aantal nader omschreven werkzaamheden.

8. In de toelichting op grief I wensen Neon Weka c.s ingang te doen vinden dat de termijnbedragen die zij in 2005 aan [geïntimeerde] hebben betaald ook betrekking op het samenstellen van de jaarstukken 2005 die door [geïntimeerde] in 2006 na afloop van het boekjaar 2005 zijn opgemaakt. Zij stellen dat de werkzaamheden door [geïntimeerde] steeds vooraf werden gefactureerd.

9. [geïntimeerde] heeft de stellingen van Neon Weka c.s gemotiveerd betwist. Allereerst stelt zij dat de werkzaamheden in 2005 logischerwijs betrekking op het daaraan voorafgaande boekjaar. Hieruit volgt, aldus [geïntimeerde], dat het opmaken van de jaarstukken 2005 in het voorjaar van 2006 niet in de maandtermijnen van 2005 was inbegrepen. [geïntimeerde] verwijst voorts naar haar facturen waaruit blijkt dat de werkzaamheden in een (kalender)jaar steeds betrekking hebben op het voorgaande (boek)jaar. [geïntimeerde] stelt tenslotte, zoals zij ook reeds in onderdeel 8 van de akte van 16 juli 2008 onweersproken had gesteld, dat de heer [naam] van Neon Weka c.s. op 19 mei 2006 telefonisch heeft toegezegd de nog volgende facturen te betalen.

10. Naar het oordeel van het hof is door [geïntimeerde] voldoende aannemelijk gemaakt dat de in de overeenkomst opgenomen betalingsregeling inhield dat de termijnbetalingen betrekking hadden op de (reguliere)werkzaamheden die in het betreffende (kalender)jaar werden verricht. De lezing van Neon Weka c.s. dat zij er van mochten uitgaan dat de in 2005 verrichte betalingen ook zien op de in 2006 te verrichten (reguliere)werkzaamheden, waaronder het opmaken van de jaarstukken 2005, wordt door hen onvoldoende onderbouwd. De voorgestane lezing laat zich bij het ontbreken van enige uitleg van de zijde van Neon Weka c.s. ook niet goed rijmen met voornoemde toezegging van de heer [naam]. De stelling vindt evenmin steun in de door Neon Weka c.s. overgelegde betalingsoverzichten. In de betalingsoverzichten, wat daarvan verder ook zij, ontbreken het boekjaar en een volledige beschrijving van de werkzaamheden zodat niet kan worden vastgesteld op welke werkzaamheden de betalingen betrekking hebben.

11. Volledigheidshalve merkt het hof op dat niet is gesteld of gebleken dat bij het begin van de uitvoering van de vigerende overeenkomst in 2000 naast het overeengekomen jaarbedrag afzonderlijk is gedeclareerd voor de samenstelling van de jaarrekening over 1999, hetgeen temeer een aanwijzing oplevert dat het overeengekomen jaarbedrag slechts geacht kan worden betrekking te hebben op in het betreffende jaar verrichte werkzaamheden.

12. Met [geïntimeerde] is het hof van oordeel dat een redelijke uitleg van de betalingsregeling in de overeenkomst impliceert dat de door [geïntimeerde] in 2006 uitgevoerde werkzaamheden gemoeid met het opstellen van de jaarstukken 2005 niet door middel van betalingstermijnen in 2005 zijn voldaan.

13. Grief I faalt.

14. Grief II houdt in dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat [geïntimeerde] extra werkzaamheden voor Neon Weka c.s. heeft verricht die buiten de vaste prijsafspraak vallen. Volgens Neon Weka c.s. moeten de door [geïntimeerde] uitgevoerde werkzaamheden beschouwd worden als reguliere werkzaamheden waarvoor de vaste prijsafspraak gold. [geïntimeerde] brengt daartegen in dat zij buitengewoon veel en nieuwe correctiewerkzaamheden heeft moeten verrichten met betrekking tot de door Neon Weka c.s. aangeleverde gebrekkige stukken. Volgens [geïntimeerde] vallen deze extra werkzaamheden buiten de overeenkomst en de daarin opgenomen prijsafspraak.

15. Met Neon Weka c.s. is het hof van oordeel dat uit een redelijke uitleg van de overeenkomst volgt dat de door [geïntimeerde] gefactureerde extra werkzaamheden met betrekking tot het samenstellen van de jaarrekeningen 2005 in beginsel vallen onder de werkzaamheden waarvoor de prijsafspraak in de overeenkomst gold. Dit oordeel vindt steun in de bewoordingen van de overeenkomst en in de geschetste wordingsgeschiedenis van de overeenkomst, te weten een vaste prijsafspraak ter voorkoming van moeilijk te begroten facturen voor een aantal standaard werkzaamheden. Dit oordeel vindt verder steun in de door partijen niet weersproken omstandigheid dat [geïntimeerde] ook voorheen correctiewerkzaamheden (ongeveer 40 correctie-journaalposten) uitvoerde die zij niet bij Neon Weka c.s. afzonderlijk in rekening bracht.

16. Gelet op de gemotiveerde betwisting aan de zijde van Neon Weka c.s., rust (volgens de hoofdregel van bewijslastverdeling als neergelegd in artikel 150 Rv.) op [geïntimeerde] de bewijslast ter zake van haar stelling dat zij buitengewoon veel en nieuwe correctiewerkzaamheden heeft moeten verrichten die niet vallen onder de reguliere werkzaamheden.

17. Het hof stelt vast dat [geïntimeerde] dat bewijs allerminst heeft geleverd. In de overlegde stukken wordt slechts gesteld dat er extra werkzaamheden zijn verricht. [geïntimeerde] stelt dat zij meer dan 100 correctie-journaalposten heeft opgesteld, maar onderbouwt dit verder niet. Urenspecificaties van de gestelde extra werkzaamheden ontbreken. Ook de door Neon Weka c.s. overgelegde facturen (prod. 3 bij inleidende dagvaarding) verschaffen over de gestelde omvang van de extra werkzaamheden geen duidelijkheid nu een omschrijving van de activiteiten ontbreekt.

18. Nu [geïntimeerde] in hoger beroep slechts in algemene bewoordingen bewijs heeft aangeboden van haar stellingen, gaat het hof aan dat bewijsaanbod.

19. Grief II slaagt.

De slotsom

20. Grief II slaagt. Het slagen van grief II betekent dat het bedrag dat Neon Weka B.V. aan [geïntimeerde] dient te betalen wordt vastgesteld op

EUR 11.593,39 (14.092,39 - 2.499) en het bedrag dat Paradise by the Dashboardlight B.V. aan [geïntimeerde] dient te betalen wordt vastgesteld op

EUR 5487,71 (6.737,21 - 1249,50). Voor het overige worden de grieven verworpen. Dit leidt tot gedeeltelijke vernietiging, wijziging van de dicta van de vonnissen als na te melden en bekrachtiging voor het overige.

21. Nu partijen in hoger beroep over en weer ten dele in het ongelijk zullen worden gesteld, dient iedere partij de eigen kosten van het geding in hoger beroep te dragen.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis van 16 januari 2008 voor zover het betreft het dictum onder 3.1 en het verzetvonnis van 24 december 2008 voor zover het betreft de bekrachtiging van voornoemd dictum onder 3.1

en opnieuw rechtdoende:

- veroordeelt Neon Weka B.V. tot betaling aan [geïntimeerde] een bedrag van EUR 11.593,39;

- veroordeelt Paradise by the Dashboard B.V. tot betaling aan [geïntimeerde] een bedrag van EUR 5.487,71;

- bekrachtigt de vonnissen waarvan beroep voor het overige, voor zover deze vonnissen in dit hoger beroep aan het hof zijn voorgelegd;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het geding in hoger beroep zal dragen;

- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mrs. F.J. Streppel, K.M. Makking, R.E. Weening, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op dinsdag 26 oktober 2010 in bijzijn van griffier.